Voormalige Merseberch School en Meestershuis - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 56-58

Voor 1863 had Maarsbergen (en Maarn) geen school en moesten de kinderen in omliggende dorpen (Woudenberg, Doorn of Austerlitz) de school bezoeken. Een deel van de Maarsbergse kinderen ging overigens helemaal niet naar school: zij moesten al jong meehelpen om de kost te verdienen. Het ontwerp van het oorspronkelijke schoolgebouw, twee lokalen en een woning voor het schoolhoofd, is in 1862 gemaakt door Gerardus Diderikus Wijndels de Jongh (1829-1895), opzichter van 's Rijksgebouwen te Utrecht. In 1863 werd de school gebouwd en met het lesgeven begonnen. In 1920 is het schoolgebouw verbouwd door er aan de achterzijde nog twee lokalen tegenaan te bouwen. Tot 1982 bleef de Merseberch-school in gebruik. Daarna gingen de leerlingen naar een nieuw schoolgebouw aan de Van Beuningenlaan. In het oude schoolgebouw werden exposities gehouden. In 1998/1999 is de oude school verbouwd door de architecten Henk Fortuijn en Henk Gaasbeek. Zij zagen mogelijkheden om het oude gebouw zodanig van binnen te verbouwen dat er een architectenbureau in gevestigd kon worden. Het schoolgebouw heet nu "De Heeren Hendrik" (naar de twee Henken die het opknapten). De woning van het schoolhoofd heet " 't Meesterhuis".

MerseberchSchool001 MerseberchSchool002


Referenties

Voormalige Boerderij, De Venen 11

De kleine langhuisboerderij staat met de voorgevel in de richting van de A12. Het boerderijtje is gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw. Toen rond 2011 de oorspronkelijke bewoners vertrokken verloor het zijn agrarische functie. Even verderop, nog iets dichter bij de A12 op de Venen 13 staat nóg een iets kleiner boerderijtje.

DeVenen11 001 DeVenen11 002


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 180.
  • CHC collectie, foto's 18-9-2012.

Zanderij en Steneneiland - Aardkundig Monument

Inleiding
Tussen 1838 en 1845 werd de spoorlijn van Utrecht naar Arnhem aangelegd. Voor het tracé is een zo recht mogelijke lijn aangehouden tussen beide plaatsen. Binnen Maarn zijn echter twee bochten in de spoorlijn opgenomen. De achtergrond van deze keuze is waarschijnlijk het feit, dat men komende van Driebergen de kortste ingraving bij Maarn wilde maken op de plaats waar zich in de Utrechtse Heuvelrug een laagte bevond. Door daar de ingraving te plannen is het uitvoeren van het grondwerk zo beperkt mogelijk gehouden. De ingraving werd in de jaren daarna steeds verder naar het zuiden uitgebreid waardoor de zandafgraving ontstond. Op het vrijgekomen terrein werd vanaf 1901 een rangeeremplacement ingericht. Van 1953-1970 bood het terrein ook nog plaats aan het Geniepark Maarn.

Ontwikkeling van zanderij en rangeeremplacement
De geschiedenis van Maarn hangt nauw samen met de groei van de zandafgraving, waarvan de officiële start plaatsvond in 1865. De eerste nevensporen voor de spoorlijn zijn in dat jaar aangelegd en tien jaar later, in 1875, is de bedrijvigheid inmiddels uitgegroeid tot een groot zandwinbedrijf. De geschiedschrijving meldt dat er in het jaar 1890 al zestig mensen in de zandafgraving aan het werk waren. Cijfers uit de jaren dertig van de vorige eeuw, de crisisjaren, maken melding van dertig zandgravers die per dag drie treinwagons moesten laden voor vijfendertig gulden per week. Dat komt neer op ongeveer 36 kubieke meter zand per graver per dag. Het zand werd vanaf de helling naar beneden geschoven en kwam naast de wagons terecht. Van daar kon het met de 'zweetlepel' (de schop) worden opgeschept in de wagons.
Het zand werd gebruikt ten behoeve van aanleg en onderhoud van spoorlijnen. Vooral voor het traject Woerden-Gouda is veel zand uit Maarn gebruikt. Rond 1940 begon men het zand op mechanische wijze af te graven; dit betekende werkloosheid voor een groot deel van de gravers.

Zanderij002 Zanderij001

Steden zoals Utrecht, Amersfoort en Arnhem kregen steeds meer behoefte aan grote rangeerterreinen. Het vrijkomen van een grote vlakte aan afgegraven grond maakte het mogelijk in Maarn een groot rangeeremplacement aan te leggen. Op die manier konden de steden ontlast worden van rangeerbewegingen. In 1901 was het zover. In de zandafgraving werd 16,5 km spoorbaan aangelegd met 44 wissels, 9 driewegwissels en 3 hele en 3 halve Engelse wissels. Er verrezen drie grote seinhuizen met bloktoestellen, telefoons en wekkertoestellen, en voor de verlichting werden maar liefst 28 hoge booglampen geplaatst. Een tijdelijk elektriciteitsstation met twee grote dynamo's leverde de benodigde stroom voor het emplacement en voor de watervoorziening werd een groot reservoir gebouwd. Tenslotte werd uit Utrecht een draaischijf voor locomotieven naar Maarn getransporteerd om het geheel compleet te maken. In 1917 nam men een rangeerheuvel in gebruik, zodat het rangeerproces sneller zou kunnen verlopen. In 1919 werd de oude draaischijf vervangen door een grote draaischijf met een diameter van 18 meter, afkomstig uit Roosendaal.

Stenen in de zandafgraving
Sedert 2004 is de Zanderij een officieel aardkundig monument. Deze monumenten zijn min of meer een noviteit binnen de monumentenwet. Het idee om aardkundige monumenten te benoemen en dus te gaan beschermen, ontstond in 1994. In dat jaar moesten projecten worden gekozen in het kader van het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995. De provincie Utrecht telt inmiddels zeven officiële aardkundige monumenten. Binnen de provincie is nog een aantal plaatsen aangewezen als aardkundig monument. Ze staan beschreven in het boek van Wim Hoogendoorn evenals de criteria waaraan zo'n aardkundig monument moet voldoen. Tot 1941 werd het zand met de hand afgegraven en tijdens dat graven kwam men een enorme hoeveelheid stenen tegen.

Zanderij005

Dat was lastig, zeker toen men in 1901 begon met de aanleg van het rangeerterrein. De enorme steenmassa verplaatsen leek geen optie en uiteindelijk stortte men over de stenen een dikke laag zand waarop een groot aantal sporen werd aangelegd. Toen in 1994 het rangeerterrein 'ontmanteld' werd, kwam het keienveld weer tevoorschijn en het had niet veel gescheeld of alle stenen waren verdwenen uit de zanderij. Verkocht, gestolen of zomaar naar een andere bestemming 'gegaan'. In Maarn en omgeving vindt men daarom ook op veel locaties prachtige zwerfkeien van zeer groot formaat. Maar die stenen waren ook een leidraad bij het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Het was dus van groot belang dat de collectie keien op de locatie bijeen bleef. Om dit te bewerkstelligen en 'verdwijning' van de stenen te voorkomen richtte W. F. de Beaufort, toentertijd wonende op de Maarnse buitenplaats 't Stort, als eerste in zijn achtertuin een geologisch park in met stenen uit de zandafgraving.

Ontstaan van het Steneneiland
Wetenschappers en plaatselijke pioniers als Gerard Gongrijp, Jaap Zandstra en Maarten van Vliet hebben zich vervolgens, in samenwerking met de vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk, enorm ingezet om de stenen te behouden en te determineren. Daarna wist Wim Hoogendoorn, de geestelijke vader van de aardkundige monumenten in Nederland en toentertijd medewerker van de Provincie Utrecht, de stenencollectie in te passen in het bestaande aardkundig beleid. Daarmee was het behoud van de keiencollectie 'keihard' verzekerd en heeft Maarn nu een spectaculair aardkundig monument: het Zwerfsteneneiland in de Zanderij.
De Maarnse kunstenaar Peter Enter ontwierp voor de formatie van de stenen een Kompas-roos die op een (schier)eilandje kwam te liggen. De stenen werden gedetermineerd en gesorteerd en vervolgens soort bij soort ingepast in het ontwerp. Globaal is men tot de volgende indeling van de stenen gekomen: stollingsgesteenten, afzettingsgesteenten, omzettingsgesteenten en stenen van zuidelijke herkomst.
In de Zanderij liggen als toegang tot het Zwerfsteneneiland ook nog restanten van de twee draaischijven van het oude rangeerterrein. Samen met het tot vleermuizenverblijfplaats omgebouwde transformatorhuisje behoren deze objecten tot ons 'industrieel erfgoed'.

Zanderij003 Zanderij004

Ons verre verleden is voor het gemak ingedeeld in perioden die men vervolgens een naam gaf. Zo noemen we bijvoorbeeld de voorlaatste ijstijd, die ongeveer 150.000 jaar geleden plaatsvond, het 'Riss' of 'Saalien'. Eigenlijk weten wetenschappers niet zo veel van die tijd, maar wat we wel weten is dat er in die periode vanuit de noordelijke streken die we nu aanduiden als Scandinavië, een grote uitbreiding tot stand kwam van het landijs. Onlangs is vast komen te staan dat op de bodem van het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk een vallei ligt van een prehistorische superrivier die destijds naar het zuidwesten stroomde. Door een doorbraak van een natuurlijke dam, ongeveer ter hoogte van Calais, overstroomde zo ongeveer heel Nederland en ook de huidige Noordzee met zoet water. In de ijstijden lag het niveau van de zee tot wel 120 meter lager dan nu omdat veel water opgeslagen lag in de enorme ijskappen. Aan de hand van de sporen die gevonden zijn in het Kanaal en op de bodem van de Noordzee dateert men deze vloedgolf tussen 450.000 en 200.000 jaar geleden. Een tweede vloedgolf vond ongeveer 150.000 jaar geleden plaats, rondom de voorlaatste ijstijd. Dat was ook de tijd dat de enorme hoge wal van ijs, modder en stenen ons land binnen stroomde en onder andere de Utrechtse Heuvelrug ontstaan is. In feite is het een stuwwal die ontstaan is als gevolg van de enorme natuurkrachten die vrijkwamen tijdens het oprukken van het landijs.
De massa's zwerfkeien, die meegevoerd werden met het landijs, zijn de stille getuigen van een natuurverschijnsel dat heel lang geleden plaatsvond. Kenmerken van de verschillende soorten zwerfkeien zijn te lezen op de borden bij de verschillende groepen. Wie er meer van wil weten kan ook een rondleiding over het Zwerfsteneneiland meemaken.

Toekomst van de Zanderij
Na ruim anderhalve eeuw zandwinning en spoorwegwerken, zijn op l maart 2002 alle industriële activiteiten gestopt. De zandafgraving leverde wellicht de belangrijkste bijdrage aan de groei van het huidige Maarn. Rond 1900 was de zanderij zelfs de belangrijkste werkgever in de wijde omgeving. Dankzij de bedrijvigheid in de zanderij kwamen er scholen, winkels en kerken en werd onder andere Tuindorp' gebouwd. Nadat alle werkzaamheden gestopt waren is een natuurinrichtingsplan gemaakt; het gebied is heel sober beplant en voorlopig afgesloten voor publiek om de ontwikkeling van nieuwe natuur een handje te helpen. Inmiddels oogt de Zanderij al helemaal groen en hebben tal van wilde inheemse diersoorten er een thuis of een pleisterplaats gevonden. Eind 2013 is de zandafgraving na een tijdlang afgesloten geweest te zijn weer opengesteld voor extensieve recreatie met de nadruk op natuurbeleving.


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 42.
  • Treinen door Maarn en Maarsbergen, pag 16, 50.
  • RHC Zuidoost Utrecht, Beeldbank Maarn foto's 241berg002, 241berg010 (1930) en 241berg061.
  • CHC Collectie, foto's 2012, 2013
  • Blogspot Geniepark Maarn.
  • Website Zwerfsteneneiland

Voormalig Stationsgebouw met Dienstwoning - Gemeentelijk Monument, Stationsweg 1-3

Maarn moest tot 1875 wachten op een halteplaats aan de tussen 1838 en 1845 aangelegde spoorlijn tussen Utrecht en Arnhem. Twintig jaar later, in 1895, werd de halteplaats daar uitgebreid met aan weerszijden van de baan een klein haltegebouwtje. Er werd alleen op aanvraag gestopt. Als noot bij de dienstregeling van 15 october 1845 staat '...Alle treinen zullen te Maarn nabij de herberg de Plattenberg tot het op- en afladen van reizigers stil houden, wanneer daartoe bij de Chef-Conducteur het vereischte verzoek door de belanghebbenden is gedaan'.

StationMaarn001 StationMaarn002 

StationMaarn003

Het heeft tot 1910 geduurd voordat Maarn een echt station kreeg. Het gebouw omvatte een hal met daarin de loketten en twee wachtkamers: één voor de eerste en tweede klasse reizigers en één voor derde klasse reizigers. Nog steeds is op de kopgevels op rood-gele tegeltableaus de tekst 'MAARN' te lezen. Het station is niet meer als zodanig in gebruik; het heeft momenteel een andere bestemming, maar men kan het wel bezoeken. De 'chefswoning' ernaast is nog steeds bewoond. Tot het begin van de twintigste eeuw was de spoorlijn voor het Maarnse gedeelte van de gemeente van weinig belang. Om de spoorlijn te kruisen waren op diverse plaatsen, bijvoorbeeld bij de Venen en bij Tuindorp, houten trappen gebouwd.

In het stationsgebouw is thans (2013) Atelier Perron 3 gevestigd.


Referenties

Voormalige Gemeentehuis - Rijksmonument 509003, Raadhuisplein 1

Het raadhuis van de gemeente Maarn is in 1925 gebouwd in de laat-neorenaissance stijl, onder architectuur van H. A. Pothoven. Tot in de negentiende eeuw vonden de raadsvergaderingen plaats in het oude rechthuis De Plattenberg. Dit gebouw was boerderij en tevens herberg en werd in 1861 vervangen door de buitenplaats De Plattenberg. Vanaf 1905 vergaderde het gemeentebestuur in café Klein Platten berg, waar een kamer beschikbaar was in het café van de heer E. Veldhuizen. Op 13 augustus 1924 werd de heer F. E. Everwijn Lange benoemd tot de eerste eigen burgemeester van Maarn. Op 19 december 1925 werd het nieuwe raadhuis officieel in gebruik genomen. Alleen het oude gedeelte is rijksmonument; later hebben diverse uitbreidingen en renovaties plaatsgevonden. Het raadhuis in Maarn stond in het begin zeker niet centraal. Het was gebouwd midden op een heideveld. De spoorlijn moest gewoon met een overweg worden gekruist. De wegen en paden rond het raadhuis kwamen uit op de Zwarteweg, tegenwoordig Kapelweg geheten. De buurgemeente Woudenberg heeft een gemeentehuis, dat door dezelfde architect Pothoven is ontworpen en gebouwd (1936). De overeenkomst tussen de gemeentehuizen is duidelijk herkenbaar.

Raadhuis001 Raadhuis002 

Raadhuis003 Raadhuis004


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 164.
  • Geloven in Monumenten, pag 45.
  • RHC Zuidoost Utrecht THA Maarn foto's 241rap006, 241rap001(1926) en 241rap042(1982)
  • Collectie CHC Ansichtkaart Stijne
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.

Boerderij De Meente - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 92a

De dwarshuisboerderij met schuren en een schaapskooi ligt aan het eind van een smalle toegangsweg op enige honderden meters afstand van de Woudenbergseweg. Het bouwjaar is onbekend, maar in 1832 was er al bebouwing op deze plaats in eigendom van van de wed. Rijk Grootveld.

DeMeente001 DeMeente002


Schaapskooi - Rijksmonument 509006, Woudenbergseweg bij 92a

Ten zuiden van boerderij de Meent ligt in het weiland een bakstenen schaapskooi. De schaapskooi wordt in de oudste kadastrale informatie van 1832 al genoemd. Deze kooi heeft een traditionele rechthoekige plattegrond met driezijdige uitgebouwde kopgevels en is de laatste van dit type in Maarsbergen. Ruim honderd jaar geleden waren er nog enkele tientallen schaapskooien in Maarsbergen. Door het toepassen van kunstmest en de ontginning van de heidegronden was de schapenhouderij(voor de mest) vanaf het einde van de negentiende eeuw niet meer nodig in de agrarische bedrijfsvoering, waardoor ook de schaapskooien nutteloos werden. Bijna allemaal zijn ze nog enige tijd gebruikt als varkensschuur en daarna afgebroken. Het schilddak van de schaapskooi heeft een dakbedekking van grijze en rode Hollandse pannen op de zijvlakken en van riet op de kopse kanten. Aan de voorzijde is het dak opgelicht. De topgevel bestaat uit houten gepotdekselde planken, waarin een hooiluik is gezet. De schaapskooi is sinds 1998 rijksmonument, maar verkeert helaas in ruïneuze toestand.

DeMeente003 DeMeente004


Referenties

Voormalige Vakantiewoningen Welma - Meentsteeg 1 en Gemeentelijk Monument Meensteeg 3

Gebouwd als vakantiehuisjes op één perceel door Martin Johan Broekhuijsen in 1922. Later aanzienlijk uitgebreid en verbouwd tot twee woonhuizen op twee aparte percelen.

Meentsteeg 01 Meentsteeg 03


Referenties

Voormalig Tolhuis - Rijksmonument 509672, Maarnse Grindweg 51

Het tolhuis is gebouwd in (of omstreeks) 1848 en in gebruik geweest als woning voor de tolheffer tot 1923. Voordat de bocht in de Woudenbergseweg werd aangelegd, kwam alle verkeer tussen Maarsbergen en Leersum langs het Tolhuis. Voor het onderhoud van de straatweg moesten de passanten tol betalen.

De bouwstijl van het Tolhuis doet sterk aan die van boerderij Het Blauwe Huis denken. In de voorgevel bevindt zich de plaats van de oude ingang: een gepleisterde bakstenen omlijsting van pilasters en kroonlijst. De openslaande deuren met zes ruiten en beneden houten panelen in de kleuren van Maarsbergen zijn 20ste-eeuws; oorspronkelijk was dit de deurpartij. Hierboven bevindt zich een rond venster onder een lijst. Op de hoek van de voor- en zijgevel zijn nu nog de sporen te zien van de slagboom. Het Tolhuis is aangewezen als rijksmonument. Vroeger heeft het Tolhuis lange tijd gefungeerd als stille kroeg.

Tolhuis001


Referenties

De terreingesteldheid van de Utrechtse Heuvelrug bood in de vroege middeleeuwen tijd slechts beperkte mogelijkheden tot het aanleggen van bouwlanden, te weten in een smalle zone middelhoge gronden langs de flanken van de Heuvelrug. In deze zone lagen in de Karolingische tijd (750-900 n. Chr.) dan ook kleine agrarische nederzettingen. Het agrarische systeem was gebaseerd op een gemengde bedrijfsvoering, waarbij na het jaar 1000 een sterker accent op de akkerbouw kwam te liggen. De akkercomplexen, waar de akkers van verschillende boeren bijeen lagen, worden in Utrecht "engen" genoemd. Elders is de benaming "es" of "enk". Engen komen vooral voor in een langgerekte strook tussen Zeist en Rhenen (de zuidwest-flank) en slechts op enkele plaatsen langs de noordoostflank (o.a. bij Maarn en Maarsbergen). De engen werden regelmatig bemest met schapenmest. Deze werd verkregen door de schapen overdag op de heide te laten lopen en 's avonds op te sluiten in schaapskooien. Om zoveel mogelijk mest te verkrijgen en om de schapen op een droge strooisel laag te laten staan, werden (heide-)plaggen in de schaapskooi gebracht. Door de eeuwenlange bemesting werden de engen opgehoogd.

De Maarnse Eng is gelegen op de flank van de Heuvelrug en dateert in ieder geval uit de elfde eeuw. Mogelijk is de Eng nog ouder, omdat Maarn in het jaar 1028 pas voor het eerst wordt genoemd (als Mandron). Op de oostzijde van de Eng lag een tiental boerderijen op de acht meter hoogtelijn (boven NAP), langs de doorgaande weg in de richting van (Oud-)Leusden en Amersfoort. De bijbehorende hoevestroken lagen in zuid-westelijke richting tegen de helling van de Heuvelrug. De foto's hieronder laten Aarendal en De Pol zien, inmiddels verdwenen boerderijen op de Maarnse Eng. Alleen straatnamen herinneren nog aan deze oude hoeven.

MaarnseEng Aarendal001 MaarnseEng Aarendal002 MaarnseEng DePol001

De Maarnse eng moet het resultaat zijn geweest van een systematisch opgezette ontginning. Van oudsher had de Bisschop van Utrecht in Maarn een overheersende invloed en mogelijk heeft deze een rol gespeeld bij de opzet van de ontginning. Een belangrijk deel van de bisschoppelijke rechten is in de late middeleeuwen overgegaan naar het Domkapittel te Utrecht. Zo had het kapittel het recht om in geheel Maarn tienden te heffen. Dit betekende dat boeren één tiende van de opbrengst van hun veldgewassen (meestal rogge en boekweit) aan het kapittel kwijt waren; oorspronkelijk werd de tiend in natura geheven, maar later werd deze in de vorm van geld betaald. Ook had het kapittel tot het midden van de zeventiende eeuw een groot deel van Maarn in eigendom.

Op de eng lag het bouwland van de hele nederzetting bij elkaar. Het belangrijkste kenmerk van de eng was het ontbreken van een omheining rond de akkers van de deelnemende boeren. Het gebruik van de eng was aan regels gebonden. De boeren op een eng begonnen gelijktijdig met zaaien en oogsten, zodat de eng na de oogst in gebruik genomen kon worden als tijdelijke weidegrond voor het vee. Ook waren zij verplicht om op bepaalde delen van de eng dezelfde gewassen te verbouwen.

