Natuur in eigen dorp: Mussen in Maarn

Het gaat niet goed met de huismus, ook in Maarn worden huismussen schaars. Hoe komt het toch dat een vogel als de mus zich niet kan handhaven in deze tijd?

Ik denk dat het een combinatie is van verschillende factoren. De meeste Nederlandse vogels hebben een behoorlijke mogelijkheid om zich snel uit te breiden. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld pinguïns die per jaar maar één ei leggen. Huismussen echter kunnen soms 6 tot 8 eieren leggen, en bovendien kan het broeden het hele jaar doorgaan, zodat een paartje huismussen wel 20 tot 30 jongen per jaar kan groot brengen.

Dus bij optimale omstandigheden kan de mussenstand snel uitbreiden. Maar dat blijkt nou juist de laatste jaren niet meer te lukken, dus moet er behoorlijk wat veranderd zijn. Ik weet nog uit mijn jeugdjaren in Maarsbergen dat er toen grote wolken van vele duizenden mussen rondvlogen in de nazomer. Dit was de productie van jonge mussen die overal rijkelijk broedden en grote aantallen jongen voortbrachten. Deze jonge mussen waren een plaag voor de boeren die toen nog veel graan verbouwden, vooral de haverveldjes werden soms letterlijk kaal gegeten door de vele duizenden mussen die hier een onuitputtelijke voedselbron vonden. Maar ook het agrarische gebeuren was toen veel (mus)vriendelijker, kippen die rondliepen en buiten werden gevoerd, varkens die lekker buiten liepen en die dagelijks voldoende voer morsten waar mussen altijd wel wat van hun gading konden vinden. Bovendien had vroeger iedereen een moestuintje waar ook voor mussen veel te halen viel, zoals erwten, kruiden, en allerlei onkruiden waar de mus dol op was.

Bovendien waren de roofvogels schaars. Zij waren zo’n vijftig jaar geleden nog maar nauwelijks beschermd. Buizerd, sperwer en havik werden massaal afgeschoten en vergiftigd door het vele gebruik van bestrijdingsmiddelen voor muizen enz. Maar nu, vijftig jaar later, kan de mus zich schijnbaar niet voldoende aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden, en ondanks de mogelijkheid om 20 á 30 jonge mussen per jaar te produceren lijkt het maar moeilijk te lukken De genoemde haverveldjes zijn allang verdwenen en in de huidige maïsvelden is voor mussen niets te halen. Maar ook het kleinschalige agrarische bedrijf met loslopende kippen en varkens, die buiten gevoerd werden is zeldzaam geworden (te netjes voor mussen). De moestuintjes die het hele jaar door zaden leverden zijn bij de meeste woningen veranderd in siertuinen met strakke groene grasvelden en bloemen, prachtig voor merels en lijsters, maar de mussen zijn er maar zelden te zien. Bovendien is er erg veel veranderd aan de dakpannen waar mussen zich altijd onder neststelden. Huizen met 10 á 20 mussennesten waren op het platteland heel normaal, maar door andere dakpannen en het gebruik van afdichtingsstrippen bij de onderste rij dakpannen zijn de mussen dakloos geworden.

Herstel roofvogelpopulatie

Met de meeste roofvogels gaat het vrij goed, en vooral de sperwer lust graag een musje; bovendien komen roofdieren altijd terug op plaatsen waar veel prooien zijn te vinden. En dat zijn nou juist de mussenkolonies, en dat gaat dan dagelijks door met bezoek van de sperwer. Daar is wel weer wat aan te doen: door het planten van doornenstruiken zoals de meidoorn kunnen mussen vaak ontkomen aan de sperwer. Het is waarschijnlijk dat de mussenstand van vijftig jaar geleden, door het ontbreken van veel roofvogels, uit kon groeien tot een plaag, wat dan ook niet een natuurlijke situatie is geweest.

Maatregelen

Om de mussen te redden moeten we dus een reeks van maatregelen nemen, ten eerste voedsel, veiligheid en broedmogelijkheid bieden, daar zijn best wel mogelijkheden voor te bedenken. Zo zie je in Maarn vaak nog kleine mussenpopulaties bij woningen waar nog kippen gehouden worden. Het is een voedselbron die het hele jaar door aanwezig is, bovendien is het kippengaas te groot voor mussen maar te klein voor sperwers en dat is natuurlijk erg prettig voor de mussen. Zijn er dan nog nestelmogelijkheden in de buurt dan begint het er een beetje op te lijken. Maar dan nog is het de vraag of de stand weer voorruit gaat als er genoeg mussen geboren worden om het aantal mussen dat verloren gaat aan katten- en sperwervoer te compenseren. Is dit niet het geval en gaat de stand toch achteruit, dan is er meer aan de hand.

De moraal van dit verhaal is dan ook, er is meer aan de hand (met de mussen).

door: de Vogelaar