Herinneringen aan het leven in Maarn en Maarsbergen

Dit artikel is gebaseerd op een interview van Henk van den Beld uit 2005 met mevrouw Blijdenstijn en actuele gesprekken van de auteur met nabestaanden.

Algemene Informatie

Margaretha Laurentia Blijdenstein - de Beaufort ( roepnaam Greet) werd op 30 september 1910 geboren op de buitenplaats De Hoogt, net buiten Maarn richting Austerlitz.

Het was toen nog een vakantiehuis dat haar vader,  Joachim Ferdinand de Beaufort, tussen 1908 en 1910 daar had laten bouwen. Greet is als enige van de vijf kinderen geboren op De Hoogt in het oude middengedeelte, dat net gereed was op het moment van haar geboorte. Zij is het vierde kind uit de familie. Haar jongste broer Ferd was een nakomeling en de lieveling van haar moeder. De drie andere kinderen zijn in Amsterdam geboren. Haar vader was daar de directeur van de Nederlandse Bank en hij was bovendien koopman. Haar grootvader was burgemeester van Woudenberg. Haar vader kwam uit een gezin met veertien kinderen. Drie van hen zijn al vroeg gestorven aan kinderziektes. De overige elf hebben allemaal een zeer hoge leeftijd bereikt.

Greet groeide op in Amsterdam en ging in 1928, na haar middelbare schooltijd, met de familie permanent wonen op De Hoogt. In 1933 trouwde zij met Gerrit Jan Blijdenstein (roepnaam Jan). Ze gingen wonen op de boerderij/villa aan de Maarnse Grindweg achter de Knorrenbuurt. Dit huis is later verkocht aan de familie De Graaf. Haar man was een zoon van de Blijdensteins, die woonden op Huis te Maarn. De moeder van Jan was een Van Heek, van de bekende textielfabrikantenfamilie uit Twente. Het Huis te Maarn, dat nu wordt bewoond door de familie Van Notten, is een interessant object dat in diverse publicaties is beschreven.

Jan Blijdenstein werkte al vanaf vóór zijn huwelijk met Greet in Florida, waar hij een sinaasappelplantage bezat. En als hij weer in Maarn verbleef was hij onder meer druk in de weer met het Sterrenbos in De Venen, nu behorend bij het landgoed Maarsbergen. Blijdenstein senior had dat Sterrenbos op die plaats aangelegd en junior maakte er – creatief en energiek als hij was – een groot kippenpark van, het zogenaamde Hoenderpark. Op alle punten van de ster had hij een kippenhok gebouwd om zo gemakkelijk de eieren te kunnen rapen. In het midden van de ster kon je dan de eieren ophalen, de water- en voerbakken vullen en de rest verzorgen. Er hebben duizenden kippen rond gescharreld. Gijs Legemaat was een van degenen die daar vele jaren heeft gewerkt.

In 1936 zaten enkele Blijdensteins in Florida, op de sinaasappelplantage 'Orange Groves'. Vader belde, vanuit Nederland, op met de mededeling, 'Kind blijf daar in Amerika, daar is het veilig' en zodoende hebben wij in de oorlogsjaren in Amerika gewoond, aldus Greet.

Buitenplaats De Hoogt

Zoals reeds vermeld werd De Hoogt omstreeks 1910 gebouwd. Eerst alleen het middengedeelte, waar Greet werd geboren. De omliggende grond werd gekocht voor 4 à 5 cent per vierkante meter. In 1925/1926 werd aan iedere kant een vleugel aangebouwd. Hierover merkte haar vader later op: 'Ik wou dat ik mijn kleine De Hoogt weer had; eerst zit je er met een grote familie, maar je eindigt er weer alleen'. De foto rechts is genomen tijdens de bouw van De Hoogt.

Greet vertelt: Met het landgoed Den Treek - Henschoten hadden wij niet zoveel te maken, hoewel de familie wel deel uitmaakte van de stichting met die naam. Den Treek-Henschoten behoorde aan de oude W.H. de Beaufort, een broer van grootvader die nog minister is geweest. Het Stort was ook van een W.H., namelijk een broer van haar vader. De stamboom telt overigens meerdere W. H.'s.

Iekje de Beaufort, later in het dorp beter bekend als mevrouw Van Hasselt van Trompstaete, is een dochter van de jongste broer van vader. Zij heeft lang op De Laagt ( 't Berghuisje) gewoond. Thans woont ze in Gorssel bij haar zoon.
De Laagt (‘t Berghuisje) was het jachthuis van grootvader; hijzelf woonde in Woudenberg. Het huis bestond uit één verdieping, dat was de jachtkamer. Later is er onder architectuur van Hanrath uit Laren een verdieping bijgebouwd. Maar niet zoals je zou verwachten. Om de fraaie neogotische stijl uit 1840 te behouden werd de oorspronkelijke benedenverdieping op de nieuwe woonlaag op de begane grond geplaatst. De karakteristiek van het oude jachthuis is hiermede bewaard gebleven. De aannemer was van Lunteren uit Woudenberg.