DeHoekenkamp007 DeHoekenkamp008

Hierboven een foto van de in 2013 nog voor een gedeelte bestaande laatste akker van de Maarnse Eng bij de Hoekenkamp, bekend om de talloze planten die er voorkomen. Op de foto ernaast een oeroud stukje van een vlechtheg langs de akker, stammend uit de tijd dat het prikkeldraad nog niet was uitgevonden.
De bouwlanden die eertijds bij de Maarnse eng behoorden, zijn in de loop der tijden vrijwel allemaal verdwenen onder het dorp Maarn of bebost. Van de boerenerven op de eng is eveneens weinig óver. In 1993 werd in de dorpskern op de hoek van de Hertenlaan en de Kapelweg nog het boerderijtje Aarendal gesloopt. De Stichting Aarendal heeft geprobeerd het boerderijtje met weide als één van de laatste stukjes oud-Maarn te bewaren, maar tevergeefs. Het moest plaatsmaken voor nieuwe woningen. Dit was zeer spijtig, omdat de keuterboerderij Aarendal de (armoedige) geschiedenis van Maarn in één oogopslag liet zien. De Hoekenkamp was toen het laatst overgebleven boerderijtje van de Eng en beoogd gemeentelijk monument. Deze boerderij is in 2008 afgebroken en enigzins historiserend herbouwd. De foto's hieronder tonen de vóór- en achtergevel van de laatste boerderij van de Maarnse Eng bij het begin van de sloop.

DeHoekenkamp002 DeHoekenkamp009


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 17, 118.
  • De Marke Mandron/Manderen, pag 12, 25.
  • CHC Collectie, foto's 2008 en eerder.

Voormalige Boerderij De Kleine Valkeneng - Rijksmonument 528021-2, Woudenbergseweg 40

De Kleine Valkeneng is in de achttiende eeuw ontstaan. De vroegste vermelding dateert net als die van het oude Blauwe Huis uit 1753. De boerderij is niet meer in bedrijf. Ook de Kleine Valkeneng is een typisch hallehuis, met eikenhouten gebinten. Het dak met afgewolfde einden is met riet gedekt. In de wit gepleisterde voorgevel zitten vier vensters met luiken, twee grote in het midden en twee kleine aan de zijkant. Boven in de voorgevel zat vroeger een hooiluik, maar dat is in de vijftiger jaren van de vorige eeuw vervangen door het huidige zolderlicht. Tot de ruilverkaveling (Heiligenbergerbeek) in 1982 was afgerond, behoorde bij de boerderij negen hectare grond. Het was voor de Tweede Wereldoorlog een gemengd bedrijf net als de andere boerderijen in de omgeving. De veestapel bestond uit melkkoeien, varkens en kippen en er werden voornamelijk rogge en aardappelen verbouwd. Na 1945 werd de veestapel belangrijker en werd een steeds groter deel van het bouwland in weiland omgezet. Omdat de Kleine Valkeneng een klein boerenbedrijf was, is het slechts heel langzaam gemechaniseerd. Een tractor en melkmachine kwamen beduidend later dan bij de meeste andere boeren in de omgeving.

KleineValkeneng001 KleineValkeneng002

Ook de boerderij zelf is niet of nauwelijks gemoderniseerd en het interieur bevindt zich nog in de oude staat. Aan de indeling is de laatste 50 tot 100 jaar weinig gewijzigd. Zo zijn op de deel de paardenbox, de grupstallen en de afgetimmerde keten op de hilden nog aanwezig. Het voorhuis is in drieën gedeeld. In het midden bevindt zich de woonkamer en aan beide zijden bevinden zich slaapkamertjes. Links is ook de kelder en de opkamer aanwezig. In de woonkamer bevindt zich een mooie schouw, betegeld met "witjes". Boven de schouw is in het rookkanaal een rookkast aanwezig, waarin vroeger de worsten en de hammen werden gerookt. De rookkast is ruim: de hammen en worsten van twee varkens konden tegelijkertijd worden gerookt. Op de geut bevindt zich nog een oude koperen pomp.

In de varkensschuur achter het huis staan oude eiken spanten, die afkomstig zouden zijn uit de Grote Valkeneng. Deze hofstede (meer zuidwaarts richting Leersum gelegen) is in 1889 afgebroken. De zwarte houten schuur bij de boerderij was vroeger een schaapskooi. Nadat de schaapskooi buiten gebruik was geraakt zijn de schuine wanden rechtgetrokken. Daarna (vanaf circa 1920) werd de schaapskooi gebruikt als varkensschuur. Op het erf staat een oude linde. Links daarvan bevond zich nog tot halverwege de vorige eeuw de waskeet. In dit houten gebouwtje stond het fornuis waarin heet water werd gestookt, onder andere voor het doen van de was. De was keet verloor zijn functie na het verschijnen van de wasmachines en verdween van het erf. Verder bevinden zich nog diverse kleine opstallen op het erf (kippenschuur, eenvoudige melkstal en een hooiberg met zinken kap en betonnen roeden uit 1968).

Het erf van de Kleine Valkeneng ligt er (2003) dankzij de inzet van de bewoonster, mevrouw A. Westbroek-Appeldoorn, en de hulp van haar familie altijd netjes verzorgd bij. Dit geldt zeker voor de karakteristieke boerentuin voor het huis.

NB De Kleine Valkeneng is na 2003 ingrijpend maar wel historiserend verbouwd en heeft desondanks twee inschrijvingen in het rijksmonumentenregister.


Referenties

Voormalige Boerderij De Kleine Bloemheuvel - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 44

Aanvankelijk stond hier, lang geleden, het zogenaamde Koijhuis, de woning van de kooiker van de eendenkooi De Kom, voor het eerst vermeld in 1716. Als hofstede wordt De Kleine Bloemheivel voor het eerst met name genoemd in 1764. Sinds 1960 is dit pand als motel in gebruik. Door de ligging aan de A12 is de bescheiden 18e-eeuwse hofstede annex herberg is uitgegegroeid tot een drukbezochte horeca- en ovenachtingsgelegenheid. Rond 2010 is het motel verdwenen en daarvoor in de plaats kwamen het restaurant La Place en het Hotel Maarsbergen. Het gerestaureerde voorhuis van De Kleine Bloemheuvel is nu (2013) het voorhuis geworden van restaurant La Place.

KleineBloemheuvel002 KleineBloemheuvel004 

KleineBloemheuvel001 KleineBloemheuvel003

Op de foto's respectievelijk het voormalige pension, zijaanzicht van het motel, en tweemaal voorhuis van restaurant La Place.


Referenties

 

Nederlands Hervormde Kapel - Gemeentelijk Monument, Kapelweg 45

De dorpskern Maarn had aan het eind van de 19de eeuw geen kerkgebouw voor de destijds voornamelijk protestantse gemeente. Inmiddels werd er in het begin van de 20ste eeuw al wel gekerkt in café De Plattenberg, ten huize van de heer E. Veldhuizen. De evangelisten De Vries en Volk leidden meestal deze diensten. Zij gingen in deze periode dus zowel in Maarn als in Maarsbergen voor in de eredienst. Maar de dorpskern Maarn breidde zich uit. Woonden er in 1910 nog geen duizend mensen in Maarn, in 1914 zijn dat er 1234. De behoefte aan een kerk groeide.

Aan deze behoefte werd tegemoet gekomen door de familie Van der Poorten Schwartz, die op 'De Zonheuvel' woonde, het tegenwoordige Maarten Maartenshuis in Doorn. De heer J. W. M. van der Poorten Schwartz (1858-1915) was een schrijver/auteur, die onder het pseudoniem Maarten Maartens in Nederland en vooral in Engelstalige landen bekendheid verwierf. De schrijver overleed op 6 augustus 1915 en werd begraven in Nederlangbroek. Ter nagedachtenis aan haar man nam mevrouw Van der Poorten Schwartz het initiatief een kapel te bouwen. Dit geschiedde op het stuk grond van de heer Teunis van de Baan uit Doorn, die een stuk heidegrond had gekocht in Maarn, aan de pas aangelegde gemeenteweg, de huidige Kapelweg. De opdracht voor het bouwen van de kerk werd gegeven door de Nederlandse Hervormde Gemeente te Doorn. In 1916 was de bouw gereed. Het was nauwelijks een echt kerkgebouw te noemen, meer een evangelisatiegebouwtje, klein, rechthoekig, met een aanbouwtje eraan. Het kerkgebouw werd op 9 april 1916 in gebruik genomen met een eredienst met als voorganger ds. Rijnders uit Doorn. De grond bleef aanvankelijk eigendom van de heer Van de Baan.

NHKapel001 NHKapel002

In 1918 richtte men, bij koninklijk besluit, de Vereniging tot Stichting ener zelfstandige Nederlandsche Hervormde Gemeente Maarn-Maarsbergen op. Per 1 januari 1919 vond de overdracht van de kerk namens de stichtster, mevrouw Van der Poorten Schwartz, aan de Stichting plaats. Tegelijkertijd verkocht de heer Van de Baan de grond van de kerk aan de Stichting. Vanaf dat moment streefde de gemeente naar een zelfstandige Hervormde Gemeente Maarn-Maarsbergen. Op zondag 11 februari 1923 werd de Maarnse kerkelijke gemeente voor het eerst met klokgelui ter kerke genodigd. De klok was geschonken door de familie Blijdenstein van Huis te Maarn. Het aantal kerkgangers groeide en de kerk werd te klein. Op 28 november 1926 nam de gemeente het verbouwde kerkgebouw, De Kapel, in gebruik. Door de verzelfstandiging in het jaar 1927 kon de Stichting haar taak en haar bezittingen aan de kerkvoogdij overdragen, hetgeen formeel gebeurde op 5 januari 1929. Later zijn de kerk en de consistoriekamer enkele keren verbouwd en is het ontmoetingscentrum naast het kerkgebouw verrezen. De officiële naam van de Nederlands Hervormde kerk is nu De Kapel; zij maakt deel uit van de Protestantse Gemeente i.w. te Maarn-Maarsbergen.

De Kapel is een typisch voorbeeld van een kapelletje, waarbij u architectonisch gezien even het aangebouwde ontmoetingscentrum mag vergeten. De oorspronkelijke kapel, uit 1916, heeft een rechthoekige plattegrond met een klein uitbouwtje. In 1926 was de kapel al te klein en werd deze uitgebreid. Het gebouw ligt verhoogd ten opzichte van de Kapelweg. De plattegrond van de kapel is een Grieks kruis met aan de voorzijde een rechthoekig, laag ingangsportaal, dat tegenwoordig alleen voor trouw- en rouwdiensten wordt gebruikt. De bouw in 1970 van het ontmoetingscentrum, heeft visueel afbreuk gedaan aan de eigenlijke kapel. In 1980 is De Kapel gerenoveerd, waarbij de consistoriekamer bij de kerk werd getrokken. Het interieur werd gewijzigd, het orgel werd verplaatst naar de zijde boven de oorspronkelijke ingang. Daar tegenover werd het liturgisch centrum ingericht en in één van de groengetinte ramen werd de roede-indeling veranderd in een kruis. Kenmerkend voor de vormgeving is het voorportaal met het grote spitsboogvormige bovenlicht en daarnaast de spitsboogvensters. In de gevel is een sieranker geplaatst in een ronde uitsparing. Het aanzien wordt versterkt door een zesvoudige klokkentoren met galmgaten en een spits dak met windwijzer in de vorm van een haan.


Referenties

Verdwenen Boerderij De Hoekenkamp - Hoekenkamp 5

Vroeger werd dit boerderijtje De Hoekenkamp genoemd, maar voor de Tweede Wereldoorlog noemden de bewoners van de buurtschap De Hoekenkamp het boerderijtje Zeldenrust. De Hoekenkamp was het laatste boerderijtje van de Maarnse eng dat destijds nog overgebleven was. Dit was een belangrijke reden waarom het op de concept-gemeentelijke monumentenlijst werd geplaatst. Met name de combinatie van het boerderijtje met het aangelegen land was bijzonder waardevol. Daarom werd er naar gestreefd om dit geheel van boerderij en akker te beschermen en te bewaren.

Het oorspronkele pand werd meerdere malen verbouwd (met name de achter- en zijgevel(s)), waardoor het moeilijk is te dateren. Waarschijnlijk is het aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd op de huidige plek. Het kleine, witgepleisterde boerderijtje was zeer karakteristiek voor Maarn en omgeving. Het werd in 2012 gesloopt en vervangen door enigszins historiserende nieuwbouw, waarmee de laatste boerderij van de Maarnse Eng verdween.

DeHoekenkamp001 DeHoekenkamp002 DeHoekenkamp003 DeHoekenkamp004DeHoekenkamp005 DeHoekenkamp006

Het is een gemengd bedrijfje geweest. Dit betekende dat er naast vee (enkele koeien, varkens, een paard en wat kippen) ook akkerbouw plaatsvond. Van oudsher werden er op de Maarnse zandgronden voornamelijk rogge en wat haver (voor de paarden) verbouwd. Omstreeks 1400 werd een nieuw gewas geīntroduceerd, dat een vooraanstaande plaats zou gaan innemen op de Heuvelrug: boekweit. Boekweit betekent eigenlijk beuk-tarwe. Het wordt zo genoemd vanwege de vorm van de vruchten die aan de plant groeien. Tot het einde van de negentiende eeuw bleef de boekweit een belangrijk bestanddeel van het voedsel voor de inwoners van Maarn (in pap en pannenkoeken). De boekweitteelt stimuleerde de boeren ook om een andere neventak te ontwikkelen: de bijenhouderij. Men hield bijen voor het verkrijgen van honing, omdat suiker als zoetstof nog onbekend was. Van de bijenwas werden kaarsen gemaakt. De opbrengst van boekweit hangt af van de mate waarin bijen voor bestuiving weten te zorgen. Door de opkomst van de kunstmest aan het einde van de negentiende eeuw namen andere gewassen snel de plaats van boekweit in. Na de Tweede Wereldoorlog verdween het gemengde karakter van de Maarnse boerderijen en schakelde men geheel over op veeteelt.

De akker bij De Hoekenkamp is nog steeds bouwland. De eigenaar heeft zich samen met de Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk ingezet voor de voortzetting van het oorspronkelijke gebruik van de akker. Jaarlijks wordt rogge gezaaid, welke in juli wordt geoogst. De akker heeft naast een cultuurhistorische waarde, een hoge botanische waarde, omdat er geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Zo kan men ieder jaar genieten van de vele korenbloemen tussen de rogge, maar er groeien ook zeldzame planten als korensla en leeuwentand. Op de grens van de akker en weg zijn nog restanten te vinden van een vlechtheg. Deze werden vroeger gebruikt om de akkers te beschermen tegen wildvraat.


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 118.
  • De Marke Mandron/Manderen, pag 25.
  • CHC Collectie, foto's van de Hoekenkamp in 2013 vķķr en tijdens de sloop en 2013.

Van Haamgat naar De Halm

Een oude kaart
In 1717 is van Maarsbergen een prachtige kaart gemaakt door Justus van Broekhuijsen. De aanleiding tot het maken van deze kaart was het overlijden in 1714 van Margaretha Trip, weduwe van Samuel de Marez en ambachtsvrouwe van Maarsbergen. Beiden hadden er in hun testament alles aan gedaan om de ambachtsheerlijkheid, ook na hun overlijden, zelfs tot aan de erfgenamen in de vierde graad, in één hand te houden. De erfgenamen bleken echter geheel andere belangen te hebben, hetgeen toch tot een verdeling zou leiden. Voor deze verdeling was het noodzakelijk een goed beeld te krijgen van oppervlakte en goederen van de ambachtsheerlijkheid. Hiertoe werd Justus van Broeckhuijsen verzocht op te meten en te karteren 'de Ambachts Heerlikheid Meersbergen met alle de Hofsteden en Landerijen, Laane, Bosse en Heijvelden'. Dit meten ging mede op 'aenwijsing van de Bruykers'. Deze kaart geeft veel informatie over de toen aanwezige boerderijen en de bijbehorende percelen. We zien gebouwen en hooibergen in perspectief getekend. Ook wallen, greppels en lanen worden zeer nauwkeurig weergegeven, tot aan de individuele bomen toe.
Zie: Kaart van Maarsbergen 1719.

Het Haamgat
Op deze kaart vinden we het Haamgat met daaromheen een drassig gebied ter hoogte van de Maarnse Grindweg op de plaats waar we tegenwoordig camping De Halm vinden. Om de plaats te laten zien maken we gebruik van Google Maps, zie de afbeelding hieronder. Linksboven ziet u de bebouwing van Maarn en rechts de kern van Maarsbergen. In de witte ovaal, net ten noorden grenzend aan de Maarnse Grindweg ziet u het terrein van camping 'De Halm'.

DeHalm001

Opvallend is dat de Buurtsteeg ten noorden van de camping vanuit het oosten gerekend een knik naar rechts vertoont. Rechts van de witte ovaal ziet u het Maarnse Heitje waarop zich enkele grafheuvels bevinden waaronder een van de mooiste van de provincie Utrecht. Dan volgt nu een fragment van de eerder beproken oude kaart. Let goed op! Deze kaart is anders georiënteerd dan we gewend zijn want het oosten is boven. De Buurtsteeg (witte lijn) verloopt van boven (het oosten) naar beneden (het westen) en in de witte ovaal vinden we het Haamgat. Het fragment toont dus het westelijk deel van de Maarsbergse buurt. Links van de Buurtsteeg, bij de grote letter H, zien we een hoeve getekend. Daar staat nu nog steeds een woning op een grote open plek. Op dezelfde hoogte rechts van de Buurtsteeg stond eens de boerderij met de naam Bovenste Plaats. De Maarnse Grindweg zult u tevergeefs zoeken op deze kaart: deze moest nog worden aangelegd.

DeHalm002

Waar lag het Haamgat precies?
Bij het Haamgat rijst meteen de vraag: 'Waar lag deze plas precies en zijn er misschien nog sporen van terug te vinden?' Men zou op zijn minst een nat of moerassig gebied verwachten of een restant daarvan. De moderne techniek kan ons hierbij helpen. Met gebruik van satellieten is het mogelijk om uiterst nauwkeurige hoogtekaarten te maken van het terrein. Voor Nederland zijn deze gegevens verzameld en beschikbaar gesteld als het Actuele Hoogtebestand Nederland. We verwijzen de liefhebbers naar de website. De verschillende hoogten worden met geschikte kleuren aangeduid, ook worden schaduweffecten toegepast. De op deze wijze geproduceerde kaarten geven als verrassend resultaat dat er veel meer detailinformatie zichtbaar wordt in het terrein dan ooit te voren mogelijk was. Wij kwamen in het bezit van een prachtige hoogtekaart van de Utrechtse Heuvelrug, gebaseerd op het hierboven beschreven Actuele Hoogtebestand. Tot onze grote verrassing bleek op deze kaart het Haamgat duidelijk zichtbaar en konden we de plaats ervan aan een nader onderzoek onderwerpen. Het lijkt erop dat het Haamgat na 1717 drooggevallen moet zijn. Vermoedelijk hangt dit samen met de ontginning van de Venen.' Dit lage gebied ligt ten noorden van de Buurtsteeg en is in het midden van de 17de eeuw ontgonnen. Hierbij werd ter ontwatering een stelsel van sloten en greppels gegraven. Bij een eventuele ontginning van het al verregaand verlande Haamgat kon op dat stelsel worden afgewaterd. Ook de toegenomen bebossing van de Utrechtse Heuvelrug zou een oorzaak kunnen zijn van minder kwel aan de randen. Dus ook minder water voor het Haamgat. Op het hieronder afgebeelde fragment ligt de bebouwing van Maarn linksboven, het Haamgat binnen de zwarte ovaal en de rechte zwarte lijn is de Buurtsteeg.

DeHalm003

DeHalm004

In de kleine ovaal is met enige moeite een rasterpatroon te ontwaren. Waarschijnlijk hebben we hier met raatakkers te maken, ook wel celtic fields genoemd. Deze wijzen op prehistorische landbouwactiviteiten. Met de toegepaste schaduwwerking laat deze kaart ongelooflijk veel intrigerende details zien, waaronder ook allerlei wallen en greppels boven en onder de Buurtsteeg. Heel opvallende is ook dat er om het Haamgat een duidelijke wal ligt, het lijkt wel een krater. Dat is het echter zeker niet! Met het tweede fragment rechts zoomen we nog wat dieper in. Nu wordt duidelijk hoe de huisjes van de tegenwoordige camping De Halm midden in het oude Haamgat liggen. Ook zijn er duidelijk ontgonnen percelen te onderscheiden. En is er te zien hoe een verdiept liggende sloot of greppel naar het noorden verloopt.

Boerderij De Halm
Blijkbaar was de drooggevallen plas een gunstige plaats voor ontginning en het bouwen van een boerderij. In het begin van de 19de eeuw wordt midden in het verlande en ontgonnen Haamgat een boerderij gebouwd. Waarschijnlijk is de naam 'De Halm' een verbastering van 'Haamgat'. Boerderij De Halm wordt rond 1950 een kampeerboerderij. Deze recreatietak groeit dan geleidelijk uit waardoor de agrarische functie geleidelijk verdwijnt. Nu is het nog altijd een rustige camping, gelegen in een prachtig gebied aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. De recreanten hebben waarschijnlijk geen weet van het feit dat ze op de bodem van het Haamgat verblijven. Hieronder een fragment van een topografische kaart van 1860 met midden in de witte ovaal boerderij De Halm. De witte lijn geeft het verloop van de Buurtsteeg weer.

DeHalm005

Prehistorische bewoning bij het Haamgat
DeHalm006We hebben hiervoor de ontwikkeling van het Haamgat behandeld van meertje tot boerenbedrijf en later tot camping De Halm. We richten nu de aandacht op de prehistorie. Was er sprake van vroege bewoning rond het Haamgat? Een nauwkeurige bestudering van de eerder getoonde kaarten gebaseerd op het Actuele Hoogtebestand Nederland brengt hierover meer aan het licht. Op de kaart zijn sporen zichtbaar van zeer oude historische akkers, zogenaamde celtic fields of raatakkers, zie tekening hiernaast. De eerste naam is bedacht door Engelse archeologen in 1923 die dachten dat deze akkertjes met de Kelten te maken hadden. Dit bleek niet zo te zijn, maar de naam was al ingeburgerd. Het systeem van raatakkers was in gebruik van de late bronstijd (3000-800 vóór Christus) tot in de Romeinse tijd (0-400 ná Christus). Een groot veld werd in kleinere percelen verdeeld, die zo'n 35 bij 35 tot 50 bij 50 meter groot waren, en voorzien van een aarden wal. Deze wallen zijn soms nog terug te vinden zoals op de zuidelijke rand van het Haamgat. Wanneer de akkergrond uitgeput raakte werd deze opzij geschoven en werden er van elders aangevoerde vruchtbare zoden op gelegd. Omdat zand vocht niet goed vasthoudt, kon met het aanbrengen van nieuwe zoden bij raatakkers op zandgronden meteen een betere vochtregulatie op de akker ontstaan. Eén of meer 'raten' van een veld konden gebruikt worden om er een behuizing te bouwen; was deze boerderij of hut versleten, dan werd er met het bruikbare materiaal een nieuwe gebouwd op een andere, uitgeputte akker, en de beschikbare grond was door decennia bewoning weer vruchtbaar geworden ('zwervende erven').

