Voormalige Merseberch School en Meestershuis - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 56-58

Voor 1863 had Maarsbergen (en Maarn) geen school en moesten de kinderen in omliggende dorpen (Woudenberg, Doorn of Austerlitz) de school bezoeken. Een deel van de Maarsbergse kinderen ging overigens helemaal niet naar school: zij moesten al jong meehelpen om de kost te verdienen. Het ontwerp van het oorspronkelijke schoolgebouw, twee lokalen en een woning voor het schoolhoofd, is in 1862 gemaakt door Gerardus Diderikus Wijndels de Jongh (1829-1895), opzichter van 's Rijksgebouwen te Utrecht. In 1863 werd de school gebouwd en met het lesgeven begonnen. In 1920 is het schoolgebouw verbouwd door er aan de achterzijde nog twee lokalen tegenaan te bouwen. Tot 1982 bleef de Merseberch-school in gebruik. Daarna gingen de leerlingen naar een nieuw schoolgebouw aan de Van Beuningenlaan. In het oude schoolgebouw werden exposities gehouden. In 1998/1999 is de oude school verbouwd door de architecten Henk Fortuijn en Henk Gaasbeek. Zij zagen mogelijkheden om het oude gebouw zodanig van binnen te verbouwen dat er een architectenbureau in gevestigd kon worden. Het schoolgebouw heet nu "De Heeren Hendrik" (naar de twee Henken die het opknapten). De woning van het schoolhoofd heet " 't Meesterhuis".

MerseberchSchool001 MerseberchSchool002


Referenties

Voormalige Boerderij, De Venen 11

De kleine langhuisboerderij staat met de voorgevel in de richting van de A12. Het boerderijtje is gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw. Toen rond 2011 de oorspronkelijke bewoners vertrokken verloor het zijn agrarische functie. Even verderop, nog iets dichter bij de A12 op de Venen 13 staat nóg een iets kleiner boerderijtje.

DeVenen11 001 DeVenen11 002


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 180.
  • CHC collectie, foto's 18-9-2012.

Zanderij en Steneneiland - Aardkundig Monument

Inleiding
Tussen 1838 en 1845 werd de spoorlijn van Utrecht naar Arnhem aangelegd. Voor het tracé is een zo recht mogelijke lijn aangehouden tussen beide plaatsen. Binnen Maarn zijn echter twee bochten in de spoorlijn opgenomen. De achtergrond van deze keuze is waarschijnlijk het feit, dat men komende van Driebergen de kortste ingraving bij Maarn wilde maken op de plaats waar zich in de Utrechtse Heuvelrug een laagte bevond. Door daar de ingraving te plannen is het uitvoeren van het grondwerk zo beperkt mogelijk gehouden. De ingraving werd in de jaren daarna steeds verder naar het zuiden uitgebreid waardoor de zandafgraving ontstond. Op het vrijgekomen terrein werd vanaf 1901 een rangeeremplacement ingericht. Van 1953-1970 bood het terrein ook nog plaats aan het Geniepark Maarn.

Ontwikkeling van zanderij en rangeeremplacement
De geschiedenis van Maarn hangt nauw samen met de groei van de zandafgraving, waarvan de officiële start plaatsvond in 1865. De eerste nevensporen voor de spoorlijn zijn in dat jaar aangelegd en tien jaar later, in 1875, is de bedrijvigheid inmiddels uitgegroeid tot een groot zandwinbedrijf. De geschiedschrijving meldt dat er in het jaar 1890 al zestig mensen in de zandafgraving aan het werk waren. Cijfers uit de jaren dertig van de vorige eeuw, de crisisjaren, maken melding van dertig zandgravers die per dag drie treinwagons moesten laden voor vijfendertig gulden per week. Dat komt neer op ongeveer 36 kubieke meter zand per graver per dag. Het zand werd vanaf de helling naar beneden geschoven en kwam naast de wagons terecht. Van daar kon het met de 'zweetlepel' (de schop) worden opgeschept in de wagons.
Het zand werd gebruikt ten behoeve van aanleg en onderhoud van spoorlijnen. Vooral voor het traject Woerden-Gouda is veel zand uit Maarn gebruikt. Rond 1940 begon men het zand op mechanische wijze af te graven; dit betekende werkloosheid voor een groot deel van de gravers.

