Van het Haamgat naar De Halm, een verkenning

Een oude kaart

In 1717 is van Maarsbergen een prachtige kaart gemaakt door Justus van Broeckhuijsen. De aanleiding tot het maken van deze kaart was het overlijden in 1714 van Margaretha Trip, weduwe van Samuel de Marez en ambachtsvrouwe van Maarsbergen.

Beiden hadden er in hun testament alles aan gedaan om de ambachtsheerlijkheid, ook na hun overlijden, zelfs tot aan de erfgenamen in de vierde graad, in één hand te houden. De erfgenamen bleken echter geheel andere belangen te hebben, hetgeen toch tot een verdeling zou leiden. Voor deze verdeling was het noodzakelijk een goed beeld te krijgen van oppervlakte en goederen van de ambachtsheerlijkheid. Hiertoe werd Justus van Broeckhuijsen verzocht op te meten en te karteren 'de Ambachts Heerlikheid Meersbergen met alle de Hofsteden en Landerijen, Laane, Bosse en Heijvelden'. Dit meten ging mede op 'aenwijsing van de Bruykers'. De kaart kan hier bekeken worden.

Deze kaart geeft veel informatie over de toen aanwezige boerderijen en de bijbehorende percelen. We zien gebouwen en hooibergen in perspectief getekend. Ook wallen, greppels en lanen worden zeer nauwkeurig weergegeven, tot aan de individuele bomen toe.

Het Haamgat

Op de bovengenoemde kaart vinden we het 'Haamgat' met daaromheen een drassig gebied ter hoogte van de Maarnse Grindweg op de plaats waar we tegenwoordig camping 'De Halm' vinden. Om de plaats te laten zien maken we gebruik van Google Maps, zie de afbeelding hieronder.

Linksboven ziet u de bebouwing van Maarn en rechts de kern van Maarsbergen. In de witte ovaal, net ten noorden grenzend aan de Maarnse Grindweg ziet u het terrein van camping 'De Halm'.

Opvallend is dat de Buurtsteeg ten noorden van de camping vanuit het oosten gerekend een flauwe bocht naar rechts vertoont. Rechts van de witte ovaal ziet u het 'Maarnse Heitje' waarop zich enkele grafheuvels bevinden waaronder een van de mooiste van de provincie Utrecht.

Dan volgt nu een fragment van de eerder beproken oude kaart. Let goed op! Deze kaart is anders georiënteerd dan we gewend zijn want het oosten is boven.

De Buurtsteeg (witte lijn) verloopt van boven (het oosten) naar beneden (het westen) en in de witte ovaal vinden we het Haamgat. Het fragment toont dus het westelijk deel van de Maarsbergse buurt. Links van de Buurtsteeg, bij de grote letter H, zien we een hoeve getekend. Daar staat nu nog steeds een woning op een grote open plek. Op dezelfde hoogte rechts van de Buurtsteeg stond eens de boerderij met de naam 'Bovenste Plaats' waarover in een eerder nummer van De Modderkoning werd bericht (zie: Verdwenen Boerderij 'de Bovenplaats'). De Maarnse Grindweg zult u tevergeefs zoeken op deze kaart: deze moest nog worden aangelegd.

Waar lag het Haamgat precies?

Bij het Haamgat rijst meteen de vraag: 'Waar lag deze plas precies en zijn er misschien nog sporen van terug te vinden?' Men zou op zijn minst een nat of moerassig gebied verwachten of een restant daarvan. De moderne techniek kan ons hierbij helpen. Met gebruik van satellieten is het mogelijk om uiterst nauwkeurige hoogtekaarten te maken van het terrein. Voor Nederland zijn deze gegevens verzameld en beschikbaar gesteld als het 'Actuele Hoogtebestand Nederland'. We verwijzen de liefhebbers naar de website www.ahn.nl. De verschillende hoogten worden met geschikte kleuren aangeduid, ook worden schaduweffecten toegepast. De op deze wijze geproduceerde kaarten geven als verrassend resultaat dat er veel meer detailinformatie zichtbaar wordt in het terrein dan ooit te voren mogelijk was.

Wij kwamen in het bezit van een prachtige hoogtekaart van de Utrechtse Heuvelrug, gebaseerd op het hierboven beschreven Actuele Hoogtebestand.