Grafheuvels
DeHalm007Op de hoge rand ten zuid-oosten van het Haamgat liggen een aantal grafheuvels. Volgens de Archeologische Kroniek van de provincie Utrecht over de jaren 1970-1979 is één ervan in 1941 door dr. F. C. Bursch en mr. A. L. Tromp onderzocht. Hierbij werden een vroeg Veluwse klokbeker en een polsbeschermer gevonden in een graf met lijksilhouet. In 1971 werd dezelfde heuvel opnieuw onderzocht om pollenanalytisch en C14 onderzoek te kunnen doen. Hierbij bleek dat de heuvel na de eerste begrafenis twee of driemaal was opgehoogd. Dezelfde kroniek meldt dat een zekere Barry Engels, die in het voorjaar van 1975 op camping De Halm verbleef, een hut groef in het bosgebied ten noorden van de camping. Hierbij kwamen merkwaardig gevormde stenen tevoorschijn. Na melding bij de provinciaal archeoloog bleek het om een strijdhamer en een vuurstenen mes uit de nieuwe steentijd (vanaf ongeveer 11.000 vóór Christus) te gaan. Nader onderzoek leerde dat deze voorwerpen uit een graf onder een overigens zwaar beschadigde grote grafheuvel tevoorschijn kwamen. In het graf bevonden zich ook nog scherven van een neolithische standvoetbeker. Al met al is het zeer waarschijnlijk dat zich aan de oevers van het Haamgat ooit gedurende lange tijd een prehistorische nederzetting heeft bevonden. Een groep grafheuvels, raatakkers én het kort geleden bij het graven van een poel voor schapen tevoorschijn gekomen urnenveld, zijn duidelijk hints in die richting. Met enige fantasie zou je kunnen zeggen dat op de grens van Maarn en Maarsbergen het Prehistorische Maarn heeft gelegen dat misschien wel ongeveer 5000 jaar geleden werd gesticht. Deze oude bewoning was mede mogelijk door de aanwezigheid van de voorloper van het Haamgat, waardoor men het gehele jaar was verzekerd van water. Inmiddels is in 2013 door de gemeente bij één van de grafheuvels een informatiebord met rustbank geplaatst, zie de foto.

Pingoruïne
DeHalm008Als men de hoogtekaart goed bekijkt ziet men het Haamgat duidelijk als rond meertje onder aan de helling van de Utrechtse Heuvelrug. De vraag komt op hoe deze plas hier ontstaan is, met een duidelijke omwalling aan alle zijden. Het ziet er heel anders uit dan de vele andere meertjes die ooit in het moerasgebied aan de voet van de Heuvelrug lagen. Het vermoeden bestaat dat we hier te maken zouden kunnen hebben met een zogenaamde pingoruïne die is ontstaan na de laatste ijstijd. Door opvriezing van het grondwater ontstaat een steeds hoger wordende heuvel ('pingo' betekent letterlijk 'kleine heuvel') waarbinnen zich een ijslens bevindt. De heuvels kunnen tot 90 meter hoog worden met een doorsnee van soms meer dan twee kilometer en zijn meestal rond of ovaal van vorm. Bij het einde van een ijstijd loopt de temperatuur langzaam op. Daardoor glijdt de grond van het heuveltje af en vormt zo een min of meer ringvormige omwalling. Als dan tenslotte ook al het ijs is gesmolten blijft er een meertje met een ringvormige omwalling over, een pingoruïne. De omwalling kan op den duur door erosie verdwijnen, zoals bijvoorbeeld bij het Uddelermeer op de Veluwe is gebeurd. Onze terugtocht door de tijd begon met simpele waarnemingen in het heden, de 'knik in de Buurtsteeg' en eindigde net na de ijstijd. Als je goed kijkt is er ook dicht bij huis heel veel te zien! Op de ontwikkeling van boerderij De Halm komen we later terug.


Geschiedenis van De Halm - Maarnse Grindweg 43-45

Inleiding
Hierboven verkenden wij de vroege geschiedenis van het gebied waarin tegenwoordig camping De Halm is gevestigd. Enkele eeuwen geleden was het nog een meertje, het Haamgat, misschien wel een pingo-ruïne. Hier gaan we nader in op de moderne geschiedenis van dit gebied. Het ontstaan van een boerderij en later camping De Halm in een drooggevallen meer mag toch wel zeer opmerkelijk worden genoemd. Maar ook de redenen om destijds juist hier te bouwen zijn vermeldenswaard.

Ontginning van De Halm
Het was in vroeger tijden een ongeschreven wet dat als men kans zag in de wildernis een hut te bouwen en de schoorsteen rookte voordat dit opgemerkt werd, men dan mocht ter plaatse blijven wonen. De droog gevallen plas was waarschijnlijk een verwilderd en nat terrein met wilgenstruweel en dichte begroeing, waar eigenlijk nooit iemand kwam. Dit natte lage gebied was gelegen in een uitgestrekt heidegebied dat grote delen van heuvelrug bedekte. Ongeveer 1840 kwam uit Leusden ene van de Horst die kans zag om in het midden van deze plas in het diepste geheim een plaggenhut te bouwen. Deze van de Horst was een noeste werker die door het graven van sloten en ontginningen zijn gebied in deze oude plas geleidelijk wist te vergroten. Niemand scheen enig bezwaar te hebben tegen deze gang van zaken en men liet van der Horst rustig wonen midden in het gebied van de grote gemeenschappelijk heide. Echter enkele tientallen jaren later kwam er een einde aan de grote gemeenschappelijke heide en werd deze verdeeld en verkocht. De woning van de familie van der Horst in het Halmgat echter werd hierbij ongemoeid gelaten en toebedeeld aan de bewoners die er een tijd lang geboerd hadden.

DeHalm009 DeHalm010 

DeHalm011

Boerenbedrijf en Camping
Antonie van de Lagemaat, geboren te Leusden 1878 trouwt op 24-11-1911 met Maria van de Meent en zij kochten omstreeks die tijd de boerderij De Halm van van der Horst. Het is niet bekend waar deze van der Horst is gebleven. Antonie en Maria krijgen twee zonen, Hendrik in 1912 en Gart in 1913. Bij de geboorte van het derde kind Aartje Maria in 1914 overlijden moeder en kind. Antonie van de Lagemaat hertrouwt in 1915 met Hendrika Hopman, uit dit huwelijk worden geboren Arie in 1916, Magie in 1920, Kees in 1921 en Tonie in 1932. De oude boerderij, waarschijnlijk opvolger van de eerste plaggenhut, werd in 1930 door brand verwoest en nadien in 1931 herbouwd. Omstreeks die tijd begon ook de geleidelijke overgang plaats van boerenbedrijf naar camping. Antonie overlijdt in 1933 en Kees volgt hem op als boer op De Halm. Hij trouwt op 27-4-1949 met Neeltje Legemaat en zij krijgen twee kinderen. Kees overlijdt op 29 december 1988. De derde generatie van de Lagemaat bewoont nu de Halm die alweer heel wat jaren bekend staat als zeer fraai gelegen kampeerterrein aan de rand van de Utrechtse heuvelrug.

Verantwoording
Hier eindigt de geschiedenis van ongeveer 160 jaar bewoning van een drooggevallen plas. Enkele gegevens over het ontstaan van boerderij De Halm zijn ontleend aan het boek '800 jaar Maarsbergen' van F. Bakker. De foto’s zijn van familie van de Lagemaat. De eerste twee foto’s zijn van de oude boerderij van voor de brand, de derde foto toont de nieuwbouw na de brand.


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 14.
  • CHC Bewerking van de artikelen 'Van Haamgat naar De Halm' en 'Geschiedenis van De Halm' van Cees van Lambalgen en Gijs van Roekel in de Modderkoning in 2010

Voormalige Boerderij en Café De Grote Bloemheuvel - Rijksmonument 519746, Woudenbergseweg 3

De Grote Bloemheuvel is het oudste pand in de dorpskern van Maarsbergen. Het gebouw verkeert in een deplorabele toestand. De Grote Bloemheuvel behoorde, net als de Kleine Bloemheuvel, vroeger tot het Landgoed Maarsbergen. In 1717 werd de Bloemheuvel voor het eerst genoemd, maar mogelijk is de boerderij nog ouder. Vanwege de ligging, aan de doorgaande weg van Leersum naar Woudenberg/Amersfoort, ontwikkelde de Grote Bloemheuvel zich net als de Kleine Bloemheuvel (het huidige Motel Maarsbergen) tot herberg/ café en later ook nog tot waag van varkens.

GroteBloemheuvel001 GroteBloemheuvel002

Het gebouw heeft een L-vormige plattegrond. Voor boerderijen in de omgeving van Maarsbergen is dat vrij uniek. De afwijkende vorm heeft te maken met de tweede functie van het pand, namelijk die van café. Het café was de plaats van samenkomst voor de Maarsbergers. De rentmeesters van Kasteel Maarsbergen lieten de pacht en de tiend betalen in de Grote Bloemheuvel. Ook werden er enkele malen per jaar hout- en boedelverkopingen georganiseerd. Bij dit soort gelegenheden dronken de pachters en de rentmeester graag een borreltje. Toen Maarsbergen in 1845 een station kreeg, werd de Grote Bloemheuvel, zeker na de verbouwing in 1889 in opdracht van jhr. mr. K. A. Godin de Beaufort, een stationskoffiehuis. Op dat moment is de uitbouw van het voorhuis ontstaan. De oude boerderij is bij de verbouwing van 1889 zeker gedeeltelijk bewaard gebleven en is nog steeds (zichtbaar) verscholen in het huidige pand. In de zijgevel bevindt zich het wapen van Maarsbergen.
De muren van het in slechte staat verkerende stalgedeelte, staan nog maar gedeeltelijk overeind. Het pand heeft, op initiatief van de Cultuurhistorische commissie van de Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk, in 2002 de status van Rijksmonument gekregen. De gemeente Maarn voert al enige tijd overleg met de huidige eigenaar over het herstel van het pand en de ontwikkeling van het omliggende terrein. Voor het aanzicht van de dorpskern van Maarsbergen (in combinatie met de kerk en de school) is een restauratie van de Grote Bloemheuvel van groot belang.

GroteBloemheuvel003 GroteBloemheuvel004


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 184.
  • De Historische Buitenplaats Maarsbergen, pag 9.
  • Boerenbouw op Herengoed, pag 30.
  • RHC Zuidoost Utrecht, beeldbank Maarn foto's 241wou007 en 241wou031(1994-5)
  • CHC Collectie, foto's 27-3-2007 en 25-10-2013.
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarsbergen.

Voormalige Boerderij - Gemeentelijk Monument, Eikenlaan 2a

Klein vrijstaand langhuisboerderijtje, gebouwd rond 1900, thans 2013 in gebruik als woonhuis. Het stalgedeelte was klein en bood hooguit plaats aan een koe, eenvarken en wat kippen. De keuterij ligt aan een open plek in het bos en is bereikbaar via een zandpad.

Eikenlaan02a 001 Eikenlaan02a 002


Referenties

Voormalige Boerderij Eijkelenburg - Gemeentelijk Monument, Dwarsweg 5-7

Eijkelenburg (nu camping), De Haar (nu manege) en het iets verderop gelegen Mandersloot zijn zeer oude erven in de Gelderse Vallei. Ze zijn gelegen op een dekzandrug en dateren mogelijk al uit de elfde eeuw. De erven zijn ontstaan uit kampontginningen die als een langgerekte strook blokvormige percelen langs de westzijde van de Heijgraaff liggen.

Eikelenburg001 Eikelenburg002

Eijkelenburg, op oude kaarten vaak ook Eijckelenborgh genaamd, is niet alleen een boerderij geweest, maar ook een statig kasteeltje, hetgeen ook uit tweede deel van de naam kan worden opgemaakt. Reeds in 1368 wordt het al genoemd onder een andere naam, het Schuerland, naar de toenmalige eigenaresse Ermgaert Ghisendochter van Schueren. Tot in de achttiende eeuw wordt de naam Tgoed ter Schueren op kaarten en in archiefstukken aangetroffen. Het is één van de oudste, versterkte (stenen) huizen uit de regio geweest. Dankzij een bewaard gebleven tekening van J. Stellingwerf (1724-1756) kan men zich voorstellen, hoe het gebouw eruit gezien heeft. Stellingwerf gebruikte veelal oudere afbeeldingen. Ook bij de tekening van Tgoed ter Schueren moet dat het geval geweest zijn, want in de achttiende eeuw was het gebouw al verdwenen en vervangen door een boerderij. Het versterkte huis heeft bestaan uit een middenpartij van twee, en een linkeruitbouw van drie verdiepingen. Aan de rechterzijde was een toren. Een klein, stenen poortgebouwtje gaf toegang tot het geheel. De grachten rondom het huis werden gevoed door de Heijgraaff. Op een kaart van 1670 is nog wel de toren te onderscheiden, maar het huis was toen al vervangen door een boerderij.

Eikelenburg003 

Eikelenburg004 

Eikelenburg005

Op de eerste afbeelding een kaartfragment van de oudst bekende kaart (Dom915 uit 1646) van Maarn op staat de hoeve Eijckelenburgh bovenaan met een drietal gebouwen en een hooiberg. Daaronder aan de overkant van de weg ligt hoeve de Haar met twee gebouwen en drie hooibergen. Het tweede fragment van een kaart van 1659 toont Eijckelenburg mét hoeve, woontoren, schuur en hooiberg in vogelvluchtperspectief. Het derde fragment is van de Tiendkaart van Maarn van 1751 waarop links de Haar en rechts Eijckelenburgh.

De gebouwen zijn in de loop van de tijd meerdere malen vervangen. De huidige opstallen dateren oorspronkelijk van het einde van de negentiende eeuw. In de twintigste eeuw werd Eijkelenburg een kampeerboerderij. De camping is inmiddels ongeveer zeven hectare groot en heeft voornamelijk staanplaatsen voor caravans.


Referenties

  • De Marke Mandron/Manderen, pag 28.
  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 106.
  • CHC Collectie, foto's huize Landeck en dienstwoning
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.

Buitenhuis Landeck - Rijksmonument 509002, Dwarsweg 2

Het landhuis werd in 1922 gebouwd in opdracht van baron Willem Hendrik Taets van Amerongen. De naam verwijst naar een plaatsje in Silezië, toen nog Duits, vlakbij de Tsjechische grens. Tegenwoordig heet dit plaatsje Ladek en ligt het in Polen. Uit deze plaats was de moeder van de opdrachtgever afkomstig, mevrouw W. J. E. F. von Knobelsdorff.
Landeck is vrijwel geheel opgetrokken met hout afkomstig uit een fabriek in Silezië. Door de geldontwaarding in Duitsland was het materiaal in die tijd goedkoop. De onderkeldering en de stenen fundering werden gemaakt door een aannemer uit Woudenberg. Het hout voor het huis werd kant en klaar aangevoerd per trein en is vermoedelijk met paard en wagen naar de laan van laag Kanje gebracht. Er schijnen 30 tot 40 van dit soort huizen in Nederland te zijn gebouwd. Het huis is in 1935 eigendom geworden van baron R. F. C. Bentinck en zijn echtgenote E. H. Bentinck van Eeghen. Hun zoon, baron O. E. H. Bentinck, werd daarna eigenaar en bewoner.

Landeck001 Landeck001

Het landhuis heeft een rechthoekige plattegrond, bestaat uit twee bouwlagen met een zoldering onder twee ver overstekende, elkaar kruisende zadeldaken. Het heeft een rood pannendak; de pannen zijn van het type verbeterd Hollands. De gevels bestaan uit witgeverfde, brede, horizontale rabatdelen boven een bakstenen plint. In de topgevels een uitkragend topgevelbeschot van groen geschilderde, verticale planken. De toegangsdeur bevindt zich in de enigszins asymmetrisch ingedeelde voorgevel en wordt bereikt via een stenen trap in een grote rechthoekig portiek annex balkon met aan de voorzijde een tweetal vrijstaande houten, Toscaanse zuilen op stenen voet, die een boogvormig gesloten luifel dragen. Tegen de linkergevel staat een serre met afgeschuinde zijden. De rechtergevel is in 1929 in opdracht van de familie Taets van Amerongen uitgebreid met een aanbouw onder een plat dak.

Landeck003 LaanVanLaagkanje001

De oorspronkelijke dienstwoning voor de huisknecht (Laan van Laagkanje 4, Gemeentelijk Monument) is een geheel vrijstaand, bakstenen woonhuis op L-vormige plattegrond en dateert net als Landeck uit het begin van de twintigste eeuw. Het voorhuis telt twee bouwlagen en een zoldering, het achterhuis anderhalve bouwlaag. Beide bouwdelen liggen onder ver overstekende zadeldaken op ongelijke voet- en nokhoogte die gedekt zijn met rode en grijze kruispannen. De gevels zijn opgetrokken uit baksteen boven een gepleisterde plint en worden verlevendigd door banden van gele en rode baksteen. De symmetrisch opgezette voorgevel heeft drie vensters met roeden bovenlichten en halve paneelluiken. Tegen de linkergevel van het achterhuis is over de volle lengte een serre onder lessenaarsdak aangebouwd. De tuin van Huize Landeck is aangelegd in een streng geometrische stijl.

De perken zijn helaas grotendeels verdwenen, waardoor de waarde nu met name ligt in de twee lange berceaus (met een lengte van ongeveer 50 meter) van afwisselend rode en groene beuken. Berceaus zijn beukenhagen die in een boogvorm het tuinpad overspannen. Ze zijn haaks op de gevel van het huis geplant.


Referenties

  • De Marke Mandron/Manderen, pag 28.
  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 106.
  • CHC Collectie, foto's huize Landeck en dienstwoning
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.

Voormalig Boerderij De Haar - Gemeentelijk Monument, Dwarsweg 1-3

De Haar is van oorsprong een boerderij waar nu een manege is gevestigd. Samen met Mandersloot en Eijckelenburg ligt De Haar als zeer oude erf en kampontginning op een zandrug. De kampen ontstonden op een dekzandrug in de Gelderse Vallei en dateren mogelijk al uit de elfde eeuw. Het landschap was hier niet geschikt voor de vorming van engen. Daarom werden de ontginningen in kampen uitgevoerd. Dit waren verspreid liggende akkers die aanvankelijk vaak door brede houtranden van elkaar werden gescheiden. In later tijd zijn deze houtranden meestal verdwenen, waardoor de kampen aan elkaar konden groeien. In tegenstelling tot de meer systematische strokenverkaveling op de engen ontstonden op deze manier percelen in onregelmatige blokken. De kampontginningen bij de Haar vormen een langgerekte strook blokvormige percelen langs de westzijde van de Heijgraaff. In deze kampontginning liggen onder andere de eeuwenoude erven van de voormalige boerderijen De Haar, Eijkelenburg en Mandersloot. De kampen zijn zeer gaaf gebleven: zo zijn de greppels en wallen rondom alle percelen nog aanwezig.

DeHaar001 DeHaar002 

DeHaar003


Referenties

Dorpskerk Maarsbergen - Rijksmonument 509005 (orgel 498262), Woudenbergseweg 52

Op 18 april 1656 hebben de Staten van Holland en West-Friesland de voormalige proosdijgoederen verkocht aan de koopman Samuel de Marez (1629-1691). In 1764 hebben de erfgenamen van de familie De Marez het huis en de heerlijkheid ter veiling aangeboden en weer doorverkocht. Op 8 juni 1804 werd het huis en een aantal boerderijen na in bezit te zijn geweest van diverse eigenaren gekocht door mr. Jan Andries du Bois (1777-1848), advocaat voor het Hof van Holland.
Deze mr. Du Bois had drie zonen, David, Barend en Aalt, en een dochter Geertruida Adriana. De bewoners van Maarsbergen gingen ter kerke in Leersum, Woudenberg en Doorn. De familie Du Bois bezat officieel een kerkbank in de kerk te Doorn. Aalt en Geertruida kerkten voornamelijk in Leersum en liepen daar langs de Valkenengseweg, tegenwoordig Woudenbergseweg, naartoe. De inwoners van het Maarnse deel van de gemeente kerkten in Doorn. Zo zijn over de Maarnse Berg en de Ruiterberg naar Doorn de kerkenpaden ontstaan. Meerdere inwoners van Maarsbergen, voornamelijk uit de agrarische families, kerkten in Woudenberg; daar voelde men zich aan de noordkant van de Utrechtse Heuvelrug erg mee verwant.

Dorpskerk001 Dorpskerk002

Aalt en Geertruida du Bois hebben er, lopend langs de Valkenengseweg, waarschijnlijk veel over gesproken, dat een bedehuis in Maarsbergen wenselijk zou zijn. Toen Aalt op 25 januari 1881 overleden was, vervulde Geertruida zijn wens en liet door de architecten F. W. van Gendt en A. R. Freem een ontwerp maken voor een kerk in Maarsbergen. De aanbesteding voor de bouw vond plaats op 9 juli 1883 in het logement De Liggende Os op het Vreeburg in Utrecht. De kerk werd gebouwd aan de Heerensteeg, de weg van het kasteel Maarsbergen naar Woudenberg, aan de noordzijde van de spoorlijn en het station. De eerste steen is gelegd op 19 september 1883 door Geertruida du Bois; zij mocht de voltooiing van de kerk helaas niet meemaken. Zij overleed 26 oktober 1883. Vóór haar overlijden heeft zij het kasteel en al de omliggende gronden op 3 januari 1882 verkocht aan Jhr. mr. Karel Antoni Godin de Beaufort, later minister van Financiën, lid van de Tweede Kamer en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Nederlands Hervormde Kerk werd op 20 juli 1884 in gebruik genomen, met een dienst die geleid werd door ds. Montijn uit Doorn. Maarsbergen bleef onder de hiërarchie van de kerkelijke gemeente in Doorn vallen.
Op 5 januari 1889 vond de herbegrafenis van de lichamen van Aalt en Geertruida du Bois plaats in de grafkelder naast de kerk in Maarsbergen. Hun lichamen waren eerst begraven geweest op de begraafplaats in Maarn. De kerkvoogdij bracht, conform de wens van Geertruida, een steen aan van wit marmer aan de binnenzijde van de muur die aan de grafkelder grenst, met de tekst, zoals op de foto vermeld.