Zanderij002 Zanderij001

Steden zoals Utrecht, Amersfoort en Arnhem kregen steeds meer behoefte aan grote rangeerterreinen. Het vrijkomen van een grote vlakte aan afgegraven grond maakte het mogelijk in Maarn een groot rangeeremplacement aan te leggen. Op die manier konden de steden ontlast worden van rangeerbewegingen. In 1901 was het zover. In de zandafgraving werd 16,5 km spoorbaan aangelegd met 44 wissels, 9 driewegwissels en 3 hele en 3 halve Engelse wissels. Er verrezen drie grote seinhuizen met bloktoestellen, telefoons en wekkertoestellen, en voor de verlichting werden maar liefst 28 hoge booglampen geplaatst. Een tijdelijk elektriciteitsstation met twee grote dynamo's leverde de benodigde stroom voor het emplacement en voor de watervoorziening werd een groot reservoir gebouwd. Tenslotte werd uit Utrecht een draaischijf voor locomotieven naar Maarn getransporteerd om het geheel compleet te maken. In 1917 nam men een rangeerheuvel in gebruik, zodat het rangeerproces sneller zou kunnen verlopen. In 1919 werd de oude draaischijf vervangen door een grote draaischijf met een diameter van 18 meter, afkomstig uit Roosendaal.

Stenen in de zandafgraving
Sedert 2004 is de Zanderij een officieel aardkundig monument. Deze monumenten zijn min of meer een noviteit binnen de monumentenwet. Het idee om aardkundige monumenten te benoemen en dus te gaan beschermen, ontstond in 1994. In dat jaar moesten projecten worden gekozen in het kader van het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995. De provincie Utrecht telt inmiddels zeven officiële aardkundige monumenten. Binnen de provincie is nog een aantal plaatsen aangewezen als aardkundig monument. Ze staan beschreven in het boek van Wim Hoogendoorn evenals de criteria waaraan zo'n aardkundig monument moet voldoen. Tot 1941 werd het zand met de hand afgegraven en tijdens dat graven kwam men een enorme hoeveelheid stenen tegen.

Zanderij005

Dat was lastig, zeker toen men in 1901 begon met de aanleg van het rangeerterrein. De enorme steenmassa verplaatsen leek geen optie en uiteindelijk stortte men over de stenen een dikke laag zand waarop een groot aantal sporen werd aangelegd. Toen in 1994 het rangeerterrein 'ontmanteld' werd, kwam het keienveld weer tevoorschijn en het had niet veel gescheeld of alle stenen waren verdwenen uit de zanderij. Verkocht, gestolen of zomaar naar een andere bestemming 'gegaan'. In Maarn en omgeving vindt men daarom ook op veel locaties prachtige zwerfkeien van zeer groot formaat. Maar die stenen waren ook een leidraad bij het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Het was dus van groot belang dat de collectie keien op de locatie bijeen bleef. Om dit te bewerkstelligen en 'verdwijning' van de stenen te voorkomen richtte W. F. de Beaufort, toentertijd wonende op de Maarnse buitenplaats 't Stort, als eerste in zijn achtertuin een geologisch park in met stenen uit de zandafgraving.

Ontstaan van het Steneneiland
Wetenschappers en plaatselijke pioniers als Gerard Gongrijp, Jaap Zandstra en Maarten van Vliet hebben zich vervolgens, in samenwerking met de vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk, enorm ingezet om de stenen te behouden en te determineren. Daarna wist Wim Hoogendoorn, de geestelijke vader van de aardkundige monumenten in Nederland en toentertijd medewerker van de Provincie Utrecht, de stenencollectie in te passen in het bestaande aardkundig beleid. Daarmee was het behoud van de keiencollectie 'keihard' verzekerd en heeft Maarn nu een spectaculair aardkundig monument: het Zwerfsteneneiland in de Zanderij.
De Maarnse kunstenaar Peter Enter ontwierp voor de formatie van de stenen een Kompas-roos die op een (schier)eilandje kwam te liggen. De stenen werden gedetermineerd en gesorteerd en vervolgens soort bij soort ingepast in het ontwerp. Globaal is men tot de volgende indeling van de stenen gekomen: stollingsgesteenten, afzettingsgesteenten, omzettingsgesteenten en stenen van zuidelijke herkomst.
In de Zanderij liggen als toegang tot het Zwerfsteneneiland ook nog restanten van de twee draaischijven van het oude rangeerterrein. Samen met het tot vleermuizenverblijfplaats omgebouwde transformatorhuisje behoren deze objecten tot ons 'industrieel erfgoed'.

