Natuur in eigen dorp: De Sierappel

Wie kent ze niet: de sierappels die royaal zijn aangeplant in onze gemeenteplantsoenen. Doornige struiken, die het heel goed doen op onze grond en daardoor vaak te weelderig groeien voor de plaats waar ze staan. De sierappels behoren tot de familie van de rozen (rosacea).

Er zijn heel veel cultivars, zodat je ze kunt tegenkomen met roze, witte, oranje, scharlakenrode of donkerrode bloemen. In het najaar vormen ze mooie groengele of gele appeltjes, die heerlijk ruiken. Je kunt dan ook duidelijk zien dat ze verwant zijn aan de kweeperen.

Plant: Sierappel
Latijnse naam: Chaenomeles
Anders: Pinksternakel
Vindplaats: In gemeenteplantsoenen en tuinen
Bloeitijd: Voorjaar
Vruchten: Najaar

 

Wat de meeste mensen niet weten is dat je van deze appeltjes een heerlijke, geurige gelei kunt maken. Lekker op brood of beschuit, maar ook prima als bijgerecht bij wild of een zwijnsbraadstuk.

Sierappelgelei:
2 kg. sierappeltjes
½ l. appelsap
1 kg geleisuiker
1 citroen

Was de sierappeltjes en snijd ze in vieren. Zet ze op met het appelsap en kook alles tot de appeltjes zacht zijn. Laat de gekookte appeltjes uitlekken op een zeef met een bouillondoek (etamine).
Breng het gezeefde sap aan de kook en voeg de geleisuiker toe en daarna het citroensap. Kook de gelei 3 min. borrelend door en giet alles in zeer goed gereinigde potten. Sluit de potten en zet ze 10 min. op z’n kop. Een mooi etiket en een leuk doekje en alles is klaar. Heel fijn en fris van smaak!

door: Willemijn Capetti