Op dat moment stond er dus een kerkgebouw in Maarsbergen, dat eigendom was van de erfgenamen van de familie Du Bois. Het dorp bestond in 1846 uit 34 huizen met 260 bewoners, de kerk beschikte over 224 plaatsen. Maarsbergen en Maarn samen waren te klein om het kerkgebouwen de kerkelijke gemeente met een predikant in stand te kunnen houden. De eigenaren van het kerkgebouw stonden daardoor voor een dilemma. Of de kerk en de grond verkopen, óf de kerk slopen. Het was Jhr. Maurits Wijnand Hendrik Hooft, de eigenaar van Geerenstein in Woudenberg en de bouwer en eigenaar van de hofstede Anderstein in Maarsbergen, aan wie dit zeer ter harte ging. Slopen was voor hem geen optie, daarom liet hij in eerste instantie op eigen kosten een bijzonder mooi hekwerk om het terrein van de kerk aanbrengen. Daarna werd door de erfgenamen van de familie Du Bois met de meest gefortuneerde heren van het dorp, de jonkheren Godin de Beaufort (kasteel Maarsbergen) en Hooft (hofstede Anderstein) overeengekomen, dat zij de kerk met toebehoren benevens het portret van wijlen de weledelgestrenge heer mr. Jan Andries du Bois, (zie consistoriekamer) zouden overnemen. De grond kwam in bruikleen voor de tijdsduur van 99 jaar, ingaande 1 juli 1888, eindigend 1 juli 1987. Het hek bleef eigendom van de heer Hooft.

Dorpskerk003 Dorpskerk004

In het begin verzorgde ds. Montijn uit Doorn trouw elke veertien dagen een dienst in de kerk. Hij hield dit vol tot aan zijn emeritaat. Zijn opvolger kwam in Maarsbergen minder goed over. Na 1897 komt hij niet meer voor op de lijst van predikanten. Vanaf dat moment werden de diensten overgenomen door evangelisten van de Nederlandse Evangelische Protestantse Vereniging. Kort nadat in de gemeente Maarn in 1924 de eerste eigen burgemeester werd benoemd en de gemeente in 1925 haar raadhuis liet bouwen, werd de Nederlands Hervormde Gemeente Maarn-Maarsbergen zelfstandig. De eerste bijdrage van duizend gulden van het Rijk voor de predikantsplaats was daarbij zeer welkom.

Het gebouwtje achter de kerk werd meteen in 1924 gebouwd en is sindsdien altijd het middelpunt gebleven voor het houden van vergaderingen en andere bijeenkomsten. In 1934 kreeg de kerk in Maarsbergen een toren met een spits met een zogenaamde 'open ui'. De toren werd voorzien van een klok en een uurwerk. De klok is gegoten door een klokkengieter uit Heiligerlee. De klok wordt nog steeds geluid door een klokkenluider, die met een koord de klok in beweging zet en geheel met handkracht bedient. De kerk heet nu (2005) officieel Dorpskerk Maarsbergen en maakt deel uit van de Protestantse

De kerk ligt markant op de kruising van wegen en bepaalt als monument het gezicht van Maarsbergen. Gemarkeerd door twee monumentale rode beuken roept dit herinneringen op aan de beuken bij kasteel Maarsbergen en bij buitenplaatsen elders in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. De klok geeft de tijd aan, het jaar 1884 het bouwjaar, en het handmatig luiden van de klokken roept de gemeente nog elke zondag op om ter kerke te gaan. De architectuur van het kerkgebouw is duidelijk geïnspireerd op de zeventiende-eeuwse bouw, zoals die van de Zuiderkerk in Amsterdam van Hendrick de Keijser. Ook de in 1934 geplaatste torenbekroning is naar zeventiende-eeuws voorbeeld ontworpen en geplaatst.

Na een voorportaal komt u binnen in een zaalkerk, voorbeeld van protestantse soberheid, een echt kerkgebouw. Het interieur is nog vrijwel origineel, de preekstoel is echter later omhoog gebracht en de deur naar het gebouwtje achter in de kerk verstoort helaas de symmetrie in de kerk. De oorsprong van het orgel is niet bekend. Het is waarschijnlijk samengesteld uit delen van orgels die wellicht uit Renswoude en/of uit Amerongen komen. De kwaliteit van het orgel is zodanig, dat het rijksbescherming geniet. Tijdens de Open Monumentendag zal dit orgel op gezette tijden worden bespeeld. De kerk bezit een mooi zilveren avondmaalstel en enkele statenbijbels. Deze zijn aan de kerk geschonken door de familie Godin de Beaufort van kasteel Maarsbergen. Op de band van de bijbels staat vermeld: 'Familie Godin de Beaufort 1884-1909'. In de consistoriekamer hangt een portret van de vader van Geertruida en Aalt, de heer Jan Andries du Bois (1849).


Referenties

Voormalige Boerderij de Cruijvoort - Rijksmonument 508998-9000, 509673, Maarnse Grindweg 49

Boerderij De Cruijvoort wordt voor het eerst genoemd in 1716. De Cruijvoort is een goed bewaard gebleven traditioneel boerderij-complex van het gemengde bedrijf met bakhuis, varkensschuur, wagenloods en vierroedige hooiberg. In 1889 gaf jhr. mr. K. A. Godin de Beaufort opdracht De Cruijvoort zeer ingrijpend te verbouwen. Onderdelen van de 17e eeuwse voorganger zijn nog aanwezig, waarover later meer. De Cruijvoort is tot 1982 als gemengd boerenbedrijf in gebruik geweest. Nu is het een woonhuis-boerderij. Het boerderij-complex is in 1998 aangewezen als rijksmonument.

De Cruijvoort is een hallehuisboerderij, onder een met grijze Hollandse pannen gedekt zadeldak met wolfseinden. De symmetrisch ingedeelde voorgevel wordt afgesloten door een decoratieve windveer. Boven het gepleisterde en geschilderde plint bevinden zich drie 6-ruits draaivensters geflankeerd door twee kleinere vensters. Op de verdieping bevindt zich een klein draaivenster. De paneelluiken zijn geschilderd in de kleuren van Kasteel Maarsbergen. De achtergevel heeft nog de traditionele indeling met achterbaander (de grote deeldeuren), mestdeuren en zolderluik. In de boerderij bevindt zich een fraaie halfverdiepte tongewelfkelder. In deze kelder is nog een kaaspekelbak met geglazuurde plavuizen aanwezig. Ook bevindt zich in de boerderij een schouw met ovenbogen uit een voorgaande bouwfase.

Cruijvoort001 Cruijvoort002

Rechts van de boerderij bevindt zich een prachtig bakhuis met een oude leilinde er voor. Het dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Het bakhuis is een stenen gebouwtje, met pannen gedekt, bestaande uit één vertrek. Aan het ene einde (achterzijde) van het vertrek bevindt zich de bakoven. Dit is een lage gewelfde en gemetselde ruimte, die afgesloten wordt met een ijzeren deurtje, ongeveer één meter boven de vloer. Aan de voorzijde van het vertrek zit een tamelijk grote vensterpartij met daarboven een wenkbrauw waardoor het vertrek zijn licht ontvangt. Daarboven is nog een rond venster met daarboven een wenkbrauw. Tegen de achtergevel is een "gemak" (of plee) onder een lessenaarsdak aangebracht.
Het verhitten van de oven deed men met takkenbossen. Gedurende het stoken werd het vuur aanhoudend geroerd en gelijkmatig over het oppervlak van de ovenvloer verdeeld. Van groot belang was daarbij, het vuur naar voren in de oven te halen, daar het voorste gedeelte door de binnenstromende koude lucht anders te weinig en het achterste deel teveel verhit zou worden. De rook verdween via de open ovenmond door de schoorsteen. Om te constateren of de oven voldoende heet was, wierp de boerin er een handjevol droog meel in. Wanneer dit dadelijk ontvlamde, dan was de ovenlucht op de vereiste temperatuur gebracht.
Was de oven op de vereiste hitte gebracht dan werd het oppervlak van de ovenvloer schoongeveegd. Hierna werd het gerezen deeg (soms in blikken) erin geschoven met een lange stok met een breed uiteinde. Dan werd, om afkoeling zoveel mogelijk te voorkomen, het ovendeurtje zo snel mogelijk gesloten.

Cruijvoort003 Cruijvoort004

Zoals reeds eerder is vermeld, is De Cruijvoort in 1889 grotendeels gesloopt en daarna weer opgebouwd. Delen van de vorige bouwfase zijn nog aanwezig zoals de voorgevel, de stenen brandmuur met grote schouw, met daarin oude ovenbogen, de oude estriken vloer onder de houten vloer in de voorkamer, de halfverdiepte tongewelfkelder met opkamer en delen van de zijmuren. Rond de Cruijvoort ligt een karakteristiek aangelegd boerenerf.
Typerend voor het boerenerf is de verdeling in "voor" en "achter". Voor bevindt zich de hof met moestuin, siertuin en hoogstamboomgaard. De hof wordt omzoomd door een beukenhaag. In de boomgaard staan diverse oude appel- en perenrassen. Achter bevindt zich de werkruimte in de vorm van stalling, bergruimte, etc.

Over de naam Cruijvoort is het volgende bekend. Het tweede deel van de naam, voort, slaat op voorde (doorwaadbare plaats). Deze doorwaadbare plaats lag midden in het plassengebied waarin de Cruijvoort lag, voordat de ontwatering sterk werd verbeterd. Cruij of Cruy komt hoogstwaarschijnlijk van het middeleeuwse woord 'cruden' (kruien). De vroegere betekenis van dit werkwoord was een handkar of duwkar voortduwen. Bij de Cruijvoort was voor de bouw van de boerderij (en misschien ook nog wel lange tijd daarna) een doorwaadbare plaats waar ook vervoer met een hand- of duwkar mogelijk was.


Referenties

  • De Historische Buitenplaats Maarsbergen, pag 16.
  • Boerenbouw en Herengoed, pag 40.
  • De Heerlijkheid van Maarsbergen, pag 50.
  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 160.
  • CHC Collectie: eerste twee foto's zijn uit 2007, de derde open monumentendag 1999 en de vierde open monumentendag 2012 waar boer Erik Somsen uitleg geeft aan schoolkinderen.
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarsbergen.

Tuindorp Maarn, Gemeentelijk Monument, Burgemeester Everwijn Langeplein en omgeving

De gehele wijk Tuindorp staat te boek als gemeentelijk monument en omvat het Burgemeester Everwijn Langeplein 2-40, Schoollaan 1-43 en 2-52, Sportlaan 17-19, Tuindorpweg 57-67, 71-81, 34-36, 38-40, 42-48, en 52-56, Vastmaarweg 2-4.

De bouw van het tuindorp in Maarn, waar in 1923 mee begonnen werd, is een prachtig voorbeeld van sociale woningbouw in Nederland. De bouw is tot stand gekomen dankzij een uniek samenwerkingsproces van enerzijds de gemeente Maarn, en anderzijds de Spoorwegen. Beide partijen bundelden hun belangen in een woningbouwvereniging en creëerden met grote zorg en inzet vijfenzeventig woningen, een school en drie winkels voor de spoorwegmedewerkers die werkten op het rangeerterrein of in de zandaf-graving. Het initiatief voor de bouw is onder meer genomen door mr. dr. J. H. Jonckers Nieboer, toenmalig hoofdambtenaar bij de Spoorwegen. Samenwerking tussen de partijen - Spoorwegen, woningbouwcoöperatie en gemeente - was nodig voor het verkrijgen van financiële ondersteuning door het Rijk.

Met het bouwen van een tuindorp hadden de Spoorwegen al ervaring opgedaan in o.a. Haren bij Groningen. Daar was enkele jaren voordat de bouw in Maarn van start ging, een tuindorp aangelegd met drie typen woningen voor het spoorwegpersoneel van het rangeerterrein tussen Haren en Onnen. Net als in Maarn had ook het Harense tuindorp een lagere school, enkele middenstands-woningen met een winkel, en vormde de Tuindorpweg de toegang tot de wijk. Belangrijkste doel van de oprichting van het tuindorp was natuurlijk het creëren van woonruimte voor de medewerkers. Maarn was toentertijd maar een heel klein dorp dat geen mogelijkheden had de werknemers van de Spoorwegen te huisvesten. De spoorweg-medewerkers kwamen meestal uit het westen van het land en kenden weinig luxe voor wat betreft hun huisvesting. Maar door te kiezen voor het 'tuindorp-idee' kregen de spoorwegmedewerkers wel een voor toenmalige begrippen grote, degelijke woning met een forse tuin van circa 600 vierkante meter. Het was 1898 toen de Engelse journalist Ebenezer Howard (1850-1928) zijn eerste boek schreef: 'A Peaceful Path to Real Reform'. Vier jaar later, in 1902, werd het werk herdrukt onder de titel 'Garden Cities of Tomorrow' (Tuinsteden van morgen), een boek dat grote gevolgen zou hebben voor de ontwikkeling van de stedenbouw.

Tuindorp001

De bedoeling was, dat J. Pothoven, gemeentearchitect van Maarn, de woningen zou ontwerpen en men wilde aanvankelijk de woningen gewoon in een rij langs een weg bouwen. Niets van de 'tuindorpgedachte' dus. De eerste schets van architect Pothoven bevatte een dergelijk simpel plan voor vrijstaande woningen. Maar het was te duur; er was onder andere te veel grond bij de woningen gepland en de Spoorwegen vonden de kavelprijs per woning daarom te hoog. Bovendien kwamen de woningen boven het stichtingsbedrag dat de overheid stelde ter verkrijging van de rijksbijdrage.

Voor een tweede plan zijn volgens de archiefstukken 'de woningen, in afwijking van het eerste plan, meer geconcentreerd ontworpen'. Rondom een ruim, centraal gelegen plein zouden drie woningtypen gebouwd worden: type A, twee-onder-één-kapwoningen bestemd voor de middenklasse, bijvoorbeeld voor de machinisten. Type B, als type A maar met meer luxe, bestemd voor beambten, en type C, de eenvoudigste woning, werd gebouwd in blokjes van twee, drie of vier en was bedoeld voor het baanpersoneel. De aanvankelijke huurprijzen liepen uiteen van fl. 5,05 tot fl. 7,21 per week.

Tuindorp008 Tuindorp007

Voor dit schetsontwerp wordt plotseling de term 'tuindorp' gebruikt, maar het is in het geheel niet duidelijk of men de tuindorpgedachte van Howard als uitgangspunt heeft genomen. In ieder geval zal Pothoven bekend zijn geweest met de publicaties van Howard die in die tijd, rond de jaren twintig van de vorige eeuw, erg populair waren.
Voor een grondprijs van 0,50 cent per vierkante meter kochten de Spoorwegen de grond. De afspraak was dat er gemiddeld per woning zeshonderd vierkante meter beschikbaar was. In het bebouwingsplan werd tevens een openbare school opgenomen die met de benodigde rijkssteun gefinancierd kon worden. Helaas is de Tuindorpschool in 1989 afgebroken.

De Spoorwegen en de gemeente Maarn waren het eens geworden over dit tweede plan, maar het Rijk, de derde belanghebbende in de bouwplannen, kwam met de melding dat er '.... belangrijk gesnoeid zal moeten worden'. Er moesten meer blokken gebouwd worden en de vrijstaande huizen moesten helemaal komen te vervallen. In het derde en tevens definitieve ontwerp zijn alleen blokjes van twee, drie of vier woningen, een school en drie winkelwoningen opgenomen.

Tuindorp002 Tuindorp003 Tuindorp004 Tuindorp005

In juni 1923 was de aanbesteding een feit en kreeg aannemersbedrijf Kloosterboer uit Broek op Langedijk de opdracht de woningen te bouwen. De bouwmaterialen werden aangevoerd via een hulpspoor dat inderhaast geschikt was gemaakt voor transport van omvangrijke goederen. Het transportlijntje was verzorgd door de Spoorwegen alsook een nieuwe overweg die een korte verbinding vormde tussen de bestaande kern van Maarn en de noordkant van het dorp waar het tuindorp gebouwd ging worden. Het bestuur van de woningbouwvereniging had de Spoorwegen tevens verzocht de woningen te voorzien van elektrisch licht en water. Vanaf het rangeerterrein werd een aftakking aangelegd voor de elektriciteit en de aannemer sloeg op het bouwterrein vijf putten voor de watervoorziening. De bouwkosten waren meegevallen. Daardoor was er voldoende geld beschikbaar voor een verantwoorde tuinaanleg waarvoor tuinarchitect J. Sluiter aangetrokken werd. Pothoven bleef er wel bij betrokken: zijn verantwoordelijkheid betrof de erfafscheidingen en de tuinpaden. De afscheidingen aan het centrale middenplein bestaan uit lage muurtjes; in de overige delen van het project komen ligusterhagen als afscheiding. Binnen zijn beplantingsplan ontwierp Sluiter voor het centrale middenpleintje een rhododendronpark.


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 111.
  • Treinen door Maarn en Maarsbergen, pagina 28.
  • CHC collectie, foto's open monumentendag 2007.
  • RHC Zuidoost Utrecht, beeldbank Maarn, fragment van luchtfoto 241tdp001 1924.

Buitenplaats De Hoogt - Rijksmonument 508995-6, De Hoogt 6

De buitenplaats De Hoogt werd tussen 1908-1910 als vakantiewoning gebouwd door Joachim Ferdinand de Beaufort. Hij was één van de elf kinderen van burgemeester Johannes Bernardus de Beaufort uit Woudenberg, die opgroeide in Huize Laanzicht daar ter plaatse. Hij kocht de grond volgens het kadaster als 'heide en dennenbosch'. De heer J. F. de Beaufort was koopman, bankier en directeur van de Nederlandsche Bank in Amsterdam. Toen de vakantiewoning in 1910 gereed was, werd het huis in het kadaster omschreven als 'huis, machinekamer, schuur en heide'. Met de machinekamer werd het gebouwtje bedoeld met de pompkamer voor de watervoorziening. In 1925 is het huis vrijwel verdubbeld. Het middengedeelte stamt uit 1910, maar de uitbreidingen aan beide zijden en de vergroting aan de achterzijde zijn in 1925 aangebracht. De tennisbaan naast het huis bestaat nog. Het zwembad en de ijskelder die er in het verleden waren, zijn inmiddels verdwenen. Het ijs uit het zwembad werd opgeslagen in de kelder en zo had men het gehele jaar ijs ten behoeve van de koeling van etenswaren en dranken. De heer De Beaufort was in zijn vrije tijd een verwoed timmerman. Voor elk van zijn zoons heeft hij een grote blokhut gebouwd. Er was geen elektriciteit, dus alles geschiedde met de hand, ook het zagen van de bomen, en wel met de trekzaag. Het hout werd met de dissel vlak gemaakt en met hamer en beitel verder bewerkt. De heer De Beaufort heeft deze hobby jarenlang beoefend. Toen er later een hut in vlammen opging, is een andere blokhut naar een perceel verderop langs de Amersfoortseweg verplaatst. Deze is nog te zien bij het eerste witte huis links na de kruising Quatre Bras, net voor het Pannenkoekenhuis Bergzicht. Bij De Hoogt zijn alle blokhutten inmiddels verdwenen.

DeHoogt002 DeHoogt003

De tuin bestaat uit een drietal door haagbeuken omsloten deeltuinen. Daarachter bevindt zich een grote weide met solitair staande bomen. De zichtlijnen naar de Amersfoortseweg zijn nog steeds aanwezig, de oude rhododendrons markeren de paden. Het uitzicht vanaf het terras was fantastisch. De Veluwe was goed herkenbaar en toen de boerderij De Haar aan de Dwarsweg in 1920 afbrandde, was dit vanaf het terras goed te zien. De bouw, in 1923-1925, van Tuindorp met zijn rode daken was goed te volgen en werd door de bewoners van De Hoogt ervaren als onprettig en horizon vervuilend.

Tot de buitenplaats De Hoogt behoorden percelen op de Peppelenk, grenzend aan de Hoekenkamp. Hier werd het huis gebouwd voor de tuinbaas. Het is tot in de dertiger jaren in bezit geweest van de familie De Beaufort. De tuinbaas, de heer Martijn, is daarna verhuisd naar de chauffeurswoning op De Hoogt. Vanuit de moestuin, maar ook uit de boomgaard bij de boerderij De Haar werd 's winters groente en fruit in grote rieten manden bezorgd bij de woning van de familie De Beaufort aan de Herengracht te Amsterdam. Tot 1925 was De Hoogt voornamelijk een vakantiewoning voor de familie De Beaufort, daarna is het huis tot 1946 permanent bewoond geweest. Vanaf deze tijd zijn in een gedeelte van het huis appartementen gemaakt, die ook door mensen van buiten de familie werden bewoond. Na het overlijden van de heer De Beaufort in 1959 is De Hoogt een internaat geworden voor studenten, van wie de ouders in het buitenland verbleven. Kortgeleden is het huis verkocht aan de familie Kampschoër, die het huis geheel heeft gerenoveerd onder begeleiding van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het gebouw ziet er bijzonder fraai uit en het klokje in de klokkentoren luidt weer.


Voormalige chauffeurswoning bij De Hoogt - Rijksmonument 509007, De Hoogt 2-4

De bij De Hoogt behorende voormalige chauffeurswoning met autogarage is in 1917 gebouwd in opdracht van Joachim Ferdinand de Beaufort naar het ontwerp van J. W. Hanrath. De grond was verworven als een 'perceel bosch, hakhout en dennen' van Catharina Johanna de Beaufort. In het midden tussen de twee woningen is de garage met overdekte wasplaats gesitueerd. In het linker woongedeelte was een werkplaats en de biljartkamer opgenomen. De eigenlijke woning bevond zich aan de rechterzijde.

DeHoogt001


Referenties

Voormalige Boerderij de Brink - Rijksmonument 509674, Maarnse Grindweg 47

De huidige boerderij De Brink stamt uit 1910, maar op deze plaats lag in ieder geval al in de zeventiende eeuw een boerderij. De Brink is, net als alle andere boerderijen in Maarsbergen en omgeving, een zogenaamde hallehuis- of langhuisboerderij. Deze boerderijen hebben een vrijstaande gebintconstructie die het gebouw in drie beuken verdeelt. De middenbeuk is het grootst en wordt ook wel halle genoemd. In dit boerderijtype worden woon-, stal-, en oogstopslagfuncties onder één dak gecombineerd. De woon- en werkruimtes zijn gescheiden door een brandmuur. De hoge middenbeuk aan de achterzijde van het huis (de deel) deed dienst als dorsvloer en de oogstopslag vond plaats op de zolder boven de gebintbalken. De oogst kon naar binnen worden gebracht door de grote deeldeuren of door het oogstluik daarboven (bij De Cruijvoort goed zichtbaar). In de zijbeuken aan weerszijden van de deel bevonden zich de stallen, waar het vee met de koppen naar de deel toe stond gekeerd.