Zanderij003 Zanderij004

Ons verre verleden is voor het gemak ingedeeld in perioden die men vervolgens een naam gaf. Zo noemen we bijvoorbeeld de voorlaatste ijstijd, die ongeveer 150.000 jaar geleden plaatsvond, het 'Riss' of 'Saalien'. Eigenlijk weten wetenschappers niet zo veel van die tijd, maar wat we wel weten is dat er in die periode vanuit de noordelijke streken die we nu aanduiden als Scandinavië, een grote uitbreiding tot stand kwam van het landijs. Onlangs is vast komen te staan dat op de bodem van het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk een vallei ligt van een prehistorische superrivier die destijds naar het zuidwesten stroomde. Door een doorbraak van een natuurlijke dam, ongeveer ter hoogte van Calais, overstroomde zo ongeveer heel Nederland en ook de huidige Noordzee met zoet water. In de ijstijden lag het niveau van de zee tot wel 120 meter lager dan nu omdat veel water opgeslagen lag in de enorme ijskappen. Aan de hand van de sporen die gevonden zijn in het Kanaal en op de bodem van de Noordzee dateert men deze vloedgolf tussen 450.000 en 200.000 jaar geleden. Een tweede vloedgolf vond ongeveer 150.000 jaar geleden plaats, rondom de voorlaatste ijstijd. Dat was ook de tijd dat de enorme hoge wal van ijs, modder en stenen ons land binnen stroomde en onder andere de Utrechtse Heuvelrug ontstaan is. In feite is het een stuwwal die ontstaan is als gevolg van de enorme natuurkrachten die vrijkwamen tijdens het oprukken van het landijs.
De massa's zwerfkeien, die meegevoerd werden met het landijs, zijn de stille getuigen van een natuurverschijnsel dat heel lang geleden plaatsvond. Kenmerken van de verschillende soorten zwerfkeien zijn te lezen op de borden bij de verschillende groepen. Wie er meer van wil weten kan ook een rondleiding over het Zwerfsteneneiland meemaken.

Toekomst van de Zanderij
Na ruim anderhalve eeuw zandwinning en spoorwegwerken, zijn op l maart 2002 alle industriële activiteiten gestopt. De zandafgraving leverde wellicht de belangrijkste bijdrage aan de groei van het huidige Maarn. Rond 1900 was de zanderij zelfs de belangrijkste werkgever in de wijde omgeving. Dankzij de bedrijvigheid in de zanderij kwamen er scholen, winkels en kerken en werd onder andere Tuindorp' gebouwd. Nadat alle werkzaamheden gestopt waren is een natuurinrichtingsplan gemaakt; het gebied is heel sober beplant en voorlopig afgesloten voor publiek om de ontwikkeling van nieuwe natuur een handje te helpen. Inmiddels oogt de Zanderij al helemaal groen en hebben tal van wilde inheemse diersoorten er een thuis of een pleisterplaats gevonden. Eind 2013 is de zandafgraving na een tijdlang afgesloten geweest te zijn weer opengesteld voor extensieve recreatie met de nadruk op natuurbeleving.


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 42.
  • Treinen door Maarn en Maarsbergen, pag 16, 50.
  • RHC Zuidoost Utrecht, Beeldbank Maarn foto's 241berg002, 241berg010 (1930) en 241berg061.
  • CHC Collectie, foto's 2012, 2013
  • Blogspot Geniepark Maarn.
  • Website Zwerfsteneneiland

Voormalig Stationsgebouw met Dienstwoning - Gemeentelijk Monument, Stationsweg 1-3

Maarn moest tot 1875 wachten op een halteplaats aan de tussen 1838 en 1845 aangelegde spoorlijn tussen Utrecht en Arnhem. Twintig jaar later, in 1895, werd de halteplaats daar uitgebreid met aan weerszijden van de baan een klein haltegebouwtje. Er werd alleen op aanvraag gestopt. Als noot bij de dienstregeling van 15 october 1845 staat '...Alle treinen zullen te Maarn nabij de herberg de Plattenberg tot het op- en afladen van reizigers stil houden, wanneer daartoe bij de Chef-Conducteur het vereischte verzoek door de belanghebbenden is gedaan'.