Tot kort na de oorlog werd De Hoogt nog bewoond door de familie. Daarna werd het huis verdeeld in appartementen en kwamen er ook mensen van buiten in het huis wonen. Moeder voelde zich er toen niet meer thuis. Zij overleed in 1946 en vader in 1959. Na het overlijden van vader is De Hoogt een internaat geworden voor kinderen, van wie de ouders in het buitenland werkten. Een jaar of tien geleden is het huis verkocht. Met de nieuwe eigenaren had Greet goed contact. Het huis is door hen in stijl en met gevoel voor detail gerestaureerd en gerenoveerd.

Omgeving van De Hoogt

Rechts naast het huis was een zwembad, gaat Greet verder. In de winter werden uit het zwembad ijsblokken gezaagd, die naar de ijskelder werden gebracht. Deze ijskelder lag naast het huis en was verdiept uitgegraven. De kelder was als cabine gebouwd van grote boomstammen en afgedekt met grond. Het was een heel mooi gebouwtje met een dubbele deur. De vloer was bedekt met een dikke laag zaagsel en de ijsblokken werden diep in het zaagsel gedrukt. Je werd gewaarschuwd dat, als je de deur open deed en in de kelder viel, daarna de deur zou dichtslaan je er nooit meer uit kon komen.

Dus je had een heilige angst voor die deur. Dit was om ons bang te maken en vooral omdat men bang was dat het ijs zou smelten. De ijskelder werkte goed, ik weet dat mijn moeder een ijskast had in de kelder onder het huis en daar gingen de blokken in. Er was altijd ijs, zomer en winter. Ik weet niet wanneer en waarom de ijskelder is afgebroken, maar ineens was hij weg. Heel jammer!

De tuin bestond alleen uit het middenstuk, met aan iedere kant twee rozentuinen die er later bij zijn gekomen. Vader hield van timmeren. Voor iedere zoon bouwde hij een soort blokhut (log cabin op zijn Amerikaans) in het bos. Een houten hut voor Jan, een kleine hut voor Dick en daarna een voor de jongste broer Ferd. Vader heeft hier drie à vier jaar over gedaan. Er was natuurlijk geen elektriciteit in het bos, dus alle hout werd met de hand gezaagd. De bomen werden met een dissel vlak gemaakt en met een beitel en een houten hamer tot balken bewerkt. Het zagen gebeurde met een trekzaag.

Ongeveer twintig jaar geleden is een hut in vlammen opgegaan, maar de blokhut bleef bestaan. Vanwege brandgevaar was het beter deze ook af te breken, maar dat is toen niet gebeurd. Later is de blokhut in onderdelen uit elkaar gehaald, de boomstammen zijn genummerd, overgebracht naar De Eng (geheel van ouds gemeenschappelijke bouwlanden bij een dorp of buurtschap). Daarna werd hij terug gebouwd op een terrein ten noorden van het kruispunt Quatre Bras, bij het weggetje net voor het Pannenkoekenhuis Aart Jansen, nu Bergzicht geheten, in de nabijheid van het kleine witte huisje. De blokhut is dus daar in elkaar gezet en staat er nog steeds.

Bij de Hoogt is later een chauffeurswoning annex gastenverblijf gebouwd dat de naam kreeg: 'Onder de beuken'. Teddy van Dam, een markante kunstenares, heeft er lang gewoond. De architect van 'Onder de beuken' was dezelfde als die van De Hoogt. In het midden bevond zich een garage met plaats voor twee auto's (een luxe in die tijd). De chauffeursfamilie bewoonde een gedeelte, het overige gedeelte was gastenverblijf. Het gebouw is lange tijd verwaarloosd maar inmiddels is het weer prachtig gerestaureerd en zelfs tot Rijksmonument verheven.

Het huis 't Stort stond er al toen vader ging bouwen. Broer W.H. de Beaufort heeft er altijd gewoond. Ook deze buitenplaats, inmiddels eigendom van de familie Van Beuningen, is inmiddels in haar oude luister hersteld.