DeBrink001 DeBrink002

De symmetrische voorgevel heeft 6-ruits schuifvensters met paneel luiken in de kleuren van Kasteel Maarsbergen (groen, met gele zandlopers op een rood veld waarvan de lijnen die elkaar snijden zijn versierd met een grote zwarte punt). Onder het meest rechtse venster bevindt zich een kelderlicht. Op de verdieping een klein 4-ruits schuifvenster. Op het erf bevinden zich diverse (moderne) opstallen en een eind jaren tachtig traditioneel gebouwde (eiken roeden), met riet gedekte hooiberg. Opvallend bij de Brink is de uitbouw aan het voorhuis, waardoor het de vorm van een krukhuis heeft. De kruk van deze boerderij is een bakhuis (zie ook De Cruijvoort), dat van kleinere stenen is gemetseld. Dit bakhuis is nog een restant van de oude boerderij en is bij de herbouw van de boerderij in 1910 aan het hoofdgebouw vastgemaakt.

De Brink vormt vanouds het centrum van de boerderijen bij het kasteel (Meersbergse Buurt) en daar dankt de boerderij waarschijnlijk ook zijn naam aan. Een brink is namelijk in oorsprong een langgerekt grasveld midden in een (boeren)dorp. Het terrein was gemeenschappelijk bezit van de boeren. Het woord brink werd overigens niet alleen gebruikt als aanduiding voor een gemeenschappelijk stuk land, maar ook wel voor een particulier erf bij een boerderij.

Referenties

  • De Historische Buitenplaats Maarsbergen, pag 15.
  • De Heerlijkheid van Maarsbergen, pag 50.
  • Boerenbouw en Herengoed, pag 43.
  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 158.
  • CHC Collectie, foto's 2007.
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarsbergen.

Verdwenen Boerderij de Bovenste Plaats - Maarnse Grindweg

Wie zich over de Maarnse Grindweg verplaatst van Maarn richting Maarsbergen, ziet daar op een gegeven moment aan de linkerzijde enkele grote doorgeschoten lindebomen staan. Voor kenners is het dan wel duidelijk. Er moet ter plaatse een woning gestaan hebben met, zoals gebruikelijk in deze streek, twee leilindes als zonnescherm aan de zuidzijde voor de boerderij. Op onderstaande kaart (Google Maps satelliet) ziet u de Buursteeg en de Maarnse Grindweg parallel verlopen, het erf met de verdwenen boerderij bevindt zich in de witte ovaal.

Bovenplaats001

Oudere inwoners van Maarsbergen wisten er meer van te vertellen. Zo kan Bob Laporte Sr zich nog goed herinneren dat daar een boerderij gestaan heeft met rondom akkers en bouwlanden. Maar sinds een halve eeuw is deze boerderij verdwenen en resten ter plaatse slechts de monumentale lindebomen. Maar er is meer te vinden op en rondom de plaats waar deze boerderij heeft gestaan. Wie wat rondsnuffelt vindt met weinig moeite de begrenzing van de akkers en bouwlanden terug. Veel houtwallen en greppels geven namelijk exact de begrenzing van verdwenen akkers aan. Onlangs kwam een van de leden van de Cultuurhistorische Commissie in het bezit van enkele foto’s van de verdwenen boerderij 'De Bovenplaats', welke in de jaren vijftig van de vorige eeuw is afgebroken. Zie de foto links onder. De recente foto rechts onder toont de huidige situatie waar in de grote open plek de twee leilinden nog steeds duidelijk te zien zijn. Het is te danken aan de directie van Landgoed Maarsbergen dat op deze historische plek een informatiebord en zitbank geplaatst werden en dat de plek goed onderhouden wordt.

Bovenplaats003 Bovenplaats002

Als je de oude Kaart van Maarsbergen van 1716 erbij haalt dan kun je hierop de verdwenen boerderij met velden en wallen terugvinden. Zo is met enig speurwerk veel terug te vinden van een eeuwenlange bewoning. Op de eerder genoemde kaart van Maarsbergen 1716 zie je in het kaartfragment hier beneden de boerderij met twee hooibergen in de witte ovaal. Let op, de kaart is anders georiënteerd dan we gewend zijn, oost is boven, zuid beneden. Links van de Buurtsteeg die van boven naar beneden verloopt is de hoeve 'het Buurteinde' getekend die inmiddels vervangen is door nieuwbouw. Ten noorden van de boerderij zie je een schaapskooi. Toen deze kaart werd gemaakt was de schapencultuur de belangrijkste bron van inkomsten. De Utrechtse Heuvelrug was toen een groot heidegebied met grote aantallen schapen en vele schaapskooien. De percelen en wallen zijn ook nu nog volledig aanwezig, maar de percelen zijn vaak bebost, de paden soms dichtgegroeid. Alleen de oude leilinden getuigen hier nog van het agrarisch verleden. Ga er eens kijken, neem de oude kaart van Maarsbergen uit 1716 erbij en ga eens terug in de tijd. Er valt heel veel te ontdekken op de randen van de Utrechtse Heuvelrug, die een eeuwenlange bewoningsgeschiedenis kennen.

Bovenplaats004


Referenties

  • CHC Bewerking van het artikel 'Verdwenen Boerderij de Bovenste Plaats' van Cees van Lambalgen in een Modderkoning van 2009

Boerderij Nieuw Altena - Rijksmonument 509001, Griftdijk 3

Nieuw Altena is net als alle andere boerderijen in Maarsbergen en omgeving, een zogenaamde hallehuis- of langhuisboerderij. Deze boerderijen hebben een vrijstaande gebintconstructie die het gebouw in drie beuken verdeelt. De middenbeuk is het grootst en wordt ook wel halle genoemd. In dit boerderijtype worden woon-, stal-, en oogstopslagfuncties onder één dak gecombineerd. De woon- en werkruimtes zijn gescheiden door een brandmuur. De hoge middenbeuk aan de achterzijde van het huis (de deel) deed dienst als dorsvloer en de oogstopslag vond plaats op de zolder boven de gebintbalken. De oogst kon naar binnen worden gebracht door de grote deeldeuren of door het oogstluik daarboven. In de zijbeuken aan weerszijden van de deel bevonden zich de stallen, waar het vee met de koppen naar de deel toe stond gekeerd. Nieuw Altena ligt haaks op de Griftdijk achter twee monumentale leilindes. De boerderij heeft een zadeldak met overstek. Het rietgedekte dak heeft langs de topgevel aan de voorzijde een fraaie windveer. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is van schoon metselwerk, de achter- en zijgevels zijn voorzien van een pleisterlaag. De vensters dragen nog luiken in de kleuren van landgoed Maarsbergen, hoewel de boerderij sinds het laatste kwart van de twintigste eeuw daartoe niet meer behoort.

NieuwAltena001 NieuwAltena002

Nieuw Altena is in 1886 gebouwd ter vervanging van boerderij Groot Altena. Deze oude boerderij lag net ten zuiden van de spoorlijn. Jhr. mr. Karel Antoni Godin de Beaufort, de toenmalige eigenaar van Kasteel Maarsbergen, vond dat Groot Altena niet meer aan de eisen van die tijd voldeed en gaf opdracht de boerderij te herbouwen aan de Griftdijk. Het pachtersgezin Gijsbert Legemaat (1839-1912) en Adriana Haverkamp (1844-1887), die sinds 1883 op de oude boerderij boerden, verhuisden naar hun nieuwe boerderij aan de andere (noord)zijde van het spoor. Het nieuwe boerenbedrijf was ruim 18 ha groot, terwijl het oude bedrijf slechts 9 ha grond had. De oude boerderij is rond 1886 gesloopt. Volgens overlevering zijn materialen van de oude boerderij verwerkt in de nieuwe boerderij. Het zou dan met name om hergebruik van de stenen gaan (binnenmuren). Mogelijk is ook één van de twee schouwen in de boerderij betegeld met tegels uit de oude boerderij.
De ensemblewaarde van de boerderij met het omliggende erf (twee monumentale lei linden) en bijgebouwen (wagenloods, hooiberg, kippenschuur) is hoog. Het is aangewezen als rijksmonument. De boerderij is in 2013 nog altijd in bedrijf.

Referenties

Boerderij Lammersdam - Gemeentelijk Monument, Rottegatsteeg 7

De boerderij Lammersdam is in 1913 gebouwd door Marinus van Wolfswinkel ter vervanging van een oudere voorganger. De boerderij wordt al vóór 1700 genoemd en is waarschijnlijk een afsplitsing van Groot Haksfoort.

Lammersdam001


Referenties

Boerderij Klein Haksfoort - Gemeentelijk Monument, Rottegatsteeg 3

Van de dwarshuisboerdrij Klein Haksfoort is het achterhuis gericht naar de Rottegatsteeg. Het complex, dat bestaat uit een boerderij met schuren, een hooiberg en een bakhuisje, is te bereiken langs een eikenlaan. De boerderij is gebouwd in 1872 door Gerardus van Wittenberg op de plaats van een oudere voorganger en is waarschijnlijk een afsplitsing van het even verderop gelegen Groot Haksfoort. Naast het agrarisch bedrijf biedt Klein Haksfoort thans (2013) ook ruimten aan voor vergaderen en groepsaccomodatie.

KleinHaksfoort001 


Referenties

Boerderij Hof ter Heide - Gemeentelijk Monument, Hof ter Heideweg 1

Het Hof ter Heide is een ontginningsboerderij uit het begin van de twintigste eeuw. Tot ver in de negentiende eeuw lag hier een uitgestrekt nat heidegebied dat tot de mark van Maarsbergen hoorde. Na de verdeling van de gemene gronden in 1886 werd jhr. mr. Karel Antoni Godin de Beaufort (eigenaar van Landgoed Maarsbergen) eigenaar van deze grond. Hij liet in 1903 een boerderij bouwen, maar deze werd tijdens een hevig onweer door blikseminslag getroffen en totaal verwoest. Hierbij zal zeker meegespeeld hebben dat deze boerderij destijds het hoogste punt was in het (gedeeltelijk ontgonnen) heideveld. De eigenaar gaf de moed niet op en in 1905 is het Hof ter Heide opnieuw opgebouwd voor ruim fl. 4200,-.

HofTerHeide001 HofTerHeide002

De bakstenen langhuisboerderij heeft een rieten wolfsdak. Op de hoeken van voor- en zijgevels wordt een grijze plint naar boven als lisenen doorgezet. In de voorgevel vier vierruits schuifvensters met bovenlichten. Bij een recente verbouwing zijn voor deze vensters helaas voorzetramen aangebracht (voor de geluidwering van de A-12). De vensters zijn voorzien van paneelluiken in de kleuren van Landgoed Maarsbergen. Onder het rechtervenster bevindt zich een kelderlicht met diefijzers. In de topgevel is een vierruits schuifvenster dat aan de bovenzijde wordt omlijst door een bakstenen wenkbrauw. Op de voorgevel staat bovendien de naam en het stichtingsjaar: HET HOF TER HEIDE 1905. De zijgevels zijn witgepleisterd. In de zuidelijke zijgevel is de ingang. De bakstenen achtergevel heeft een traditionele indeling. In het midden is een getoogde dubbele staldeur, met daarboven een getoogd hooiluik. Links en rechts van de staldeur zijn halfronde vensters met roedenverdeling en getoogde mestdeuren.

Ondanks de geringe ouderdom is het Hof ter Heide cultuurhistorisch waardevol door de ligging in de ontginning (heidegebied) en de goed bewaard gebleven traditionele bouwstijl van de boerderij. Opvallend is dat de zijgevels beduidend hoger zijn dan van de oudere typen, zoals Bergveld, het Blauwe Huis en de Kleine Valkeneng. Hogere zijmuren werden vanaf het begin van de twintigste eeuw algemeen toegepast. De nieuwe boerderijen werden daardoor praktischer (meer berg- en woonruimte) dan de oudere typen.

Het Hof ter Heide is nog in bedrijf. De naam is eenvoudig te verklaren. Het gebied rond het Hof ter Heide was tot het begin van deze eeuw een heideveld. Het betrof een vochtig heidegebied (kwel) met voornamelijk dopheide. Deze heidegebieden werden veelal omgezet in weidegrond. De drogere heidegebieden met struikheide werden aan het einde van de negentiende eeuw omgezet in bossen.


Referenties

Boerderij Groot Rumelaar (Het Hoekje) - Gemeentelijk Monument, Rumelaarseweg 18

Deze boerderij staat bij oudere dorpsbewoners bekend als 'het Hoekje', maar de oorspronkelijke naam van de deze boerderij is Groot Rumelaar of Maarsbergs Rumelaar. Rumelaar is één van de oudste erven in de Gelderse Vallei, gelegen aan de rand van een dekzandrug. De boerderij ligt nog net op het grondgebied van de Gemeente Maarn. De boerderij staat met de achtergevel naar de Rottegatsteeg. De muurankers in de voorgevel geven als bouwjaar 1810 aan. In de achtergevel is boven de baanderdeur een sluitsteen met het jaartal 1855 ingemetseld. Het muurwerk van de voorgevel, achtergevel en linker zijgevel duidt op wijzigingen in de loop van de tijd.

Het metselwerk van de rechterzijgevel gaat schuil onder pleisterwerk. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de kern van de huidige boerderij uit 1810 stamt en dat er in 1855 een verbouwing heeft plaatsgevonden. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn wijzigingen aangebracht aan de vensters en de entree en is een dakkapel op het rechter dakvlak geplaatst. Het wolfsdak is met grijze pannen gedekt. De voorgevel telt boven een brede gepleisterde plint vier zesruits schuifvensters met luiken op de begane grond en twee schuifvensters in de topgevel. Onder het linker venster bevindt zich een kelderlicht voorzien van een luik. De entree is in de linker zijgevel gelegen. De achtergevel kent een traditionele indeling met baanderdeuren waarboven een hooiluiken een rond venster met roeden in de topgevel zijn geplaatst. Links en rechts van de deuren bevinden zich kleine halfronde vensters en getoogde mestdeuren. Vlieggaten voor duiven complementeren het gevelbeeld.

GrootRumelaar002 GrootRumelaar001

Ten oosten van de boerderij bevond zich een monumentale vrijstaande schuur, die - af te lezen aan het muurwerk - in verschillende fasen tot stand is gekomen. De schuur was als koestal in gebruik. Het muurwerk van de lange gevel, waar de mest- en baanderdeuren en de stalvensters zich bevonden, was hoger opgetrokken dan dat van de overige gevels. Het schilddak was met grijze Hollandse dakpannen gedekt. De kieren tussen de pannen waren met strodokken opgestopt. Het interieur vertoonde een asymmetrische ankerbalkconstructie. Vijf vrijstaande gebintstijlen op poeren en vijf in de gevel ingelaten gebintstijlen ondersteunden de kapconstructie. De schuur is in 2007 afgebroken om plaats te maken voor een moderne grootschalige geitenstal.

Referenties

Boerderij De Griftheuvel (Driestapel) - Gemeentelijk Monument, Griftdijk 2

De in 1893 gebouwde langhuisboerderij, voorheen 'De Driestapel' genoemd, is de vervanging van een oudere 19e eeuwse boerderij. De monumentale eik naast de boerderij is inmiddels verdwenen.

Griftheuvel001 Griftheuvel002

Referenties

  • Boerenbouw op Herengoed, foto op pag 21.
  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 114.
  • RHC Zuidoost Utrecht, beeldbank Maarn, foto van de monumentale eik 241gri001.
  • CHC Collectie, foto van de boerderij gemaakt op 12-2-2013.
  • Wikipedia Lijst van gemeentelijke monumenten in Utrechtse Heuvelrug.

Het Blauwe Huis en de voormalige eendenkooi De Kom liggen beide in Landgoed Het Kombos aan de Woudenbergseweg ter hoogte van Huis Maarsbergen en de Meersbergse Buurt.


Voormalige Boerderij Het Blauwe Huis - Rijksmonument 26337, Woudenbergseweg 42

Het Blauwe Huis ligt aan de rand van het Kombos. In het Kombos is een 16e eeuwse eendenkooi grotendeels bewaard gebleven. De boerderij is in 1849/1850 gebouwd ter vervanging van een omstreeks diezelfde tijd gesloopt huis met dezelfde naam. Dit oude Blauwe Huis lag 300 meter meer naar het noorden (langs de Kooisteeg) en dateerde uit de achttiende eeuw. Het werd gebouwd toen het moerassige Kombos is ontgonnen tot landbouwgrond. De plek, waar u straks op weg naar de eendenkooi langskomt, kan nu nog worden herkend door de aanwezigheid van twee zeer oude (lei)linden die voor dit huis hebben gestaan en een oude taxusboom.

De vroegste vermelding van het oude Blauwe Huis dateert van 1753. Het is kort daarvoor gebouwd voor Caspar Schults, schout/rentmeester van Landgoed Maarsbergen. Als de schout van Maarsbergen rond 1765 naar Amerongen verhuist, doet het oude Blauwe Huis nog even dienst als dubbele woning voor het personeel op het landgoed. Maar tegen het einde van de achttiende eeuw wordt het een boerderij met ruim zeven hectare bouw- en weiland. De huurders werden verplicht om drie stuks volwassen rundvee en een paard te houden. Omstreeks het midden van de negentiende eeuw was het honderdjarige oude Blauwe Huis aan een grondige renovatie toe. De familie Du Bois, de toenmalige eigenaar van Landgoed Maarsbergen, heeft opdracht gegeven de oude boerderij te slopen en een nieuwe boerderij te bouwen aan de inmiddels verharde weg Maarsbergen-Leersum. De boerderij was daardoor veel gemakkelijker bereikbaar dan het oude Blauwe Huis gelegen aan de onverharde Kooisteeg in het natte kooibos.

BlauweHuis001 BlauweHuis002

Let u vooral op de symmetrische voorgevel waarin een geometrische baksteendecoratie van gele IJsselsteentjes is aangebracht. Het meest opvallend zijn de twee neoclassicistische elementen, zogenaamde pilasters (vierkante halfzuilen), gemetseld van ijsselsteentjes. Deze twee pilasters zijn met elkaar verbonden door een eveneens uitstekende band IJsselsteentjes. Boven het zolderlicht wordt deze band (weliswaar kleiner) herhaald. Net onder de top van de voorgevel is nog een driehoek (een soort fronton) van IJsselsteentjes gemetseld. Onder andere vanwege deze aparte voorgevel is het Blauwe Huis aangewezen als rijksmonument. Er is in Nederland maar één andere boerderij die vrijwel dezelfde voorgevel heeft en dat is de boerderij Kolland aan de Lekdijk nr. 3 te Amerongen, gebouwd in 1858. Een ander grappig element van het Blauwe Huis is de rond gemetselde schoorsteen, die op geen enkele andere boerderij in de streek wordt aangetroffen. Verder zijn de zijmuren van de boerderij opvallend laag (1.70 meter), zodat men vroeger altijd moest bukken als men naar binnen of naar buiten wilde.

In 1906 werd de achterzijde van de boerderij met zes meter verlengd, zodat de gehele lengte van het huis achttien meter werd. Dit is te zien aan de bakstenen die zijn gebruikt voor het voor- (kleinere stenen) en achterhuis (grotere stenen). Tijdens de verlenging werd waarschijnlijk de geut ommuurd, zodat de woonkeuken ontstond. Om licht te verkrijgen in deze keuken werd door de timmerman een fraai (grenen) schuifkozijn aangebracht in de zijgevel. Door ontginningen van de heide kon de oppervlakte van de bij de boerderij behorende landbouwgrond toenemen tot zeventien hectare, waardoor ook steeds meer vee kon worden gehouden. Omstreeks 1920 waren er 12 melkkoeien op het bedrijf.

Het Blauwe Huis is aan het einde van de zeventiger jaren van de vorige eeuw buiten gebruik geraakt als boerderij. In 1993 bevond het huis zich in een dermate deplorabele toestand dat het alleen met een grondige restauratie weer bewoonbaar was te maken. In opdracht van Gonda Laporte en David Vroon is het Blauwe Huis in 1993/94 gerestaureerd en in gebruik genomen als woonhuisboerderij. De wagenloods opzij van het huis is in 1997 afgebroken en in de oorspronkelijke vorm herbouwd, iets verder van de boerderij af. In 1999 is het asfalt van het erf verwijderd, de moestuin in ere hersteld en oud bestratingsmateriaal aangebracht. In 2000 is een nieuwe beukenhaag om het erf geplant.

Waarom de boerderij de naam 'het Blauwe Huis' draagt, is niet helemaal duidelijk. Het meest waarschijnlijk is dat het oude Blauwe Huis opvallend blauw geschilderd was aan de buitenzijde en/of de binnenzijde in opdracht van de eerste bewoner, Caspar Schults, de schout van Maarsbergen. Blauw was een kleur van 'stand', omdat de grondstoffen voor deze verfkleur duur waren. Met de kleur blauw kon de schout zich onderscheiden van het veel door de boeren gebruikte en goedkopere 'ossenbloedrood'.

Voormalige Eendenkooi De Kom - Rijksmonument 528022, Woudenbergseweg bij 42

Over de geschiedenis van de oude eendenkooi is het één en ander bekend uit de archieven van de Abdij van Berne. De abt Koenraad van Malsen gaf het plassengebied waarin de eendenkooi destijds lag op 20 april 1535 in huur of in erfpacht aan een zekere Laurens Wolfswynckel en zijn echtgenote Jannetgen. Deze Laurens had daar op grote kosten en met veel moeite een eendenkooi aangelegd. De pachtprijs bestond uit 125 grote wilde eenden of drie talingen voor elke grote wilde eend. Deze moesten worden afgeleverd jaarlijks vóór vastenavond. Twee eeuwen later (eerste helft van de achttiende eeuw) is de eendenkooi in onbruik geraakt. Waarschijnlijk kan de ontginning van het Kombos als belangrijkste oorzaak van het buiten gebruik raken van de eendenkooi worden aangemerkt. Het gebied rondom de kooi werd veel minder nat, waardoor de aantrekkelijkheid voor watervogels afnam.