StationMaarn001 StationMaarn002 

StationMaarn003

Het heeft tot 1910 geduurd voordat Maarn een echt station kreeg. Het gebouw omvatte een hal met daarin de loketten en twee wachtkamers: één voor de eerste en tweede klasse reizigers en één voor derde klasse reizigers. Nog steeds is op de kopgevels op rood-gele tegeltableaus de tekst 'MAARN' te lezen. Het station is niet meer als zodanig in gebruik; het heeft momenteel een andere bestemming, maar men kan het wel bezoeken. De 'chefswoning' ernaast is nog steeds bewoond. Tot het begin van de twintigste eeuw was de spoorlijn voor het Maarnse gedeelte van de gemeente van weinig belang. Om de spoorlijn te kruisen waren op diverse plaatsen, bijvoorbeeld bij de Venen en bij Tuindorp, houten trappen gebouwd.

In het stationsgebouw is thans (2013) Atelier Perron 3 gevestigd.


Referenties

Voormalige Gemeentehuis - Rijksmonument 509003, Raadhuisplein 1

Het raadhuis van de gemeente Maarn is in 1925 gebouwd in de laat-neorenaissance stijl, onder architectuur van H. A. Pothoven. Tot in de negentiende eeuw vonden de raadsvergaderingen plaats in het oude rechthuis De Plattenberg. Dit gebouw was boerderij en tevens herberg en werd in 1861 vervangen door de buitenplaats De Plattenberg. Vanaf 1905 vergaderde het gemeentebestuur in café Klein Platten berg, waar een kamer beschikbaar was in het café van de heer E. Veldhuizen. Op 13 augustus 1924 werd de heer F. E. Everwijn Lange benoemd tot de eerste eigen burgemeester van Maarn. Op 19 december 1925 werd het nieuwe raadhuis officieel in gebruik genomen. Alleen het oude gedeelte is rijksmonument; later hebben diverse uitbreidingen en renovaties plaatsgevonden. Het raadhuis in Maarn stond in het begin zeker niet centraal. Het was gebouwd midden op een heideveld. De spoorlijn moest gewoon met een overweg worden gekruist. De wegen en paden rond het raadhuis kwamen uit op de Zwarteweg, tegenwoordig Kapelweg geheten. De buurgemeente Woudenberg heeft een gemeentehuis, dat door dezelfde architect Pothoven is ontworpen en gebouwd (1936). De overeenkomst tussen de gemeentehuizen is duidelijk herkenbaar.

Raadhuis001 Raadhuis002 

Raadhuis003 Raadhuis004


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 164.
  • Geloven in Monumenten, pag 45.
  • RHC Zuidoost Utrecht THA Maarn foto's 241rap006, 241rap001(1926) en 241rap042(1982)
  • Collectie CHC Ansichtkaart Stijne
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.

Boerderij De Meente - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 92a

De dwarshuisboerderij met schuren en een schaapskooi ligt aan het eind van een smalle toegangsweg op enige honderden meters afstand van de Woudenbergseweg. Het bouwjaar is onbekend, maar in 1832 was er al bebouwing op deze plaats in eigendom van van de wed. Rijk Grootveld.

DeMeente001 DeMeente002


Schaapskooi - Rijksmonument 509006, Woudenbergseweg bij 92a

Ten zuiden van boerderij de Meent ligt in het weiland een bakstenen schaapskooi. De schaapskooi wordt in de oudste kadastrale informatie van 1832 al genoemd. Deze kooi heeft een traditionele rechthoekige plattegrond met driezijdige uitgebouwde kopgevels en is de laatste van dit type in Maarsbergen. Ruim honderd jaar geleden waren er nog enkele tientallen schaapskooien in Maarsbergen. Door het toepassen van kunstmest en de ontginning van de heidegronden was de schapenhouderij(voor de mest) vanaf het einde van de negentiende eeuw niet meer nodig in de agrarische bedrijfsvoering, waardoor ook de schaapskooien nutteloos werden. Bijna allemaal zijn ze nog enige tijd gebruikt als varkensschuur en daarna afgebroken. Het schilddak van de schaapskooi heeft een dakbedekking van grijze en rode Hollandse pannen op de zijvlakken en van riet op de kopse kanten. Aan de voorzijde is het dak opgelicht. De topgevel bestaat uit houten gepotdekselde planken, waarin een hooiluik is gezet. De schaapskooi is sinds 1998 rijksmonument, maar verkeert helaas in ruïneuze toestand.