Tot onze grote verrassing bleek op deze kaart het Haamgat duidelijk zichtbaar en konden we de plaats ervan aan een nader onderzoek onderwerpen.

Het lijkt erop dat het Haamgat na 1717 drooggevallen moet zijn. Vermoedelijk hangt dit samen met de ontginning van de 'Veenen'. Dit lage gebied ligt ten noorden van de Buurtsteeg en is in het midden van de 17de eeuw ontgonnen. Hierbij werd ter ontwatering een stelsel van sloten en greppels gegraven. Bij een eventuele ontginning van het al verregaand verlande Haamgat kon op dat stelsel worden afgewaterd. Ook de toegenomen bebossing van de Utrechtse Heuvelrug zou een oorzaak kunnen zijn van minder kwel aan de randen. Dus ook minder water voor het Haamgat. Op het hieronder afgebeelde fragment ligt de bebouwing van Maarn linksboven, het Haamgat binnen de zwarte ovaal en de rechte zwarte lijn is de Buurtsteeg.

In de kleine ovaal is met enige moeite een rasterpatroon te ontwaren. Waarschijnlijk hebben we hier met raatakkers te maken, ook wel 'Celtic fields' genoemd. Deze wijzen op prehistorische landbouwactiviteiten. Met de toegepaste schaduwwerking laat deze kaart ongelooflijk veel intrigerende details zien, waaronder ook allerlei wallen en greppels boven en onder de Buurtsteeg. Heel opvallende is ook dat er om het Haamgat een duidelijke wal ligt, het lijkt wel een krater. Dat is het echter zeker niet!

Met het fragment links zoomen we nog wat dieper in. Nu wordt duidelijk hoe de huisjes van de tegenwoordige camping De Halm midden in het oude Haamgat liggen. Ook zijn er duidelijk ontgonnen percelen te onderscheiden. En is er te zien hoe een verdiept liggende sloot of greppel naar het noorden verloopt.

Boerderij 'De Halm'

Blijkbaar was de drooggevallen plas een gunstige plaats voor ontginning en het bouwen van een boerderij. In het begin van de 19de eeuw wordt midden in het verlande en ontgonnen Haamgat een boerderij gebouwd. Waarschijnlijk is de naam 'De Halm' een verbastering van 'Haamgat'. De boerderij De Halm wordt rond 1950 een kampeerboerderij. Deze recreatietak groeit dan geleidelijk uit waardoor de agrarische functie geleidelijk verdwijnt.

Nu is het nog altijd een rustige camping, gelegen in een prachtig gebied aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. De recreanten hebben waarschijnlijk geen weet van het feit dat ze op de bodem van het Haamgat verblijven. Hieronder een fragment van een topografische kaart van 1860 met midden in de witte ovaal boerderij De Halm. De witte lijn geeft het verloop van de Buurtsteeg weer.



Prehistorische bewoning bij het Haamgat

We hebben hiervoor de ontwikkeling van het Haamgat behandeld van meertje tot boerenbedrijf en later tot camping De Halm. We richten nu de aandacht op de prehistorie. Was er sprake van vroege bewoning rond het Haamgat? Een nauwkeurige bestudering van de eerder getoonde kaarten gebaseerd op het Actuele Hoogtebestand Nederland brengt hierover meer aan het licht.

Op de kaart zijn sporen zichtbaar van zeer oude historische akkers, zogenaamde Celtic fields of raatakkers, zie tekening hiernaast. De eerste naam is afkomstig van Engelse archeologen in 1923 die dachten dat deze akkertjes met de Kelten te maken hadden. Dit bleek niet zo te zijn, maar de naam was helaas al ingeburgerd. Het systeem van raatakkers was in gebruik van de late bronstijd (3000-800 vóór Christus) tot in de Romeinse tijd (0-400 ná Christus). Een groot veld werd in kleinere percelen verdeeld, die zo'n 35 bij 35 tot 50 bij 50 meter groot waren, en voorzien van een aarden wal. Deze wallen zijn soms nog terug te vinden zoals op de zuidelijke rand van het Haamgat. Wanneer de akkergrond uitgeput raakte werd deze opzij geschoven en werden er van elders aangevoerde vruchtbare zoden op gelegd. Omdat zand vocht niet goed vasthoudt, kon met het aanbrengen van nieuwe zoden bij raatakkers op zandgronden meteen een betere vochtregulatie op de akker ontstaan. Eén of meer 'raten' van een veld konden gebruikt worden om er een behuizing te bouwen; was deze boerderij of hut versleten, dan werd er met het bruikbare materiaal een nieuwe gebouwd op een andere, uitgeputte akker, en de beschikbare grond was door decennia bewoning weer vruchtbaar geworden ('zwervende erven').