DeKom001 DeKom002

De eendenkooi of beter gezegd het restant daarvan (kooirelict) is echter nog steeds aanwezig. De twee noordelijke vangarmen zijn doorsneden door de Parallelweg. De twee zuidelijke vangarmen zijn nog redelijk intact en goed zichtbaar in het bos. Hoewel de eendenkooi waarschijnlijk al ruim 250 jaar niet meer in gebruik is, heeft de resterende plas nog steeds een grote waarde voor de omgeving. De cultuurhistorische waarde is in 1998 onderkend door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg: de eendenkooi maakt sindsdien deel uit van de beschermde historische buitenplaats Maarsbergen. Ook de waarde van de eendenkooi voor flora en fauna is groot. De afwisseling van water, bos en weilanden oefent een grote aantrekkingskracht uit op allerlei bijzondere planten en dieren. In september 2003 zal een begin worden gemaakt met herstelwerkzaamheden aan de Kom. In samenwerking met het Waterschap Vallei en Eem en het Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug wil de eigenaar van Landgoed het Kombos waartoe de Kom behoort, de vangarmen en de plas uitdiepen zodat deze weer beter zichtbaar worden in het landschap. Dit zal ook voordelen hebben voor de flora en fauna (met name amfibieën) van de voormalige eendenkooi.

Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 156, 189.
  • De Historische Buitenplaats Maarsbergen, pag 27.
  • Boerenbouw op Herengoed, pag 36.
  • CHC collectie, foto's 2007 en rond 1920.
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.

Voormalig Boerderij - Gemeentelijk Monument, Van Beuningenlaan 34a

Het bouwjaar van deze klein langhuisboerderij is onbekend. Het is een 19e eeuws pand dat niet meer in gebruik is en opgenomen is in de bebouwing aan de Van Beuningenlaan.

VanBeuningenlaan34a 001 VanBeuningenlaan34a 002

Referenties

Boerderij Berkenzand, Gemeentelijk Monument, Vinkenbuurtweg 6

Over de naam van deze Maarnse boerderij bestaat wat onenigheid, soms wordt het ook wel aangeduid als Berkenzaad. Berkenzand is echter het meest waarschijnlijk. Deze boerderij is voor 1751 ontstaan in de Birk-ontginning. Het gebied bestond daarvoor uit heidegrond met berkenopslag. De naam van de boerderij verwijst hier nog naar. Aan Berkenzand is in de loop der jaren veel verbouwd, maar mogelijk dateren onderdelen van de boerderij nog uit de achttiende eeuw. Voor de Tweede Wereldoorlog werd door de toenmalige eigenaar het besluit genomen om Berkenzand te slopen. Toen hij bij de pachters kwam kijken, vond hij de schouw in de woonkamer echter zo mooi, dat de sloop niet doorging. Berkenzand werd weer opgeknapt en kon gelukkig weer jaren mee. De boerderij heeft een wit gepleisterde voorgevel met een symmetrische vensterverdeling. De vensters hebben luiken. Berkenzand is een typische hallehuisboerderij met een driebeukige opzet.

De hoge middenbeuk (de halle) deed aan de achterzijde van het huis dienst als dorsvloer en de oogstopslag vond plaats op de zolder boven de gebintbalken. De oogst kon naar binnen worden gebracht door de grote deeldeuren of door het oogstluik daarboven. Ook kon het hooi en koren opgeborgen worden in een kapberg achter de boerderij. In de zijbeuken aan weerszijden van de deel bevonden zich de stallen, waar het vee met de koppen naar de deel stond toegekeerd. Tot het begin van deze eeuw bevonden zich in Berkenzand potstallen. De potstallen waren noodzakelijk voor het verzamelen van zoveel mogelijk mest. Gedurende de staltijd bleef de mest. die regelmatig werd afgedekt met een laag plaggen, in de stal liggen. Pas in het voorjaar, als de koeien weer naar buiten gingen, werd de potstal leeggeschept en werd de mest, vermengd met plaggen, over de akker verspreid.

Berkenzand001 Berkenzand002

Dit was een zwaar karwei. In het begin van de twintigste eeuw werden de grupstallen gebouwd. Mest en gier vielen in de grup en werden door de boer regelmatig verwijderd uit de stal. De grupstallen van Berkenzand zijn nog intact. De driebeukige opzet van de hallehuisboerderij is ook in het voorste woongedeelte nog terug te vinden. De middenbeuk was vroeger de dagelijkse woonruimte met stookplaats en schouw. In de zijbeuken lagen de berg-, slaap- (de bedsteden) en werkruimtes. Ook bevond zich in een zijbeuk de melkkelder en opkamer. Tot het begin van de twintigste eeuw maakten de Maarnse boerinnen zelf boter door de afgeschepte room met de hand te karnen. Daarna werd de melk opgehaald in bussen en vervoerd naar zuivelfabrieken in de omgeving.


Referenties

Voormalige Dienswoning NS, Bergweg 39

In 1903 startten de Spoorwegen met de bouw van achttien dienstwoningen aan de Bergweg bestemd voor het spoorwegpersoneel dat de woningen kreeg toegewezen volgens de toen geldende rangen en standen. Een vrijstaand huis voor de stationschef, de onder-stationschef en de stationsassistenten, en twee-onder-één-kapwoningen voor de ladingmeesters, de ploegbaas, de wegwerkers en de voorlieden. Na 1945 zijn de meeste huizen aan de Bergweg door de Spoorwegen aan particulieren verkocht. De kopers veranderden en verbouwden met als gevolg dat veel typische kenmerken van de oorspronkelijke bouw verloren gingen.

Bergweg001 Bergweg002 Bergweg39 002 Bergweg39 001

Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pagina 101
  • Treinen door Maarn en Maarsbergen, pagina 27
  • De recente (19-10-2013) kleurenfoto komt uit de CHC collectie.
  • RHC Zuidoost Utrecht, beeldbank Maarn, foto 241berg001 25-9-1917

Voormalig Boerderij Bergveld | de Kikvorsch - Gemeentelijk Monument, Buursteeg 5

Bergveld behoort tot de oudste boerderijen op het landgoed Maarsbergen. De boerderij bestond waarschijnlijk al toen Samuel de Marez de voormalige proosdij Maarsbergen in 1656 kocht. Op de kaart van 1716 van Justus van Broeckhuijsen is Bergveld duidelijk ingetekend (letter F). De bakstenen die voor de voorgevel zijn gebruikt, zijn waarschijnlijk niet van al te beste kwaliteit (poreus). Daarom is de voorgevel gekalkt om de muur tegen doorslaand vocht te beschermen. Het huidige gebouw is moeilijk te dateren, maar op grond van de gebruikte bakstenen is het minimaal negentiende-eeuws, maar mogelijk zijn er onderdelen zeventiende- of achttiende-eeuws. De naam van de boerderij is in de loop van de negentiende eeuw veranderd in "de Kikvorsch".

Bergveld001

In de witte voorgevel met geschilderde plint bevinden zich twee grote zesruits schuifvensters met links en rechts daarvan een kleiner zesruits venster. Alle vensters kunnen worden afgesloten met paneelluiken. Ook het zolderlicht heeft een luik. Het wolfdak is met riet gedekt. De achtergevel heeft een klassieke indeling van baanderdeuren en mestdeuren en hooiluik. Bij de laatste verbouwing in 1993/1994 zijn er echter wel vensters van gemaakt. Hoewel veel boerderijen in Maarsbergen lage zijmuren hebben, spannen die van de Kikvorsch de kroon. De hoogte was niet meer dan 1.30-1.40 meter. Toen de boerderij in 1993/1994 werd verbouwd, is de oostgevel verhoogd en het dak opgelicht.

De laatste boerenfamilie op de Kikvorsch was de familie Rijksen. Uit de laatste oorlogsdagen (1945) is het volgende verhaal bekend. De Duitsers vorderden in de buurt al het rijdend materieel voor troepentransport. Met dat doel kwamen ze op een zondag op Bergveld. Ze wilden dat boer Rijksen zijn paard en wagen inspande en hen met zijn paard en wagen naar Leersum bracht. Rijksen weigerde: het was de dag des Heren en op die dag mocht hij niet werken. De familie Rijksen wist echter al geruime tijd dat de paarden gevaar liepen om gevorderd te worden. Daarom had één van de zonen (Gerrit) zich met de twee beste paarden in het bos verstopt. Alleen een oud paard was op de boerderij gebleven. De Duitsers, die vergezeld waren door een Nederlandse SS-er, wisten dat er meer paarden moesten zijn. Zij dreigden vader Rijksen dood te schieten als de paarden met rijdend materieel niet binnen een uur naar het kruispunt van de Woudenbergseweg en de Maarnse Grindweg werden gebracht. Zijn jongste zoon Dirk (11 jaar) zag het grote dilemma. Het was weliswaar zondag, maar hij haalde snel de paarden uit het bos, spande ze in en bracht ze naar de Woudenbergseweg.

In 1993 verloor de boerderij zijn agrarische functie en is na een ingrijpende verbouwing door de familie Derksen nu in gebruik als woonhuisboerderij. De naam van de boerderij heeft betrekking op de oorspronkelijke ligging van de bouwlanden van deze boerderij. Deze lagen voor een belangrijk deel richting de Utrechtse Heuvelrug uitgestrekt.

Referenties

Koepel van Stoop - Rijksmonument 526393, Zeisterweg bij 97 Woudenberg

Op de grens van Maarn, net in de gemeente Woudenberg, ligt de Koepel van Stoop. Het was, zoals in die tijd vaker gebeurede, een koopman, bankier, grondbezitter en ontginner, Johannes Bernardus Stoop (1781-1856), die in 1830 een landgoed wilde aanleggen. J. D. Zocher Jr. kreeg de opdracht voor de aanleg van een park. Uiteindelijk kwam er echter geen landhuis tot stand. De problemen met het vinden van water op een aanvaardbare diepte leidden tot het afblazen van de bouw.

De familie Stoop ging in Zeist wonen, maar bouwde in 1840 wel een theekoepel op het aangekochte perceel. Ongeveer tezelfder tijd werd in neogotische stijl het jachthuis 't Berghuisje gebouwd. De Koepel werd gesitueerd op een hoog punt op de Utrechtse Heuvelrug (42,6 m + NAP) met uitzicht op de Geldersche Vallei en de Veluwe, maar ook met een zichtas naar de Utrechtse Domtoren. De zes zuilen waarop het dak rust zijn van zandsteen en afkomstig van de beurs van Hendrik de Keyser uit Amsterdam. Met het huwelijk van Stoops dochter Anna Aleida met de heer Aernoud Jan de Beaufort, kwam de Koepel in bezit van de familie De Beaufort. De eerste tijd diende de Koepel als theehuis. Rond 1934 werd ze door de heer W. H. de Beaufort ingericht als Boschbouwkundig Museum. Grote delen van het landgoed Den Treek-Henschoten waren inmiddels met bos ingeplant. Tegenwoordig is de Koepel in gebruik als atelier en expositieruimte van een schilderes, mevrouw Mirjam Pekelder-van de Pijpenkamp (website: www.mijpe.nl). Na de recente restauratie- en onderhoudsbeurt verkeert de Koepel in zeer goede staat.

Samen met 't Berghuisje en de lager gelegen boerderij/stal en boswachterswoning ligt hier in het landschap een prachtig complex. Het karakter wordt voornamelijk bepaald door de unieke parkaanleg van Zocher, met het riante uitzicht over de Utrechtse Heuvelrug en bij helder weer het uitzicht tot op de Veluwe.

DeLaagt KoepelVanStoop001

Voormalig Jachthuis 't Berghuisje - Rijksmonument 526387-9, De Laagt 8

Tussen 1837 en 1840, dus voorafgaande aan de bouw van de Koepel, werd namens de opdrachtgever J. B. Stoop het Jachthuis op de Berg gebouwd. Het in neogotische stijl gebouwde Berghuisje had één bouwlaag. De parkaanleg is ontworpen en aangelegd in de Zwitserse landschapsstijl met een glooiende weide die een alm (alpenweide) moest voorstellen. De zichtlijnen, het uitzicht, de solitaire bomen en de coulissen langs de randen van het landschap doen de bezoeker genieten van prachtig en uitzonderlijk landschappelijk schoon. In 1914 is 't Berghuisje voorzien van een extra verdieping onder architectuur van J. W. Hanrath. De opdrachtgever was Johannes Bernardus de Beaufort, kleinzoon van J. B. Stoop. Vergelijking van de foto's van het jachthuis in de oude en de huidige vorm laat zien, dat de oorspronkelijke benedenverdieping op de nieuwe woonlaag op de begane grond is geplaatst. De bouwmaterialen van de benedenverdieping zijn gebruikt om de in 1914 aangebrachte eerste verdieping te bouwen. De karakteristiek van het oude jachthuis is hiermede bewaard gebleven, terwijl de aanblik nu doet denken aan een Zwitsers chalet. Rondom het huis is een verharding van kiezelsteentjes gelegd, met aan de voorzijde een kiezel mozaïek in de vorm van een windwijzer met de tekst 'Oost West Thuis Best'.

DeLaagt Berghuisje001

De schuur naast 't Berghuisje geeft de indruk van een schaapskooi, maar is het niet. Naar beneden afdalend, ziet u aan de onderzijde van de heuvel een mooie paardenstal. Het gehele complex, inclusief de landschappelijke omgeving, is één weids monument.

Woonhuis en Boerderij - De Laagt 4-6

De boerderij in het bos werd in 1893 gebouwd ter vervanging van een ouder huis. De boerderij vorm een waardevol ensemble met het woonhuis dat op enige afstand ervan in 1980 werd herbouwd. In de boerderij woont en werkt in 2013 nog steeds Jan de Haas, beelden kunstenaar.

DeLaagt06 001

Woonhuis met Schuur bij 't Berghuisje - Rijksmonument 526390, De Laagt 2

Het woonhuis met schuur is omstreeks 1895 in opdracht van Johannes Bernardus de Beaufort gebouwd. De Beaufort was burgemeester van Woudenberg van 1872 tot 1905 én grootgrondbezitter.

DeLaagt02 001 DeLaagt02 002


Referenties

De eerste aanleg van de structuur van het landgoed dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Samuel de Marez (1629-1691), een rijke koopman uit Amsterdam, had in 1656 geheel Maarsbergen gekocht voor een bedrag van f 85.000,-. Daarnaast investeerde hij een bedrag van f 200.000,- om het in de Tachtigjarige Oorlog verwaarloosde kasteel (tot dan toe proosdijhuis) en landgoed op te knappen. Een groot deel van het geïnvesteerde bedrag is besteed aan de omvorming van het terrein rondom het kasteel tot een groot park in Hollands-classicistische stijl.

Een goed beeld van deze aanleg geeft de kaart die landmeter Justus van Broeckhuysen in 1716 maakte van de Ambachtsheerlijkheid van Maarsbergen. De hoofdstructuur van de aanleg, met een breedte van 450 meter en een lengte van ruim 2000 meter, bestaat uit drie lange noord-zuid lopende zichtassen. De noordzijde van de aanleg werd gevormd door de huidige Haarweg/Tuindorpweg. Door de aanleg van de spoorlijn en later de rijksweg A-12 is het noordelijk deel van de historische aanleg doorsneden. De middelste dwarsas wordt gevormd door de Maarnse Grindweg. De 17e eeuwse hoofdstructuur is nog altijd in grote lijnen en deels in detail aanwezig en bepaalt in sterke mate het karakter van het landgoed. De Wijkerweg, waar u nu op loopt, is de westelijke zij as. Deze loopt ruim 200 meter ten westen (parallel) van de centrale as van het landgoed, (Heerensteeg, deels Woudenbergseweg), waar onder andere de Grote en de Kleine Bloemheuvel aan liggen. Aan de oostzijde wordt de aanleg afgesloten door een andere laan (de Kooisteeg), die gericht is op de top van de Folcoldusheuvel (de Pol).

HuisMaarsbergen001

Hierboven een schilderij van de buitenplaats en het kasteel Maarsbergen gemaakt door van Allard van Everdingen in de periode 1656-1675.

De lanen van de hoofd- en zijassen zijn aan weerszijden beplant met een dubbele rij laanbomen van inlandse eik, beuk en later ook Amerikaanse eik. Langs de assen liggen op meerdere plaatsen ook nog houtwallen met aan weerszijden een greppel. Deze houtwallen dienden voor het leveren van boerengeriefhout (palen, stelen voor gereedschap) en brandhout. Iedere 10 tot 12 jaar werden ze gekapt. Het hout werd in kleine percelen verkocht. Het nummer van de te verkopen brandhoutpercelen werd aangegeven op eikenbomen die op de uiteinden bleven staan. Langs de westzijde van de hoofdas zijn deze eiken, zogenaamde nummerhouten, nog fraai te zien op de rand van het weiland.

Er zijn overigens nog meer elementen van de oorspronkelijke aanleg bewaard gebleven zoals de ringwal rond de Folcoldusheuvel, de halfcirkelvormige afsluiting aan de zuidzijde en de cirkelvormige wal (de Paraplu) op de zuidwestelijke hoek van de historische aanleg. Deze zijn nog steeds goed zichtbaar in het terrein.


Huis Maarsbergen - Rijksmonument 26336, 509611, 509658-75, Maarnse Grindweg 30

Huis Maarsbergen heeft een zeer oude geschiedenis. Tussen 1134 en 1648 was het gehele grondgebied van Maarsbergen een uithof van de Norbertijner abdij van Berne. Uithoven, later proostdijen genaamd, waren in de middeleeuwen agrarische bedrijven van kloosters. Ze waren in het algemeen veel groter dan particuliere boerderijen. Zij werden gesticht om de geschonken of op andere wijze verworven landerijen, die dikwijls ver van de abdij verwijderd lagen, te exploiteren. Ook Maarsbergen was een schenking. In 1134 gaven ridder Folcoldus van Berne en zijn vrouw Bescela van Someren het gebied aan de abdij.

De Maarsbergse uithof bestond in eerste instantie uit één of meer (houten) boerderijen, schuren en een kerk. Hiermee was de uithof, ondanks de geringe omvang, een belangrijk centrum in de dunbevolkte streek. Maarsbergen kreeg daardoor kansen om uit te groeien tot een dorp van enige betekenis in een gebied met veelonontgonnen grond. In 1218 brandden de kerk en kloosterboerderij af en in 1430 troffen de opvolgers van deze gebouwen hetzelfde lot. Het in de 15e eeuw herbouwde proosdijhuis is vrijwel zeker identiek aan de oudste gedeelten van het huidige huis. Het omgrachte rechthoekige huis had twee diagonaal tegenover elkaar gelegen ronde hoektorens en twee arkeltorentjes. De proosdij en de pachters van de hoeven zorgden voor een betere afwatering van het gebied, waardoor steeds meer grond met succes kon worden ontgonnen. In 1536 waren er 17 boerderijen in Maarsbergen, in 1656 waren het er 19 en in 1716 ten slotte 20.

In 1648, het jaar dat de Tachtigjarige Oorlog ten einde liep, werd Maarsbergen door de Staten van Holland geconfisqueerd en de proosdij hield op te bestaan. In 1656 verkochten de Staten de voormalige proosdij (huis, grond en woningen) aan Samuel de Marez (1629 - 1691), een puissant rijke koopman die woonde in Utrecht en Amsterdam. De familie de Marez, die Maarsbergen in bezit hield tot 1764, verbouwde het proosdijhuis tot een schitterend landhuis en legde er een grote, formele Hollands-classicistische tuin omheen. Op de kaart uit 1716 van Justus van Broeckhuysen zien we het omgrachte huis centraal liggen in een stelsel van evenwijdige lanen, waarbij de oostelijke laan naar de Folcoldusheuvel leidt. Het huis ligt temidden van 24 rechthoekige en vierkante sierperken. De hoofdstructuur is, ondanks een nieuwe aanleg in het begin van de 19e eeuw, thans nog in grote lijnen aanwezig.

HuisMaarsbergen003 HuisMaarsbergen002

De eerste afbeelding is van Serrurier naar een tekening van Cornelis Pronk uit 1731, de tweede is een prent naar een tekening van P. J. Lutgers uit ca. 1868.

Tussen 1764 en 1804 ging Maarsbergen verschillende malen in andere handen over en raakte het landgoed versnipperd en verwaarloosd. In 1804 werd het Kasteel en een belangrijk deel van het vroegere landgoed gekocht door mr. Jan Andries du Bois (ca. 1778 - 1848), een advocaat bij het Hof van Holland. In de tijd van de familie Du Bois (1804 - 1882) onderging het huis grote veranderingen. Zo lieten zij onder andere de beide ronde hoektorens slopen en voegden een tweede vleugel aan de achterzijde toe, waardoor het huis in diepte werd verdubbeld. Ook kreeg het huis kantelen en werd een (witte) pleisterlaag aangebracht. Voorts werd de voorburcht gesloopt. Midden voor het huis, in het grasveld, werd een rode beuk geplant. Deze monumentale boom met een prachtige kroon verkeert nog steeds in een goede conditie. Er werd een gebogen oprijlaan aangelegd, die de oprijlaan (Heerensteeg) verving die recht op het huis aanliep. Langs de nieuwe oprijlaan verscheen het koetshuis met paardenstal en schuur, terwijl bij de ingang een portierswoning werd gebouwd.

Ook het park onderging onder du Bois grote veranderingen. Onderdelen uit de geometrische aanleg werden verlandschappelijkt, zoals de singels ten noorden en ten zuiden van het huis en de beukenlanen ten oosten en ten westen ervan, de paden rondom de Folcoldusheuvel (de Pol) en de weide achter het huis. In de loop van de 19e eeuw kreeg bosbouw naast landbouw een plaats op het landgoed Maarsbergen. Dit als gevolg van de toegenomen vraag naar eikenschors (leerlooierijen) en mijnhout. Aanvankelijk richtte men zich op de eikenhakhoutcultuur. Na het midden van de 19e eeuw werd steeds meer naaldbos aangelegd, voornamelijk grove den op voormalig bouwland.

In 1882 verkoopt de dochter van Jan Andries du Bois, Geertruida Adriana, het landgoed aan jhr. mr. Karel Antoni Godin de Beaufort (1850-1921). Deze man heeft een groot stempel gedrukt op de huidige verschijningsvorm van het landgoed. Hij is degene geweest die de grootschalige bebossing van de bouwlandpercelen heeft voortgezet en de ontginning van de heide, zowel ten behoeve van landbouw als bosbouw, voortvarend heeft aangepakt.

