Maarn en Maarsbergen in kunsthistorisch perspectief

Zeventiende eeuwse schilders zien Maarn-Maarsbergen

Allard van Everdingen (1621-1675) reisde omstreeks 1644 naar Skandinavië. Voor een l7de eeuwse Hollander was de geografie van Skandinavië nauwelijks exotischer dan die van Italië of Brazilië. Vooral Italië was een favoriete bestemming van de 17de eeuwse avontuurlijke schilders. Ze schetsten er en verzamelden motieven voor hun schilderijen die, terug in de Nederlanden, op het atelier werden gemaakt. Van Everdingen schilderde de Noordelijke bergen, dreigende watervallen en uitgestrekte naaldwouden, maar ook een panoramisch gezicht op Maarsbergen. Tijdens een reis die hij omstreeks 1674 maakte, deed hij de Utrechtse Heuvelrug aan en legde het Huis Maarsbergen vast in een weids landschap onder een indrukwekkende wolkenlucht.

Aelbert Cuyp (1620-1691), Gezicht op Maarsbergen. Tekening, 18,7 x 30.3 cm, Albertina Wenen. Allard van Everdingen (1621-1675), Gezicht op Maarsbergen. Olieverf op doek 90 x 163 cm, collectie huis Maarsbergen.

Ruim driehonderdzestig jaar geleden waagde de schilder Aelbert Cuyp (1620-1691) zich voor het eerst buiten zijn woonplaats Dordrecht. Tot die tijd had hij voornamelijk in de directe omgeving van zijn woonplaats schetsen gemaakt, die hij later in zijn atelier uitwerkte tot schilderijen. Rond 1640 maakte hij voornamelijk weidse riviergezichten in geelbruine tinten met citroengele accenten. Maar, daarna, toen hij net als zijn collega-schilders uit de l7de eeuw, was gegrepen door de reiskoorts, veranderde zijn werk. Zijn kleurgebruik werd levendiger en zijn keuze van onderwerpen veelzijdiger. Hij reisde, te paard en te voet naar Amsterdam, Utrecht en naar de Heuvelrug. Tussen 1640 en '45 moet hij ook Maarn en Maarsbergen bezocht hebben aangezien er in de Albertina in Wenen een tekening van Cuyp bewaard wordt waar het huis Maarsbergen op staat. Net als op het schilderij van Allard van Everdingen zag Cuyp het huis vanuit het zuiden vanaf een hoger gelegen punt.

door: Nicole van der Schaaf