Relatie met het dorp Maarn

Honderd jaar geleden bestond de Utrechtse Heuvelrug overwegend uit heide. Vanaf het terras konden wij over heel Maarn kijken. Toen begin 1920 de boerderij De Haar afbrandde konden wij dat vanaf het terras bij De Hoogt zien. De Haar lag op het grondgebied van Maarn en Woudenberg. Mijn vader was eigenaar van De Haar. Bij de brand moest gewacht worden op de brandweer uit Doorn. Tegen de tijd dat die kwam was de boerderij geheel afgebrand. Het oude bijgebouw is blijven staan. Het uitzicht vanaf De Hoogt was fantastisch. Je kon helemaal naar de Veluwe kijken. De aanleg van de wijk Tuindorp met het Burgemeester Everwijn Langeplein hebben wij vanaf De Hoogt kunnen volgen. Al die rode daken. Het was wel leuk dat het gehele dorp Maarn te zien was. Alles was net ingeplant richting Maarn, de Douglassen waren toen nog kleine boompjes. De weilanden begonnen bij de Bakkersweg. Bij Tuindorp, het Burgemeester Everwijn Langeplein en het gemeentehuis was het in het begin van de twintigerjaren allemaal heide. Ik heb nog wel een foto, waarop mijn broer en mijn zus meerijden bij de intocht van de eerste, nieuwe burgemeester Everwijn Lange. Dat was een feestelijke gebeurtenis. Bij Gadellaa stond een muziektent van Astra uit Maarsbergen. Het was een groot feest, een fantastisch evenement.

In het voorjaar en de zomer ging het vee dat wij hadden van De Hoogt naar de boerderij De Haar. Tot 1940 ging het vee altijd over de Laan van Laag Kanje en de Dwarsweg naar De Haar. Op De Haar is een grote appelboomgaard geplant. Mijn man heeft na de oorlog de boerderij van vader gekocht en de appelboomgaard verder uitgebreid. 's Zomers was er in Florida niets te doen en dan waren wij hier. Aan fruit geen gebrek. Sinaasappels in Florida en appels in Nederland.

Op de vraag of de Droststeeg ooit een kerkenpad is geweest bleef Greet het antwoord schuldig. Hun vee ging langs de weg van Laag Kanje. De Droststeeg was meer het pad waarover het vee van de Hoekenkamp via Eyckelenburg naar De Meent werd gedreven. (een meent of mient is een term die vroeger gebruikt werd voor een onverdeelde gemeenschappelijke weide).
Ik vond het altijd prachtig langs het huis van Ole Bentinck, vroeger van Taets van Amerongen, te lopen. Ook de twee prefab vakantiewoningen aan het einde van de Meentsteeg waren erg leuk. Eén ervan wordt nog steeds bewoond door mevrouw Broekhuijsen-Hattink. In de oorlog hebben hier onderduikers gewoond. Ook het oude huis van Daan de Jong, dat stond naast het huidige huis van Freek van Beuningen, kan ik mij nog goed herinneren.

Nog even terug naar de woning achter de Knorrenbuurt en het Hoenderpark De Venen.
Met de mensen uit de Knorrenbuurt kreeg je moeilijk contact. Op zondag spraken ze zeker niet met je en als je goedendag tegen hen zei dan kreeg je geen antwoord terug.

Toen op een gegeven moment een huisje in de Knorrenbuurt in brand stond hebben ze ons niet gewaarschuwd. Op onze vraag: 'waarom niet, had ons dan aangeschoten, want wij hebben telefoon' kregen wij als antwoord, dat dat niet nodig was, omdat zij hun eigen geloofsgenoten hadden, die hen konden helpen. Het huisje is dus afgebrand, maar door de hulp van hun geloofsgenoten kreeg het dakloze gezin meer terug dan het ervoor had bezeten.

Vanuit De Hoogt en de Knorrenbuurt wandelden wij altijd naar De Venen. Vanaf De Hoogt liep je dan via De Peppel Enk en de hei naar een houten trap op de Bakkersweg ( de Hoge Overdam),  over de spoorlijn omhoog en aan de overkant naar beneden langs Donselaar en zo kwam je bij De Venen. (Nu zou je door de nieuwe fietstunnel gaan.) Als wij van de Knorrenbuurt naar De Venen binnendoor gingen, kwamen wij langs het kleine arbeidershuisje aan de Eikenlaan. Daar woonde Droffelaar sr, de vader van de latere plantsoenenman in de gemeente Maarn. Droffelaar sr en zijn vrouw sliepen beneden in de bedstee en hun twaalf kinderen sliepen allemaal boven. Zij hadden ook nog een varken. Ook liepen wij wel eens naar De Venen langs het huis aan de Buurtsteeg, waar later hoefsmid Wijnen ging wonen.

In het dorp zelf stond al een aantal huizen langs de Kapelweg. De meeste grond in de buurt van de Kapelweg was van wijnhandelaar Boele uit Amsterdam. In het huis naast het Chinese restaurant, gebouwd in de Amsterdamse stijl, woonde Wim van de Brink. Hij had geen slik, geen gehemelte. Vanaf 1939 woonde daar de bekende familie Strijdhorst, aanvankelijk woninginrichting en meubelmakerij. Na de oorlog werd het assortiment uitgebreid met speelgoed, huishoudelijke artikelen en souvenirs. Ze speelden duidelijk in op het toenemende toerisme en de komst van forensen. Er waren toen nog veel winkels in Maarn. Met de nonnen van het klooster de Plattenberg hadden wij nooit contact.

Greet overleed  op 9 augustus 2012, bijna 102 jaar oud. Hieronder de uitnodiging die zij stuurde bij haar 100e verjaardag.