Jeltje Bijleveld en Willemijn Cappetti
Dicht bij bebouwing, wegen en spoor maken we een cultuurhistorische natuurwandeling. Sprengen zijn grotendeels gegraven waterlopen, met boven aan de zogenaamde 'sprengenkoppen'. Het water stroomde van de hoger gelegen heidevelden ten noorden van de Arnhemse Bovenweg naar de Kromme Rijn.
De landgoedeigenaren gebruikten dit water voor hun vijvers en grachten en als drinkwater. In de loop van de vorige eeuw trad er verval en versnippering van de sprengen op.
Driebergenaar Ton van Zeijts gaf de eerste aanzet tot het verrichten van onderzoek en het uitvoeren van veel achterstallig onderhoud. Op deze wandeling kunt U genieten van twee sprengenstelsels van het landgoed Sparrendaal. Deze wandeling loopt onder andere door de Heidetuin.
| Verzamelen: | Bij het dorpshuis De Twee Marken, Trompplein 5 te Maarn. |
| Vertrek: | Om 14.00 uur, we rijden zoveel mogelijk met elkaar mee. Wilt U liever fietsen, dan verwachten we U om 14.15 uur op de parkeerplaats van ‘Het Wapen van Rijsenburg’ te Rijsenburg. |
| Opgeven bij: | Per e-mail bij willemijn-cappetti@hotmail.com of
per telefoon bij Jeltje Bijleveld 0343-442203 Ook als u op het laatste moment mocht besluiten mee te gaan, dan bent u welkom! |
Ga naar: Begin | Activiteiten | Modderkoning | Home
Meteorologisch gezien had de herfst al zijn intrede gedaan, maar deze zondagmiddag leek de zon nog niets aan kracht ingeboet te hebben. Tegen een zonovergoten decor werd, na een korte inleiding door Willemijn Cappetti, vlak bij het historische hart van Rijsenburg gestart met een wandeling die ons veel zou gaan leren over de cultuurhistorie en de natuur van de omgeving. En wel in het bijzonder over twee in het oog springende sprengenstelsels van het landgoed Sparrendaal, namelijk die van Kraaybeek en De Zwoer. Hoewel in het oog springend, moet je er tegenwoordig wel oog voor hebben, want veel van de vroegere sprengen - grotendeels kunstmatige beken - zijn met name in de afgelopen 50 jaar ernstig in verval geraakt, bijvoorbeeld door wateronttrekking voor drinkwaterdoeleinden, overwoekering en zelfs demping, en daardoor landschappelijk minder zichtbaar geworden. Ook de ecologische kwaliteit en belevingswaarde holden in sneltreinvaart achteruit.
Gelukkig is er de laatste jaren veel aandacht gekomen voor de sprengenstelsels en wordt hard gewerkt aan herstel en meer herkenbaarheid. Dit onder meer door de uitvoering van achterstallig onderhoud, bijvoorbeeld het uitbaggeren van de sprengkoppen en vijvers, het verwijderen van blad uit de sprengen en van houtopslag uit de directe omgeving ervan. Hoewel deze werkzaamheden nog lang niet voltooid zijn, is er nu al heel veel interessants te zien - en niet alleen sprengen - zeker als je daarop gewezen wordt door deskundigen! In ons gezelschap was het Richard Zweekhorst, die al wandelend zijn grote kennis op het gebied van buitenplaatsen, landgoederen, tuin- en parkaanleg, natuurbeheer enzovoorts met ons op sprekende en vaak hilarische wijze wilde delen.
Wat leerde hij ons zoal over de sprengen? Nou, ze zijn dus niet uniek voor de Veluwe, zoals vaak wordt gedacht. Je vindt ze namelijk ook in de omgeving van Driebergen, Doorn, Zeist en De Bilt. Het grote verschil is dat het bij de Veluwse sprengen meestal ging om het verkrijgen van water voor het aandrijven van watermolens, papierfabriekjes en wasserijen. Hiervoor was de omvang van de Utrechtse Heuvelrug te gering. De Utrechtse sprengen zijn in de 18de en 19de eeuw gegraven om water te verkrijgen voor vijvers en andere waterpartijen in de parken van de buitenplaatsen langs de Stichtse Lustwarande. Ook wilde men de aanleg verrijken met stromend water. Vergeleken met de Veluwse sprengen zijn ze relatief breed en langzaam stromend en daardoor nadrukkelijker aanwezig. Als bron diende een in de zandige heuvelrand ingegraven gat in een heuvelwand, de sprengkop, waar het grondwater werd aangeboord.
Een sprengenstelsel bestond meestal uit:
We leerden nog veel meer tijdens onze wandelexcursie. Bijvoorbeeld dat, anders dan we vaak denken, buitenplaatsen zoals Sparrendaal pas werden gebouwd nadat de tuin- en parkaanleg inclusief lanenstelsels, zichtassen en -lijnen, sterrenbossen, moestuinen met slangenmuren, vijverpartijen enzovoorts was voltooid en niet andersom. Zo zagen we waar na de omvorming van formele naar landschappelijke aanleg op Sparrendaal een kluizenaarshut moet hebben gestaan, waar eens ook daadwerkelijk iemand de rol van kluizenaar heeft gespeeld voor passerende romantische wandelaars! Ook doemde daar ineens, midden in het bos tussen twee heuvels van bewust verschillende hoogte, een Zwitserse houten brug op, waarna we deze door een slinger in ons pad weer even uit het oog verloren om er vervolgens weer vanaf een andere zijde heel dichtbij mee geconfronteerd te worden. Dit werd in de landschappelijke stijl heel bewust gedaan: het verrassingseffect moest steeds zo groot mogelijk zijn en de woeste natuur, in dit geval die van Zwitserland, moest zo 'natuurgetrouw' mogelijk nagebootst worden. In het landschap al aanwezige elementen als reliëf en beeklopen werden gebruikt en als het ware uitvergroot om het zichtbare effect te vergroten. Oh ja, in Zwitserland heb je natuurlijk ook rotspartijen en grotten. Deze werden in die zelfde romantische stijl eveneens nagebootst, niet door echte rotsblokken en stenen uit de Alpen naar Nederland te vervoeren, nee, men vond het mooier om dit te doen met door de moderne mens uitgevonden betonmaterialen! Dit brengt mij tenslotte bij enkele lelijke betonnen palen waarop we op een gegeven moment stuitten, restanten van een oude achteringang tot het landgoed Sparrendaal. Ja, lelijk voor ons dan, want geheel volgens de mode van die tijd, tweede helft 19e eeuw, vond men beton veel mooier, want moderner, dan bijvoorbeeld gietijzer. Na dit alles zou je bijna vergeten dat het thema van deze wandeling de sprengen van Sparrendaal waren ...
Terugkijkend zou ik deze gezellige en leerzame wandelexcursie kunnen samenvatten in enige kernachtige zinnen:
Ga naar: Begin | Activiteiten | Modderkoning | Home
© Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk 2009