HuisMaarsbergen004 HuisMaarsbergen005

Zijn zoon jhr. Johan Willem Godin de Beaufort (1877-1950), gaf Huis Maarsbergen zijn 17e eeuwse verschijningsvorm weer terug. In 1930 werd de witte pleisterlaag verwijderd en onder leiding van architect Chr. van Liempd werden twee nieuwe hoektorens opgemetseld. Omdat Godin de Beaufort niet de achterbeuk van Du Bois wilde slopen, zijn de torens van grotere omvang dan de oorspronkelijke uit de 17e eeuw. Het wapen boven de voordeur van het Kasteel, door de familie Du Bois verwijderd, is door Johan Willem Godin de Beaufort weer teruggebracht.

Sinds 1976 heeft de dochter van Johan Willem, Cornelie Petter - Godin de Beaufort, de bedrijfsvoering van het landgoed voortgezet. Inmiddels samen met haar dochter Willemina heeft zij het beheer gericht op de instandhouding van het landgoed als een samenhangend geheel met behoud van de cultuurhistorische waarden. Landgoed Maarsbergen biedt een mooi landschap van bijna 400 hectare bos en landbouwgrond, met als functies wonen, bosbouw, landbouw, natuurbeheer en rustige vormen van recreatie.

Voormalige schuren - Rijksmonument 509659, Maarnse Grindweg bij 30

Naast het koetshuis ligt het schurencomplex. Eigenlijk bestaat het complex uit twee aaneen gebouwde schuren. De zuidelijke schuur dateert uit het midden van de 19e eeuw. In de voorgevel, die een grote gelijkenis vertoont met de voorgevel van het bakhuis van boerderij De Cruijvoort, zit een driedelig venster (verhoogd middendeel) met luiken onder gepleisterde lijsten. Hierboven is een rond venster aanwezig onder dito lijsten. De achtergevel en de rechterzijgevel zijn niet meer oorspronkelijk (in de 20e eeuw uitgebouwd). Voorin deze schuur was vroeger het rookhok, waar hammen en worsten voor het Kasteel, maar ook wel voor pachtboeren en dagloners die geen rookkast in de schoorsteen hadden, werden gerookt. De noordelijke schuur dateert uit het begin van de twintigste eeuwen diende voorheen als varkensschuur met buiten uitloop, wagenschuur en timmerwerkplaats. Op dit moment wordt het schurencomplex onder meer gebruikt door de plaatselijke schietvereniging S. V. Juliana. In 2002 zijn de schuren verbouwd tot kantoor.

HuisMaarsbergenSchuren001 HuisMaarsbergenDuiventoren001


Duiventoren - Rijksmonument 509661, Maarnse Grindweg bij 30

De duiventoren bij Huis Maarsbergen ligt in de nabijheid van de Maarnse Grindweg op de noordoostzijde van het terrein vóór het huis. Boven de deur is ANNO 1685 geschilderd, maar het gebouwtje stamt uit de 19e eeuw. Zie de foto hierboven.


Oranjerie, tuinmuur en kassen - Rijksmonument 509662, Maarnse Grindweg bij 30

De oranjerie is in 1905 gebouwd. Slechts aan één kant (de zonkant) bevindt zich een glazen wand. In de oranjerie kunnen daarom vorstgevoelige planten overwinteren. Oorspronkelijk waren dat bij veel buitenplaatsen oranje-appelboompjes (sinaasappelbomen), vandaar de naam. Bij Kasteel Maarsbergen is de oranjerie nog steeds in gebruik.

De oranjerie is een smal, hoog opgaand bakstenen gebouw met een rechthoekige plattegrond, een vooruitspringend middendeel en een zogenaamd mansardedak. De fraaie voorgevel heeft een symmetrische indeling met drie aaneengesloten, smalle hoge glasdeuren met halfrond bovenlicht. De hierboven geplaatste driehoekige glaswand bestaat uit glas-in-Iood waarin naast elkaar drie roosvensters zijn aangebracht. Het muurvlak daar weer boven is met geschilderde houten latten beschoten en heeft drie kleine ronde vensters in een driehoek gerangschikt. In de zeer smalle, terugspringende traveeën aan weerszijden van het middenrisaliet staan twee boven elkaar geplaatste smalle vensters, waarvan het bovenste een glas-in-lood-raam met cirkelmotief en het onderste venster ongedeeld is. De zijgevels zijn blind. In de achtergevel zitten twee afgesloten deuropeningen: het ene met een houten luik, het andere dichtgezet. Erboven twee ronde vensters met ijzeren tracering. Aan de achterzijde zijn sporen van de vroegere trap aanwezig (zodat men op de zolder van de oranjerie kon komen). Een uitwendig rookkanaal voert naar een bakstenen schoorsteen op het dak, inwendig is de stooknis nog aanwezig. De vloer van de oranjerie is belegd met grijze plavuizen met bij de entree een strook van gekleurde siertegels.

Het heeft overigens weinig gescheeld of de oranjerie was aan het einde van de oorlog de lucht ingegaan. Er stond toen aan de achterzijde van de oranjerie een legervoertuig met pantservuisten en verschillende soorten springstof. Uit frustratie over de afloop van de oorlog wilde een Duitse officier het voertuig laten springen. Gelukkig kon dit worden voorkomen en bleef de oranjerie behouden.

Bij de oranjerie vinden we langs de paardenweide een tuinmuur uit het midden van de negentiende eeuw. Op de plaats van de paardenwei was vroeger de moestuin/boomgaard van het kasteel. Naast de oranjerie liggen ook twee oude kassen. De linker, kleinere kas was in gebruik als bloemenkas, de rechter als druivenkas. Aan de gebruikte bakstenen te beoordelen is de bloemenkas uit het midden van de negentiende eeuw en de druivenkas uit het begin van de twintigste eeuw. Beide kassen zijn rechthoekig en opgetrokken in bruinrode baksteen.
De bloemenkas, bestaande uit een hoge achterwand, een lage voorwand en schuin oplopende zijmuren, wordt momenteel gerestaureerd. In de achterwand bevindt zich een dichtgemetselde halfronde stookopening, in de rechter zijmuur een poortje met halfronde afsluiting en segmentboog. De ijzeren glasroeden zijn nog aanwezig, maar verkeren in een slechte staat. Van de druivenkas zijn nog slechts de achteren zijgevel, evenals de bakstenen aanzetten voor de glaspanelen aanwezig. In de oude tuin, tegenover de kassen, bevindt zich nog een rechthoekige, gepleisterde bakstenen bak met loden pomp. Deze leverde gietwater voor de tuin.
De Tweede Wereldoorlog is een belangrijke factor is geweest in de teloorgang van de moestuin. Tot de mobilisatie van 1939 was de moestuin nog in goede staat en zag ook het park rond het kasteel er florissant uit. Na de Duitse bezetting raakte het dagelijks leven ernstig ontwricht. De tuinbaas, baas Sterk, overleed in de eerste oorlogswinter, waardoor het toezicht op de tuinen wegviel. De collectie kuipplanten in de oranjerie was als onderdeel van de tuinen van Kasteel Maarsbergen het eerste slachtoffer. Omdat er geen goede brandstof meer was, viel de kachel van de oranjerie uit. De kuipplanten konden daar niet tegen. Op een gegeven moment moest een gedeelte van het kasteel worden ontruimd. Het meubilair dat daar stond, werd opgeslagen in de oranjerie en de kuipplanten werden nu geheel in de kou gezet. Met het jaarlijks plaatsen van de pot- en kuipplanten voor het kasteel viel vanaf dat moment geen eer meer te behalen. Voor zover de planten het al overleefden, waren ze het tonen niet meer waard. Ondanks de behoefte aan voedsel werd de moestuin - naarmate de oorlog vorderde - ingekrompen. Voor de broeibakken was immers geen mest meer, omdat de paarden door de Duitsers gevorderd waren. Ook was er geen varkensmest meer, want varkens werden niet langer (voor de Duitsers) gemest. Na de oorlog draaide de moestuin nog korte tijd op halve kracht door. Na het overlijden van jhr. J. W. Godin de Beaufort in 1950 raakte de moestuin buiten gebruik.

HuisMaarsbergenOranjerie001 HuisMaarsbergenOranjerie002


Koetshuis en stallen - Rijksmonument 509659, Maarnse Grindweg 32-34

Het koetshuis dateert uit het midden van de 19e eeuw. Tot in de dertiger jaren was er een koetsier op het landgoed. Daarna kwam er een chauffeur. Het koetshuis en de paardenstallen zijn nog steeds in gebruik. Het koetshuis ligt aan de oprijlaan van het kasteel. Het gedeeltelijk bepleisterde bakstenen bouwblok bestaat feitelijk uit een dwarsgelegen koetshuis met stalling en woonruimte en daarachter een boerderij. Het is in een opvallende stijl gebouwd. Met name de voorgevel is zeer fraai met een dubbele inrijdeur in de Maarsbergen-kleuren aanwezig, geflankeerd door zesruits rondboogvensters onder geschilderde lijsten met gedecoreerde aanzet- en sluitstenen. Op de eerste verdieping treft men drie zesruits schuifvensters met lijsten aan. De muurvlakken van de lagere delen worden onderbroken door bakstenen pilasters met bepleisterd basement en kapiteel en een rondboogvenster met bepleisterde aanzet- en sluitstenen. Achter de stallen staat een vierroedige hooiberg.

HuisMaarsbergenKoetshuis001 HuisMaarsbergenKoetshuis002


Begraafplaats op De Pol of Foldocusheuvel - Rijksmonument 509671, Maarnse Grindweg bij 30

De naam Folcoldusberg wordt voor het eerst vermeld in een akte van 1248. De ruim 38 meter hoge heuvel houdt de naam van de stichter van Maarbergen levend. Sinds 1910 is de berg als begraafplaats van de familie Godin de Beaufort in gebruik.

HuisMaarsbergenDePol001 HuisMaarsbergenDePol002


Inrijhekken - Rijksmonument 509666-8, Maarnse Grindweg bij 30

De inrijhekken aan de Maarnse Grindweg (twee) en de Wijkerweg (één) bestaan uit 18e eeuwse sierlijke smeedijzeren hekwerken, die door jhr. mr. K. A. Godin de Beaufort (ca. 1882) zijn geplaatst. In 1999 hebben de inrijhekken een restauratie ondergaan, zodat ze nu weer fraai staan te pronken op de toegangswegen van het kasteel.

HuisMaarsbergenInrijhekken001


Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 22, 137.
  • De Historische Buitenplaats Maarsbergen, pag 11.
  • Geloven in Monumenten, pag 18.
  • De Heerlijkheid van Maarsbergen.
  • KNOB Bulletin 2003-3 Maarsbergen. Van proosdijhuis tot kasteel.
  • CHC Collectie, de meeste foto's gemaakt 8-9-2012 op de open monumentendag.
  • Wikimedia Commons
  • Website Utrechtse Buitenplaatsen:Huis Maarsbergen.
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarn.
  • Landgoed Maarsbergen.

 

In 1907 werd de Stichting Valkenheide opgericht als opvoedingsgesticht voor jongens op initiatief van de Nederlands-Hervormde kerk. De instelling verrees op een 80ha groot terrein ten oosten van de weg van Maarsbergen naar Leersum, dat aangekocht werd van de Waalse Diaconie te Amsterdam en enkele landbouwers in de omgeveing. De naam is ontleend aan de voormalige hofstede Valkeneng, die reeds in 1656 genoemd wordt bij de verkoop van het proosdijgoed Maarsbergen. Naar ontwerp van architect C. B. Posthumus Meyes werden vanaf 1911 een hoofdgebouw, een paviljoen voor 90 jongens, een werkplaats, schoollokalen, een gebouw voor water- en licht voorziening, een boerderij en enige woningen gebouwd. De eerste steen werd op 6-7-1911 gelegd. Op 4-10-1912 vond de officiële opening door koningin-moeder Emma plaats.

Valkenheide001 Valkenheide002

Op de foto links het door brand verwoeste hoofdgebouw, rechts een luchtfoto uit 1984.

Valkenheide is in de loop der tijden voortdurend veranderd en uitgebreid. Zo kwam er een nieuw paviljoen, een observatie-paviljoen, een schoolgebouw, woningen voor beambten, een smederij en een bakkerij. Verder zijn op Valkenheide het Leerhuis 'De Valkenburcht', het Museum Valkenheide en een eigen begraafplaats te vinden. Weer later ontstonden op het terrein de Scholengemeenschap Maarsbergen (SGM) en VSO School De Sprong die nog steeds op Valkenheide actief zijn. Thans in 2013 zijn een aantal voorzieningen op Valkenheide onderdeel van JOOZT dat onderdeel is van LSG-Rentray, een moderne grote multisectorale jeugdzorgorganisatie.

Voormalig boerderij - Gemeentelijk Monument, Scherpenzeelseweg 42

In 1912 werd Valkenheide, een 'Opvoedingsgesticht voor jongens vanwege de Nederlandsche Hervormde Kerk' officieel geopend door koningin-moeder Emma. Belangrijke redenen om het opvoedingsgesticht in Maarsbergen te vestigen waren de goedkope grond (heide) en de goede bereikbaarheid (station Maarsbergen aan de spoorlijn Utrecht-Arnhem). De heidegrond werd ontgonnen door de Nededandsche Heidemaatschappij en in cultuur gebracht. Tot de eerste gebouwen die op Valkenheide verrezen, behoort de boerderij aan de Scherpenzeelseweg. De aanbesteding van de boerderij en een vrijstaande stal voor 60 varkens vond al plaats in 1911. De boerderij en bijgebouwen zijn een ontwerp van architect C. B. Posthumus Meyjes.

De bakstenen boerderij heeft een wat afwijkende bouw vergeleken met de andere boerderijen van Maarsbergen, vooral door de toepassing van geknikte zadeldaken. De boerderij zelf bestaat uit drie delen. Een voorhuis met daarachter een hoger stal- annex schuurgedeelte, waarvan de nokken van de met rode pannen gedekte, licht geknikte, zadeldaken haaks op de weg staan. De stalgevel is naar de straat gericht. Haaks hierop staat een lange, lagere, voormalige koestal onder een met rode pannen gedekt zadeldak. Dit is nieuwbouw uit 1962, die de oorspronkelijk kleinere stal verving. Het woonhuis was oorspronkelijk in tweeën gedeeld: een wat groter gedeelte voor de boer en een kleiner gedeelte voor de knecht. De in originele staat verkerende varkensschuur uit 1911 ligt schuin achter de boerderij, met de nok van het geknikte zadeldak evenwijdig aan de Scherpenzeelseweg. Oorspronkelijk werd op Valkenheide aan de jongens alleen les in het boeren- en tuindersvak gegeven, aangevuld met vrijwillige tekenlessen in de avonduren. Vandaar dat de in 1912 gebouwde boerderij een prominente rol had binnen het opvoedingsgesticht. Overigens niet alleen voor de lessen, maar natuurlijk ook voor de voedselvoorziening van de jongens.

Valkenheide003 Valkenheide004

Er kwam al snel een ambachtsschool op het terrein, maar de boerderij bleef voor de opleiding in gebruik, omdat een aantal jongens zich geroepen bleef voelen tot het boeren- en tuindersbedrijf. Na de oorlog, als de grote uittocht van arbeiders uit de landbouw begint door grootschalige mechanisatie, wordt de boerderij alleen nog gebruikt als "therapie". Jongens die het echt verbruid hadden op school, moesten (met de handen) flink meehelpen op de boerderij. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw werkte dat niet meer en fungeerde de boerderij min of meer zelfstandig. Aan het einde van- de vorige eeuw is de boerderij door de stichting, die ook de jeugdhulpverleningsinstelling beheert, in erfpacht uitgegeven. Deze fungeert nu als paardenhouderij.

Voormalige dienstwoning - Gemeentelijk Monument, Valkenheide 29

Waarschijnlijk is het pand Valkenheide 29 een van de 'enkele Beambte-woningen', waarvoor in 1919 bouwvergunning werd verleend. Het bouwjaar van de woning ligt tussen 1919 en 1922.

Valkenheide005

Voormalige dienstwoningen - Gemeentelijk Monumenten, Valkenheide 31-32 en 33-34

Valkenheide007 Valkenheide008

Voormalige dienstwoning, thans museum - Gemeentelijk Monument, Valkenheide 38

Valkenheide009

Watertoren - Gemeentelijk Monument, Valkenheide Ongenummerd

Voor de bouw van de watertoren werd in 1928 vergunning verleend. In 1957 werd de watertoren grondig verbouwd en begin 1992 buiten gebruik gesteld.

ValkenheideX1 001

Leerhuis De Valkenburcht - Valkenheide Ongenummerd

In dit kerkgebouw De Valkenburcht, worden wekelijks leerdiensten gehouden. Bezoekers gaan daar samen op zoek naar de joodse wortels van het Christendom.

Valkenheide017

Begraafplaats - Gemeentelijk Monument, Valkenheide Ongenummerd

Valkenheide015 Valkenheide016

Voormalige dienstwoningen, villa en directeurswoning - Gemeentelijk Monumenten, Woudenbergseweg 2, 6-8, 14-16, 30 en 34

Valkenheide010 Valkenheide011 

Valkenheide012 Valkenheide013

Valkenheide014

Voormalige dienstwoningen - Gemeentelijk Monumenten, Woudenbergseweg 32 en 36

De portierswoning van Valkenheide is rechts van de hoofdingang gelegen. De woning is nog niet ingetekend op een situatietekening van het terrein uit 1918. In een plan uit 1922 wordt het pand aangeduid als ambtenaarswoning.
De voormalige dienstwoning op nummer 36 is gebouwd aan de noordelijke oprijlaan die via de Scherpenzeelseweg toegang geeft tot het terrein. Deze woning staat wel ingetekend op bovenvermelde situatietekening uit 1918.

Valkenheide005 Valkenheide006

Referenties

Op het terrein van Anderstein lag vroeger de hofstede Uilegat, die tot het bezit van Proosdij/Kasteel Maarsbergen behoorde. Toen Landgoed Maarsbergen in 1717 werd verdeeld, kwam deze boerderij in handen van Anna Maria de Marez, de jongste dochter van het zeer rijke echtpaar Samuel de Marez en Margaretha Trip. Via de familie Van Rechteren werd uiteindelijk Hendrik Daniël Hooft, heer van Geerestein te Woudenberg, eigenaar. In zijn opdracht werd Uilegat omstreeks 1852 gesloopt en vervangen door een grotere, meer oostelijk gelegen boerderij aan de Woudenbergseweg, toen nog Maatwegh of Maatsteeg genoemd. Deze boerderij kreeg de naam Anderstein. Het complex omvatte een dwarshuisboerderij en drie bijgebouwen, waarvan er één waarschijnlijk als stal annex koetshuis fungeerde. Ontginning van de heidegronden op Anderstein werd door de familie Hooft reeds met succes aangepakt. Om de voedselarme heidegronden snel productief te krijgen, werden onder andere compost en beer van de stadsreiniging Amsterdam aangevoerd.

In 1893 werd Anderstein verkocht aan de heer F. Insinger te Baarn. Tien jaar later werd het landgoed Anderstein, met een totale oppervlakte van 103 hectare verkocht aan Hendrik Adriaan van Beuningen, directeur van de Steenkolen Handels Vereniging. De zoon van Hendrik Adriaan, Coenraad Samuel, vestigde zich in Maarsbergen. Hij liet in 1914 een fraaie villa/landhuis op het landgoed bouwen. Coenraad Samuel heeft als landbouwer/econoom veel betekend voor de ontwikkeling van de gemeente Maarn. In 1909 richtte hij met W. H. de Beaufort te Woudenberg en de heer J. Douma, directeur van de roomboterfabriek "de Vooruitgang" te Woudenberg een spaar- en kredietbank op. Een fusie met de aankoopcommissie van de afdeling Woudenberg-Maarn van het Utrechts Genootschap voor landbouw en Kruidkunde, resulteerde in 1913 in de oprichting van de Coöperatieve Boerenleenbank en Handelsvereniging Woudenberg-Maarn. De handelsvereniging kon voor de aangesloten boeren kunstmest en zaaigoed tegen lagere kosten leveren omdat op grote schaal kon worden ingekocht. Van 1909 tot 1923 was Coenraad Samuel van Beuningen lid van de gemeenteraad en van 1923 tot 1927 was hij wethouder. Als grondeigenaar heeft hij veel nog onontgonnen grond op Anderstein omgezet in bouw- en weiland.

De rundvee- en varkenshouderij op Anderstein is door zijn zoon, H. A. van Beuningen, halverwege de twintigste eeuw aanzienlijk vergroot. De kaasmakerij groeide uit tot een belangrijke exporthandel. Het bijbehorende kaaspakhuis is gesloopt toen deze activiteit stopte. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw is op initiatief van F. W. H. en H. A. van Beuningen, zonen van het echtpaar Van Beuningen-Willink, op een deel van het terrein een negen holes golfbaan aangelegd, die in 1990 werd uitgebreid naar achttien holes. Op dit moment is een uitbreiding naar 27 holes in volle gang. Enkele jaren geleden is het oude koetshuis afgebroken. Dit is opnieuw, in historiserende stijl, opgetrokken. In het nieuwe 'koetshuis' zijn nu kantoren gevestigd. Op landgoed Anderstein zijn de afgelopen jaren diverse natuurherstelprojecten uitgevoerd (onder andere het weer watervoerend maken van de Heijgraaf en de Maarnse beek).

Villa Anderstein - Rijksmonument 509004, Woudenbergseweg 9 (Andersteinweg 2)

De villa (bouwjaar 1914) is een ontwerp van Jan Stuivinga, architect te Zeist. Hij heeft zijn werk met een steen gesigneerd in de noordgevel. Stuivinga had in het begin van de twintigste eeuw al naam gemaakt met de bouw van het raadhuis, het postkantoor en enkele grote villa's in Zeist. Het vrijstaande pand ligt iets verhoogd in een parklandschap met monumentale lanen en bomen. Het omliggende terrein is vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw als golfbaan in gebruik. Het tweebeukige huis heeft een rechthoekige plattegrond met daar op twee parallelle overstekende zadeldaken. Deze zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. Behalve een begane grond telt het pand twee zolderverdiepingen onder de hoge kappen. Het pand bevindt zich nog vrijwel in oorspronkelijke staat en heeft de status van rijksmonument verkregen.