DeMeente003 DeMeente004


Referenties

Voormalige Vakantiewoningen Welma - Meentsteeg 1 en Gemeentelijk Monument Meensteeg 3

Gebouwd als vakantiehuisjes op één perceel door Martin Johan Broekhuijsen in 1922. Later aanzienlijk uitgebreid en verbouwd tot twee woonhuizen op twee aparte percelen.

Meentsteeg 01 Meentsteeg 03


Referenties

Voormalig Tolhuis - Rijksmonument 509672, Maarnse Grindweg 51

Het tolhuis is gebouwd in (of omstreeks) 1848 en in gebruik geweest als woning voor de tolheffer tot 1923. Voordat de bocht in de Woudenbergseweg werd aangelegd, kwam alle verkeer tussen Maarsbergen en Leersum langs het Tolhuis. Voor het onderhoud van de straatweg moesten de passanten tol betalen.

De bouwstijl van het Tolhuis doet sterk aan die van boerderij Het Blauwe Huis denken. In de voorgevel bevindt zich de plaats van de oude ingang: een gepleisterde bakstenen omlijsting van pilasters en kroonlijst. De openslaande deuren met zes ruiten en beneden houten panelen in de kleuren van Maarsbergen zijn 20ste-eeuws; oorspronkelijk was dit de deurpartij. Hierboven bevindt zich een rond venster onder een lijst. Op de hoek van de voor- en zijgevel zijn nu nog de sporen te zien van de slagboom. Het Tolhuis is aangewezen als rijksmonument. Vroeger heeft het Tolhuis lange tijd gefungeerd als stille kroeg.

Tolhuis001


Referenties

De terreingesteldheid van de Utrechtse Heuvelrug bood in de vroege middeleeuwen tijd slechts beperkte mogelijkheden tot het aanleggen van bouwlanden, te weten in een smalle zone middelhoge gronden langs de flanken van de Heuvelrug. In deze zone lagen in de Karolingische tijd (750-900 n. Chr.) dan ook kleine agrarische nederzettingen. Het agrarische systeem was gebaseerd op een gemengde bedrijfsvoering, waarbij na het jaar 1000 een sterker accent op de akkerbouw kwam te liggen. De akkercomplexen, waar de akkers van verschillende boeren bijeen lagen, worden in Utrecht "engen" genoemd. Elders is de benaming "es" of "enk". Engen komen vooral voor in een langgerekte strook tussen Zeist en Rhenen (de zuidwest-flank) en slechts op enkele plaatsen langs de noordoostflank (o.a. bij Maarn en Maarsbergen). De engen werden regelmatig bemest met schapenmest. Deze werd verkregen door de schapen overdag op de heide te laten lopen en 's avonds op te sluiten in schaapskooien. Om zoveel mogelijk mest te verkrijgen en om de schapen op een droge strooisel laag te laten staan, werden (heide-)plaggen in de schaapskooi gebracht. Door de eeuwenlange bemesting werden de engen opgehoogd.

De Maarnse Eng is gelegen op de flank van de Heuvelrug en dateert in ieder geval uit de elfde eeuw. Mogelijk is de Eng nog ouder, omdat Maarn in het jaar 1028 pas voor het eerst wordt genoemd (als Mandron). Op de oostzijde van de Eng lag een tiental boerderijen op de acht meter hoogtelijn (boven NAP), langs de doorgaande weg in de richting van (Oud-)Leusden en Amersfoort. De bijbehorende hoevestroken lagen in zuid-westelijke richting tegen de helling van de Heuvelrug. De foto's hieronder laten Aarendal en De Pol zien, inmiddels verdwenen boerderijen op de Maarnse Eng. Alleen straatnamen herinneren nog aan deze oude hoeven.

MaarnseEng Aarendal001 MaarnseEng Aarendal002 MaarnseEng DePol001

De Maarnse eng moet het resultaat zijn geweest van een systematisch opgezette ontginning. Van oudsher had de Bisschop van Utrecht in Maarn een overheersende invloed en mogelijk heeft deze een rol gespeeld bij de opzet van de ontginning. Een belangrijk deel van de bisschoppelijke rechten is in de late middeleeuwen overgegaan naar het Domkapittel te Utrecht. Zo had het kapittel het recht om in geheel Maarn tienden te heffen. Dit betekende dat boeren één tiende van de opbrengst van hun veldgewassen (meestal rogge en boekweit) aan het kapittel kwijt waren; oorspronkelijk werd de tiend in natura geheven, maar later werd deze in de vorm van geld betaald. Ook had het kapittel tot het midden van de zeventiende eeuw een groot deel van Maarn in eigendom.