Op de hoge rand ten zuid-oosten van het Haamgat liggen enkele grafheuvels. Volgens de Archeologische Kroniek van de provincie Utrecht over de jaren 1970-1979 is één ervan in 1941 door dr. F. C. Bursch en mr. A. L. Tromp onderzocht. Hierbij werden een vroeg Veluwse klokbeker en een polsbeschermer gevonden in een graf met lijksilhouet. In 1971 werd dezelfde heuvel opnieuw onderzocht om pollenanalytisch en C14 onderzoek te kunnen doen. Hierbij bleek dat de heuvel na de eerste begrafenis twee of driemaal was opgehoogd.

Dezelfde kroniek meldt dat een zekere Barry Engels, die in het voorjaar van 1975 op camping De Halm verbleef, een hut groef in het bosgebied ten noorden van de camping. Hierbij kwamen merkwaardig gevormde stenen tevoorschijn. Na melding bij de provinciaal archeoloog bleek het om een strijdhamer en een vuurstenen mes uit de nieuwe steentijd (vanaf ongeveer 11.000 vóór Christus) te gaan. Nader onderzoek leerde dat deze voorwerpen uit een graf onder een overigens zwaar beschadigde grote grafheuvel tevoorschijn kwamen. In het graf bevonden zich ook nog scherven van een neolithische standvoetbeker.

Al met al is het zeer waarschijnlijk dat zich aan de oevers van het Haamgat ooit gedurende lange tijd een prehistorische nederzetting heeft bevonden. Een groep grafheuvels, raatakkers én het kort geleden bij het graven van een poel voor schapen tevoorschijn gekomen urnenveld, zijn duidelijk hints in die richting. Met enige fantasie zou je kunnen zeggen dat op de grens van Maarn en Maarsbergen het Prehistorische Maarn heeft gelegen dat misschien wel ongeveer 5000 jaar geleden werd gesticht. Deze oude bewoning was mede mogelijk door de aanwezigheid van de voorloper van het Haamgat, waardoor men het gehele jaar was verzekerd van water.

Pingoruïne

Als men de hoogtekaart goed bekijkt ziet men het Haamgat duidelijk als rond meertje onder aan de helling van de Utrechtse Heuvelrug. De vraag komt op hoe deze plas hier ontstaan is, met een duidelijke omwalling aan alle zijden. Het ziet er heel anders uit dan de vele andere meertjes die ooit in het moerasgebied aan de voet van de Heuvelrug lagen. Het vermoeden bestaat dat we hier te maken hebben met een zogenaamde 'pingoruïne' die is ontstaan na de laatste ijstijd. Door opvriezing van het grondwater ontstaat een steeds hoger wordende heuvel ('pingo' betekent letterlijk 'kleine heuvel') waarbinnen zich een ijslens bevindt. De heuvels kunnen tot 90 meter hoog worden met een doorsnee van soms meer dan twee kilometer en zijn meestal rond of ovaal van vorm. Bij het einde van een ijstijd loopt de temperatuur langzaam op. Daardoor glijdt de grond van het heuveltje af en vormt zo een min of meer ringvormige omwalling. Als dan tenslotte ook al het ijs is gesmolten blijft er een meertje met een ringvormige omwalling over, een pingoruïne. De omwalling kan op den duur door erosie verdwijnen, zoals bijvoorbeeld bij het Uddelermeer op de Veluwe is gebeurd. Onze terugtocht door de tijd begon met simpele waarnemingen in het heden, de 'flauwe bocht in de Buurtsteeg' en eindigde net na de ijstijd. Als je goed kijkt is er ook dicht bij huis heel veel te zien! Op de ontwikkeling van boerderij De Halm komen we later terug.

door: Cees van Lambalgen en Gijs van Roekel