Drinkwater op hoogte

In 1929 werd op het terrein van Valkenheide de watertoren in gebruik genomen. Het opvoedingsgesticht had hiermee zijn eigen watervoorziening. Nauwelijks vijftig jaar eerder werd in Utrecht de eerste (particuliere) waterleiding aangelegd.

In de periode daarvóór was het behelpen en waren de onhygiënische toestanden vaak oorzaak van het uitbreken van besmettelijke ziekten.

Schoon drinkwater was een must aan het eind van de 19de eeuw, maar ondanks die noodzaak waren watertorens op de Utrechtse Heuvelrug bepaald geen gemeengoed. Pas in 1940 beschikten vierenzestig van de toenmalige zeventig gemeenten in de provincie Utrecht over stromend leidingwater. In totaal telde Nederland ongeveer 250 watertorens waarvan er nog 180 over zijn die de status hebben van historisch bedrijfsgebouw.

Ongeveer dertig jaar na de bouw was de watertoren van Valkenheide aan een grondige restauratie toe. De (ver)bouwaanvraag uit die tijd meldt: ‘Door de slechte toestand waarin zich het gewapend betonwerk van de toren bevindt, als gevolg van het roesten der wapening door onvoldoende dekking is een radicale verbetering dringend noodzakelijk’. Men pakte het inderdaad heel radicaal aan en tastte daarmee ook de oorspronkelijke vorm van de toren danig aan. Zoals zoveel watertorens had ook de toren op Valkenheide een uitstekend, ‘uitkragend’, bovendeel waarin het reservoir zich bevond. Dit deel van de toren, ging er helemaal af en er kwam een nieuw reservoir op, dat bekleed werd met metselwerk. Daar bovenop werd ter versiering een achtkantige ‘torenstoel’ geplaatst en hiermee kreeg de toren een nieuw uiterlijk: lang, slank en recht zonder uitstulpend reservoir. Volgens de toen heersende opvattingen had de toren een ‘meer moderne vormgeving’ gekregen. Het dertig meter hoge baken in het landschap heeft tot 1992 dienst gedaan als watertoren en fungeert nu, net als zovele watertorens, als ‘monument van nijverheid en techniek’.

door: Nicole van der Schaaf