Bijeenkomst over bijen

Op initiatief van de imkervereniging te Leersum en de Bijenvereniging Driebergen-Doorn waren diverse organisaties in de gemeente Utrechtse Heuvelrug uitgenodigd om twee lezingen bij te wonen en aansluitend te discussiëren en te netwerken. 

Deze avond was voor mij dubbel plezier omdat ik ongegeneerd met twee petten op in de zaal mocht plaatsnemen. Met de voorzitterspet van Maarn-Maarsbergen Natuurlijk en met mijn vaste petje van Tuinen van Vroeger bleek dat in dit geval de overeenkomsten groter waren dan de verschillen.

De eerste lezing werd gegeven door onderzoeker dr. Tjeerd Blacquière, teamleider en senioronderzoeker bij Bijen@wur in Wageningen. Hij is expert in het onderzoek naar bijen in relatie met de gevreesde bijenziekte. In grote lijnen komt het probleem erop neer dat de bijen niet al hun aminozuren binnen kunnen krijgen met het sterk uitgedunde aanbod aan waardplanten. Voor bijen gelden een aantal regels die van belang zijn:

  • Voor bijen moet het voedselaanbod in overvloed aanwezig zijn.
  • Bijen zijn gemakkelijk, ze kiezen het eerste bloemetje dat op hun pad komt.
  • Bijen leren, ze houden vast aan dezelfde bloem en optimaliseren het oogstproces.
  • Bijen hebben nectar nodig om te kunnen vliegen, daarnaast stuifmeel als voedingsstof, de nectar is dus noodzakelijk om het stuifmeel te kunnen oogsten.
  • Bijen kunnen oogsten in een actieradius van ongeveer 2 tot 3 kilometer.
  • Bijen kunnen een week of twee overbruggen op hun noodrantsoen, daarna volgt sterfte. 

Eigenlijk komt het probleem erop neer dat bijen onvoldoende diversiteit in hun omgeving kunnen vinden. Zo ontstaan tekorten in het aanbod van de aminozuren. Dit is het best te vergelijken met onze vitamines. Als wij van de veertien noodzakelijke vitamines er maar tien tot ons kunnen nemen gaat dit ten koste van onze weerstand. Bij de bijen gaat dit ten koste van de individuele bij maar wat erger is, het gaat ook ten koste van de weerstand van het hele bijenvolk. Hierdoor is het volk vatbaarder voor aanvallen van mijten. Het blijkt uit onderzoek dat dit eigenlijk de voornaamste reden is voor de grootschalige bijensterfte. Als we erover nadenken is dit dus eigenlijk weer een goed voorbeeld van het feit dat een goed ecosysteem staat of valt met diversiteit.

We kunnen aan dit probleem wel iets doen en misschien moeten we dat ook wel. Hiervoor schoof in de volgende lezing dr. Bram Mabelis, seniorgastmedewerker van Alterra in Wageningen, aan. Deze onderzoeker, maar vooral beleidscriticus en stiekem ook gewoon veldwerker, vertelde vol passie over zijn strijd voor het behoud van insecten, ecosystemen, verbindingszones en alles wat ermee in verband gebracht kon worden. De bevlogen Bram Mabelis strijdt voor zijn zaak en weet dit te onderbouwen vanuit het perspectief van de insecten. Helaas, maar misschien moet dit ook wel met deze bevlogen mensen, was dit ook het enige perspectief waar deze man op waardeerde.

In mijn optiek is het met name voor landgoedeigenaren, maar daarnaast ook voor overheden, van belang de bijen te gaan waarderen in hun planvorming.

  • Heb ik voldoende verschillende waardplanten?
  • Zitten er grote gaten in de bloeitijden? Een overschot in het voorjaar zal veel aanwas voor de bijen tot gevolg hebben, schaarste erna zal weer leiden tot sterfte maar vooral in eerste instantie tot afname van de weerstand.
  • Waar zitten imkers en wat willen zij?
  • Zijn er geschikte locaties om kasten te plaatsen en is dit haalbaar? 

De vraag is niet meer of we er iets mee moeten doen maar wat we ermee gaan doen?

door: Richard Zweekhorst