Op de eng lag het bouwland van de hele nederzetting bij elkaar. Het belangrijkste kenmerk van de eng was het ontbreken van een omheining rond de akkers van de deelnemende boeren. Het gebruik van de eng was aan regels gebonden. De boeren op een eng begonnen gelijktijdig met zaaien en oogsten, zodat de eng na de oogst in gebruik genomen kon worden als tijdelijke weidegrond voor het vee. Ook waren zij verplicht om op bepaalde delen van de eng dezelfde gewassen te verbouwen.

DeHoekenkamp007 DeHoekenkamp008

Hierboven een foto van de in 2013 nog voor een gedeelte bestaande laatste akker van de Maarnse Eng bij de Hoekenkamp, bekend om de talloze planten die er voorkomen. Op de foto ernaast een oeroud stukje van een vlechtheg langs de akker, stammend uit de tijd dat het prikkeldraad nog niet was uitgevonden.
De bouwlanden die eertijds bij de Maarnse eng behoorden, zijn in de loop der tijden vrijwel allemaal verdwenen onder het dorp Maarn of bebost. Van de boerenerven op de eng is eveneens weinig óver. In 1993 werd in de dorpskern op de hoek van de Hertenlaan en de Kapelweg nog het boerderijtje Aarendal gesloopt. De Stichting Aarendal heeft geprobeerd het boerderijtje met weide als één van de laatste stukjes oud-Maarn te bewaren, maar tevergeefs. Het moest plaatsmaken voor nieuwe woningen. Dit was zeer spijtig, omdat de keuterboerderij Aarendal de (armoedige) geschiedenis van Maarn in één oogopslag liet zien. De Hoekenkamp was toen het laatst overgebleven boerderijtje van de Eng en beoogd gemeentelijk monument. Deze boerderij is in 2008 afgebroken en enigzins historiserend herbouwd. De foto's hieronder tonen de vóór- en achtergevel van de laatste boerderij van de Maarnse Eng bij het begin van de sloop.

DeHoekenkamp002 DeHoekenkamp009


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 17, 118.
  • De Marke Mandron/Manderen, pag 12, 25.
  • CHC Collectie, foto's 2008 en eerder.

Voormalige Boerderij De Kleine Valkeneng - Rijksmonument 528021-2, Woudenbergseweg 40

De Kleine Valkeneng is in de achttiende eeuw ontstaan. De vroegste vermelding dateert net als die van het oude Blauwe Huis uit 1753. De boerderij is niet meer in bedrijf. Ook de Kleine Valkeneng is een typisch hallehuis, met eikenhouten gebinten. Het dak met afgewolfde einden is met riet gedekt. In de wit gepleisterde voorgevel zitten vier vensters met luiken, twee grote in het midden en twee kleine aan de zijkant. Boven in de voorgevel zat vroeger een hooiluik, maar dat is in de vijftiger jaren van de vorige eeuw vervangen door het huidige zolderlicht. Tot de ruilverkaveling (Heiligenbergerbeek) in 1982 was afgerond, behoorde bij de boerderij negen hectare grond. Het was voor de Tweede Wereldoorlog een gemengd bedrijf net als de andere boerderijen in de omgeving. De veestapel bestond uit melkkoeien, varkens en kippen en er werden voornamelijk rogge en aardappelen verbouwd. Na 1945 werd de veestapel belangrijker en werd een steeds groter deel van het bouwland in weiland omgezet. Omdat de Kleine Valkeneng een klein boerenbedrijf was, is het slechts heel langzaam gemechaniseerd. Een tractor en melkmachine kwamen beduidend later dan bij de meeste andere boeren in de omgeving.

KleineValkeneng001 KleineValkeneng002

Ook de boerderij zelf is niet of nauwelijks gemoderniseerd en het interieur bevindt zich nog in de oude staat. Aan de indeling is de laatste 50 tot 100 jaar weinig gewijzigd. Zo zijn op de deel de paardenbox, de grupstallen en de afgetimmerde keten op de hilden nog aanwezig. Het voorhuis is in drieën gedeeld. In het midden bevindt zich de woonkamer en aan beide zijden bevinden zich slaapkamertjes. Links is ook de kelder en de opkamer aanwezig. In de woonkamer bevindt zich een mooie schouw, betegeld met "witjes". Boven de schouw is in het rookkanaal een rookkast aanwezig, waarin vroeger de worsten en de hammen werden gerookt. De rookkast is ruim: de hammen en worsten van twee varkens konden tegelijkertijd worden gerookt. Op de geut bevindt zich nog een oude koperen pomp.

In de varkensschuur achter het huis staan oude eiken spanten, die afkomstig zouden zijn uit de Grote Valkeneng. Deze hofstede (meer zuidwaarts richting Leersum gelegen) is in 1889 afgebroken. De zwarte houten schuur bij de boerderij was vroeger een schaapskooi. Nadat de schaapskooi buiten gebruik was geraakt zijn de schuine wanden rechtgetrokken. Daarna (vanaf circa 1920) werd de schaapskooi gebruikt als varkensschuur. Op het erf staat een oude linde. Links daarvan bevond zich nog tot halverwege de vorige eeuw de waskeet. In dit houten gebouwtje stond het fornuis waarin heet water werd gestookt, onder andere voor het doen van de was. De was keet verloor zijn functie na het verschijnen van de wasmachines en verdween van het erf. Verder bevinden zich nog diverse kleine opstallen op het erf (kippenschuur, eenvoudige melkstal en een hooiberg met zinken kap en betonnen roeden uit 1968).

Het erf van de Kleine Valkeneng ligt er (2003) dankzij de inzet van de bewoonster, mevrouw A. Westbroek-Appeldoorn, en de hulp van haar familie altijd netjes verzorgd bij. Dit geldt zeker voor de karakteristieke boerentuin voor het huis.

NB De Kleine Valkeneng is na 2003 ingrijpend maar wel historiserend verbouwd en heeft desondanks twee inschrijvingen in het rijksmonumentenregister.


Referenties

Subcategorieën

Van Maarn en Maarsbergen is een aantal oude kaarten bekend die veel details laten zien van de ontwikkeling van het landschap, bebouwing en infrastructuur van de twee marken tot een gemeente in de moderne tijd. Deze gemeente is na de herindeling sinds enkele jaren onderdeel van gemeente Utrechtse Heuvelrug. 

De kaarten zijn chronologisch geordend, waarbij de reeks wordt voorafgegaan door de Cultuurhistorische Waardenkaart. Deze kaart werd door de CHC werd opgesteld om het historisch erfgoed van Maarn en Maarsbergen nauwkeurig en gedetailleerd vast te leggen. Het gaat daarbij niet alleen om de beschrijving van monumenten maar ook om de vele historische elementen die het landschap van Maarn en Maarsbergen telt. In dit landschap zijn ook een zandafgraving met steneneiland (aardkundig monument), grafheuvels en vele sporen van oude ontginningen terug te vinden.

Het bekijken van deze kaart maakt de interpretatie van de andere kaarten eenvoudiger.

  • Voor een snelle eerste indruk, wordt een kleine afbeelding getoond onder ieder artikel
  • Een klik op Toelichting brengt je naar de toelichting van één of meer kaarten. Deze kunnen soms zeer gedetailleerd zijn en veel interessante informatie over de geschiedenis van Maarn en Maarsbergen bevatten.     
  • Een klik op Kaart toont de kaart in Google Maps. Je kunt de kaart verschuiven, in- en uitzoomen en in de meeste gevallen objecten aanklikken voor nadere informatie..
  • Een klik op Projectie toont de kaart als projectie over de basiskaart van Maarn en Maarsbergen in Google Maps. De transparantie is instelbaar en dit maakt het mogelijk om in één oogopslag vroeger en nu te vergelijken.

NB: Om de kaarten goed te kunnen bestuderen zijn wat grotere beeldbestanden noodzakelijk, het kan enkele seconden duren vóór de kaart verschijnt. Tijdens het laden van de grote afbeeldingen verschijnt de tekst: 'Helaas hebben we hier geen beelden van'!  Wacht geduldig af.

Een wandeling door de omgeving van Maarn en Maarsbergen aan de hand van historische beschrijvingen. Hoe leuk is dat ? Geniet van het natuurschoon en laat u informeren over de ontstaans geschiedenis van de streek.