Anderstein001 Anderstein002

Zwembad - Rijksmonument 509008, Woudenbergseweg bij 9

In 1926 is een betonnen zwembad met een badhuisje in de tuin aangelegd. Aanleiding vormde het 12,5-jarig huwelijk van C. S. van Beuningen en J. van Heek. Het ontwerp is van S. van der Bijl. De betonnen bak van het zwembad meet ongeveer vijftien bij zes meter. Aan de korte noordzijde is een gebogen opstand aangebracht die is versierd met in cement geplaatste kiezelstenen. In het midden is een hardstenen plaat gemetseld met de volgende tekst:

 

TWALEF EN EEN HALVE JAREN 
IS HET ONS STEEDS WEL GEVAREN
AL MISTEN WIJ DAARBIJ EEN BAD
DANKBAARHEID DEED DAAROM STIGHTEN
TEN GEBRUIK DER LIEVE WIGHTEN
DEZE KOM MET HEERLIJK NAT
24/4 1914 - 24/10 1926.

Trap en sprinkplank ontbreken momenteel. Het badhuisje bij het zwembad is afgebroken.

Anderstein003

Voormalige Boerderij - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 13

De boerderij dateert uit 1852 en is de vervanger van de gesloopte achttiendeof zelfs zeventiende-eeuwse hofstede Uilegat. De boerderij Anderstein heeft nu een woonfunctie. Het voorhuis heeft een hoogte van anderhalve bouwlaag en een met grijze muldenpannen gedekt schilddak. Aan de oostzijde is dwars op het achterhuis een schuur gebouwd (omstreeks 1900), waarvan de gevel aan de Woudenbergseweg is gelegen. Het schilddak heeft een groot overstek en is voorzien van een geprofileerde gootbetimmering die met een witte, decoratieve lijst is afgewerkt. De voorgevel heeft een wat naar voren springend middendeel waar op de begane grond de twee oorspronkelijke vierruitsvensters in 1955 zijn vervangen door twee grotere vensters met een ruit. Hierboven loopt een aaneengesloten grijze wenkbrauw. Links en rechts bevinden zich twee kleinere, niet originele eenruitsvensters. Op de verdieping zijn de twee originele vierruitsvensters bewaard gebleven. In het terugliggende linkergedeelte van de voorgevel bevindt zich een dubbelde deur. Tegen de rechterkant is in 1960 een serre gebouwd. Tegen de oostgevel van het voorhuis en de zuidgevel van de dwarsgeplaatste schuur is sprake van nieuwbouw (uit 1982).

Zowel in de achtergevel van het voorhuis als de zijgevel van de stal zijn enige meerruitsvensters aangebracht die alle een ruitvormige roedenverdeling hebben. Het muurwerk is hier wit gepleisterd met een grijze plint. De ingang van de boerderij bevindt zich in een zijgevel van de stal. In de zijgevel van het stalgedeelte zijn verder drie halfrond gesloten mestdeuren en twee achtruitsvensters geplaatst. De achtergevel heeft om het midden dubbele deuren, waarin ruitvormige roedenvensters zijn geplaatst. Links en rechts bevinden zich kleine vensters, ook weer met ruitvormige roedenverdeling. In het deurkozijn zijn nieuwe glasdeuren met bovenlichten gezet. Ter plaatse van het hooiluik zijn vensters met een ruitvormige roedenverdeling aangebracht, die het verbouwde interieur van licht voorzien. De bakstenen schuur die aan de oostzijde tegen de stal is aangebouwd, heeft aan de noordgevel in het midden dubbele opgeklampte deuren. Er boven bevindt zich een dakhuis met wolfseind, bekroond met een piron. Dubbele paneeldeuren geven toegang tot de hooizolder. Op de begane grond bevinden zich verder een eenvoudig venster en een getoogde deur. Het linkergedeelte van de noordgevel gaat schuil achter een moderne, deels open loods. De oostgevel aan de straatzijde heeft op de begane grond links en rechts van het midden twee houten getoogde deuren. Deze worden geflankeerd door drie liggende getoogde achtruitsvensters. Op de verdieping bevindt zich in het midden een dubbel hooi luik, waar omheen drie ronde vensters zijn geplaatst.

Anderstein004 Anderstein005

Op de foto's het dwarshuis en de achtergevel van de boerderij.

Voormalig Stalgebouw - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 13a

De vrijstaande, driebeukige voormalige koeien- en varkensstal dateert van 1905. Het gebouw is nu in gebruik als clubhuis van de Golfclub Anderstein. Het pand op rechthoekige plattegrond(bijna 50 meter lang en ruim 20 meter breed) heeft anderhalve bouwlaag onder drie parallelle, met grijze kruispannen gedekte, wolfsdaken. De nokken zijn op de uiteinden voorzien van pironnen.

De voorgevels van de noord- en zuidbeuk zijn identiek ingedeeld met twee gietijzeren rondboogvensters op de begane grond en een dubbel hooiluik in de topgevel, geflankeerd door kleine ronde vensters. De linker voorgevel heeft bovendien een kelderlicht met diefijzers. De gevel van de middelste beuk heeft op de begane grond een rond boogvormige inrijdeur met aan weerszijden een gietijzeren rondboogvenster. Het dubbele hooiluik wordt hier geflankeerd door ronde tegeltableaus met de afbeelding van een koe en een varken. De tegenoverliggende gevels aan de westzijde zijn verbouwd. In de topgevels is de indeling van hooiluiken en ronde vensters echter bewaard. De noordgevel is eveneens verbouwd. Onder een afdak langs de gehele gevel bevindt zich nu onder andere de ingang van het clubhuis. De zuidgevel heeft op de begane grond vijf staldeuren en tien vensters van verschillend formaat, die op onregelmatige afstand van elkaar zijn geplaatst. Twee identieke dakhuizen met wolfseind doorbreken de gootlijst. Zij zijn voorzien van een dubbel, getoogd hooiluik en worden bekroond met een piron.

Anderstein006 Anderstein007

Op de foto's de achtergevel van het stalgebouw en één van de tegelplateau's in de voorgevel.

Koetshuis - Woudenbergseweg bij 9

Het koetshuis van Anderstein is de moderne vervanger van het oude koetshuis dat door brand verloren ging. Het moderne koetshuis dient als bedrijfsgebouw.

Anderstein008

Voormalige Tuinmanswoning - Gemeentelijk Monument, Woudenbergseweg 15

Deze woning werd in 1902 op initiatief van F. Insinger gebouwd.

Anderstein009

Geschakelde Arbeiderswoningen - Gemeentelijk Monument, Andersteinweg 1-3

Deze twee woningen werden gebouwd ter huisvesting van personeel van Anderstein.

AndersteinArbeiderswoning001

Referenties

  • Maarn, geschiedenis en architectuur, pag 186.
  • Boerenbouw op Herengoed, pag 47.
  • CHC Collectie, foto's 10-8-2011 en 12-9-2009 (villa), 10-8-2011 (zwembad), 10-9-2011 (boerderij), 10-9-2011 (stalgebouw), 10-8-2011 (koetshuis), 22-4-2007 (tuinmanswoning) en 27-3-2007 (arbeiderswoningen)
  • Wikipedia Lijst van rijksmonumenten in Maarsbergen.
  • Website Utrechtse Buitenplaatsen Anderstein.
  • Jubileumuitgave Anderstein - Waar grond mensen verbindt. Geschiedenis van het familielandgoed Anderstein 1903-2003. Maarbergen, 28 augustus 2005.
  • Website Landgoed Anderstein.
  • Website Golfclub Anderstein.
  • Website Villa Anderstein.
 

Landhuis Zonnekanje - Gemeentelijk Monument 10, Amersfoortseweg 56

Het landhuis Zonnekanje werd in 1925 gebouwd naar ontwerp van de architecten Van der Goot en Kruisweg te Bussum, waarschijnlijk voor F. E, Everwijn Lange. Deze was op 13-8-1924 benoemd tot burgemeester van Maarn. Tot 1928 waren huis, garage en tuin in het bezit van W. H. Taets van Amerongen van Woudenberg. Everwijn Lange huurde het pand de eerste jaren.

Zonnekanje001

Voormalige chauffeurswoning en garage - Gemeentelijk Monument 11, Amersfoortseweg 58

Ten westen van het landhuis is aan de straatzijde in 1928 een chauffeurswoning gebouwd naar ontwerp van architect S. van der Bijl, die als gemeentearchitect ook de vergunning verleende. De bouwsom bedroeg fl. 4000.

Referenties

Villa TWED - Gemeentelijk Monument, Amersfoortseweg 54-54a

De voorgevel van de witgepleisterde villa in eclectische stijl verraadt door een halsgevel de herkomst van de opdrachtgeeftster, de weduwe A. Palache, en de architect G. van Arkel. Beiden woonden in Amsterdam en hadden hun domicilie aan de Keizersgracht, respectievelijk op 772 en 760. Op 27-2-1909 werd de vergunning aangevraagd die op 4-3 van hetzelfde jaar werd verleend.

Het huis heeft sinds ca. 1920 bekendheid gekregen als hotel-pension-restaurant onder de naam TWED. Deze naam werd gevormd uit de beginletters van Tegen Wil En Dank en is bedacht door de dochters van de eigenaar die er niets voor voelden om in Maarn te wonen.

TWED001 TWED002

Referenties

St. Theresiakerk - Gemeentelijk Monument, Amersfoortseweg 48

De priester Anselmus Daniëlsz was bij de reformatie overgegaan naar het protestantisme en de inwoners van Maarn en Maarsbergen waren hem daarin gevolgd. In onze streken waren weinig of geen personen met de rooms-katholieke geloofsovertuiging overgebleven. In het midden van de 19de eeuw veranderde dit beeld. De bevolking van de gemeente Maarn nam toe door de komst van arbeiders van buiten de gemeente door toedoen van de aanleg van de Rijnspoorlijn van Utrecht naar Arnhem, waarvan het eerste gedeelte vanaf Amsterdam gereed was in 1843. In 1845 werd de lijn doorgetrokken tot aan Arnhem. Later kwamen de spoorwegen met het plan om een groot rangeeremplacement bij Maarn aan te leggen. Tegelijkertijd was men begonnen met het winnen van zand uit de zandafgraving. Het aantal rooms-katholieke gezinnen groeide gestaag en woonwijken als Nieuw Amsterdam en later Tuindorp (1925) ontstonden, specifiek om de spoorwegarbeiders en ander personeel te huisvesten. De rooms-katholieke kerkgangers gingen per trein naar Driebergen om daar de Heilige Mis bij te wonen, maar ook naar Cothen. De inwoners van Maarn ten zuiden van de spoorlijn behoorden tot de parochie van Cothen en die ten noorden van de spoorlijn tot de parochie van Hamersveld. Hieruit valt te concluderen, dat de gemeente Maarn van oudsher niet alleen binding heeft gehad met de regio zuidoost Utrecht, maar ook met Leusden/Amersfoort ofwel Eemland.

TheresiaKerk003 TheresiaKerk002

In het Registrum Memoriale van de St. Theresiaparochie zijn o.a. de eerste jaren van de Maarnse kerkgeschiedenis opgetekend. Een grote rol in deze tijd was weggelegd voor de eerste pastoor, tevens bouwheer en hoogleraar, Bernardus Franciscus Overmaat. Hij was professor aan het groot seminarie Rijsenburg te Driebergen. In oktober 1925 bracht Mgr. Deken Leblanc, pastoor van Cothen, de noodzaak van een hulpkerk in Maarn ter sprake. De daad werd bij het woord gevoegd en professor Overmaat begon met verve zijn werk als bouwpastoor.
Bouwpastoor Overmaat moest zelf zorgen voor voldoende financiële middelen voor de bouw. Het geld werd bijeen gebracht uit collectes bij gastpreekbeurten, uit acties, loterijen, uitgifte van een dagkalender, maar ook uit bijdragen van de omliggende parochies, zoals Cothen, Hamersveld, Zeist en Renswoude.
Om de behoefte aan een r. k. kerk aan te geven, volgt hier een citaat uit de krant Het Centrum van 2 maart 1926:

"Door de Roomsch Katholieken, wonende te Maarn, was reeds lang de behoefte gevoeld, om te Maarn een r. k. kerk te stichten. Daar deze menschen steeds op de parochie Cothen waren aangewezen of de omliggende gemeenten Rijsenburg of Bunnik, ter vervulling hunner plichten, moesten zij voor één kerkgang van des morgens 7 uur tot des middags 2 uur van huis wezen. 't Is dus wel te begrijpen, dat te bestemder plaatse op het stichten van een eigen kerk is aangedrongen."

Op 19 maart 1926 verkocht de protestants-christelijke notaris Lagerwey een stuk grond, een perceel driestgrond en eikenhakhout aan de Provinciale weg, nabij de Poort te Maarn aan L. J. Hemels, aannemer in Amersfoort. Niemand mocht weten, dat de bestemming een r. k. kerk zou zijn. Een voorwaarde, die de heer Lagerwey er op het laatst nog aan wilde toevoegen, namelijk dat er geen openbaar gebouw op mocht worden gezet, gooide bijna roet in het eten. Gelukkig voor de rooms-katholieke medeburgers werd dit voornemen niet gehonoreerd en ging de koop door. Later heeft de heer Lagerwey verklaard dat, als hij geweten had dat de grond zou worden aangewend voor de bouw van een r. k. kerk, hij deze nooit verkocht zou hebben. Hoe geheim het was gehouden blijkt uit het krantenartikel:

"het mooie terrein tegenover 't Stort tusschen de Amersfoortsen weg en de voormalige houtskoolfabriek is dezer dagen door de heer Lagerweij verkocht. Naar wij vernemen bestaat het plan hierop eenige villa's en burgerwoonhuizen te laten verrijzen".

Op 5 maart 1926 waren de plannen reeds met de aartsbisschop Mgr. Henricus van de Wetering doorgesproken en goedgekeurd, mits men zelf voor de financiën zorgde. De aartsbisschop vond een houten noodkerkje voldoende. Op 25 maart 1926 diende bouwpastoor Overmaat de plannen in bij het Gemeentebestuur van Maarn. Begin april 1926 werd door de aannemer met de bouw begonnen. De raming van de bouw van de kerk was ruim dertigduizend gulden en het totaal bestede bedrag kwam ruim uit boven de zesendertigduizend gulden. Zoals in solidariteit gebruikelijk was, hebben de parochianen zelf het terrein grotendeels ontdaan van struikgewas en ander ongerief, om zo de grond bouwrijp te maken. De naamgeving voor de toekomstige kerk leverde geen problemen op. Gekozen werd voor de naam St. Theresiakerk. De zuster Theresia van Lisieux in Normandië, Frankrijk was juist in 1923 zalig verklaard en werd later in 1925 heilig verklaard. Zij was geboren in 1873 en overleed aan tuberculose in 1897, nog geen vijf en twintig jaar oud. Haar doopnaam was Thérèse Martin, zij werd 'kleine Theresia' of 'Theresia van het Kindje Jezus' genoemd, dit om haar te onderscheiden van Theresia van Avila. De devotie tot deze nieuwe heilige was immens. Zij werd de patrones van de kerk, waarbij Maarn in Nederland de primeur had. Op 17 mei 1926, de eerste verjaardag van de heiligverklaring van de patrones van de kerk, werd de eerste steen gelegd door Deken Mgr. Carolus Leblanc, kanunnik en deken van het dekenaat Culemborg en pastoor van Cothen. Op 30 september 1926 is de kerk ingewijd door Deken Mgr. L. Fock uit Amersfoort en de celebratie van de Heilige Mis vond plaats door Deken Mgr. Leblanc uit Cothen/Culemborg. Met ingang van 26 juli 1929 werd de rectoraatskerk van Maarn verheven tot parochiekerk. Met enig tegenstribbelen van de professor zelf, benoemde de aartsbisschop van Utrecht de bouwpastoor Overmaat, die de gehele bouw van de kerk had georganiseerd en begeleid, tot eerste pastoor van de St. Theresiakerk in Maarn. De grenzen voor de nieuwe parochie liepen in 1929 wat grillig. Maar in grote lijnen vielen naast de gemeente Maarn, de gemeenten Doorn, Driebergen (gedeeltelijk), Austerlitz en Wouden berg onder de parochie Maarn. Pas in 1951 werd de parochie Doorn zelfstandig; hetzelfde geldt voor Austerlitz en Woudenberg in 1963. Na 400 jaar louter protestantisme was dit waarlijk een belangrijk gebeuren.
Het is vermeldenswaard dat pastoor Overmaat o.a. een rijkstraktement genoot van duizend gulden per jaar. De inkomsten uit de kleine parochie en de bijdrage uit andere fondsen waren te gering om een pastoor in dienst (in leven) te houden. Pastoor Overmaat had uit de rijksbegroting gelezen, dat het Nederlands Hervormde Kerkgenootschap te Maarn als staatskerk een bijdrage van duizend gulden per jaar verkreeg voor de instandhouding van de predikantenplaats. Na een uitgebreide briefwisseling tussen hem en het ministerie kreeg het r. k. kerkbestuur te Maarn op 7 april 1927 het volgende antwoord:

"In antwoord op uw schrijven van 4 dezer, heb ik de eer U mede te delen, dat binnenkort een Koninklijk Besluit zal worden genomen tot regeling van het Rijkstractement voor een geestelijke te Maarn".

Aldus geschiedde en zo ontving de dienstdoende pastoor te Maarn duizend gulden rijkstraktement, wellicht als enige rooms-katholieke geestelijke in Nederland.

Op 1 april 1931 kwam er een autobusdienst tussen Doorn en Maarn. De parochie gebruikte de autobus voor het vervoer van de kinderen van Doorn naar de r. k. school te Maarn en tevens voor het vervoer van kerkgangers op zondag van Doorn naar Maarn en terug. Op zondag 5 september 1948 is Huize Plattenberg ingezegend onder de bescherming van het Onbevlekt Hart van Maria. Dit gebeurde, nadat er zes eerwaarde zusters van de Missiecongregatie van Lavigerie op Groot Plattenberg waren gaan wonen om er een klooster te stichten. Zij bleven er tot 1963 en stonden bekend als 'de witte zusters'. Op 7 januari 1968 kreeg de Plattenberg weer nieuwe bewoonsters. Het waren de zusters Augustinessen, die kwamen genieten van een rustige oude dag. Zij hebben veel hand- en spandiensten verricht voor de St. Theresiakerk. In de jaren 1986-1987 zijn de laatste zusters verhuisd naar elders, en is de Plattenberg overgegaan in particuliere handen.

Referenties

Voormalig koetshuis Groot Plattenberg - Gemeentelijk Monument, Amersfoortseweg 38

Het voormalige koetshuis van Groot Platten berg is nog het restant van wat eens de buitenplaats Groot Plattenberg is geweest. Dit buiten werd gebouwd in 1861 door W. H. baron Van Lynden te Zeist, heemraad van het College van de Eem. Op deze plaats had vroeger een herberg annex boerderij gestaan. Het huis, de stal, het 'boombosch', weiland en erf werden in 1919 verkocht aan J. Th. Boelen, wijnhandelaar te Amsterdam. De gemeente Maarn heeft in het huis lange tijd een kamer gehuurd, die als rechthuis diende en waar tevens de gemeenteraadsvergaderingen werden gehouden. Latere bestemmingen zijn geweest onderdak voor de Sint Monica Stichting der Witte Zusters, Stichting Unie van Vrijwilligers voor Medische en Sociale Ontwikkeling in de Ontwikkelingslanden en de Zusters Augustinessen uit Heemstede. Deze laatsten gebruikten het huis als bejaardenhuis voor de zusters. Hierna is de buitenplaats overgegaan in particuliere handen.

GrootPlattenberg001 GrootPlattenberg003 

GrootPlattenberg002 HuizeMirjam001

Referenties

Buitenlust - Gemeentelijk Monument, Amersfoortseweg 34

Buitenlust is een vrijstaande woning in 1928 gebouwd aan het kerkepad dat parallel liep aan de Amersfoortseweg. De bouwvergunning werd aangevraagd door architect-aannemer F. Bos in naam van G. J. Rombout, de kosten werden begroot op f. 4500.

Buitenlust001


Referenties

Landhuis 't Stort, Rijksmonument 508980-3 - Amersfoortseweg 7

De meeste grote buitenplaatsen verrezen in het begin van de twintigste eeuw, zo ook de buitenplaats 't Stort. De naam van het landhuis verwijst naar het storten van zand uit de ontgravingen die plaatsvonden in het kader van de aanleg van de spoorlijn. Het huis staat op een zandstort, maar mogelijk moet de oorsprong van dat zand gevonden worden in het graven van de vijver achter de woning. De opdracht tot het bouwen van het huis werd gegeven door de heer Daniël David Stuten, directeur van de Ontvang- en betaalkas in Amsterdam. De grond was in 1901 verkocht door de heer Lagerwey te Woudenberg en stond geregistreerd als 'driest en bouwland'.

Op 1 juni 1909 werd een huurovereenkomst getekend tussen de heer Stuten en Willem Hendrik de Beaufort, met betrekking tot 't Stort, na een door de heer De Beaufort gewenste verbouwing. Het huurcontract met verlenging liep ten slotte door tot het jaar 1916. In dat jaar kocht de heer S. P. van Eeghen de buitenplaats voor zijn dochter Ada Wilhelmina en zijn schoonzoon Willem Hendrik de Beaufort. In 1975 ging het huis inclusief het koetshuis over in handen van Reijsiger Beheer en kreeg het de functie van woning en kantoor. De woning is ettelijke keren verbouwd door uitbreidingen zowel op de begane grond als op de verdiepingen.

De tuin aan de voorzijde bestaat uit een open weide/gazon met boomgroepen, terwijl aan de achterzijde een gazon met borders, een serpentinevijver met knuppelbruggetje en een bosgedeelte is aangelegd. De oprijlaan voert u langs het koetshuis naar de ingang van de woning. Vóór het huis is een rotstuin aangelegd met waterval en trappartij. De gebruikelijke tennisbaan met bijbehorende tuinkoepel is in de loop der jaren verdwenen. De inrichting van de woning is nog geheel traditioneel gebleven.

TStort001 TStort002 

TStort003 TStort004

Voormalig koetshuis 't Stort - Rijksmonument, Amersfoortseweg 

Het koetshuis ligt aan de zuidoostzijde van het perceel, links van de oprijlaan naar de villa. In 2012 is het pand ingrijpend verbouwd en het wordt thans gebruikt als kantoor.

TStort005 TStort007

Referenties

Huis te Maarn - Rijksmonument 508985-93, Amersfoortseweg 2-2a

Het huis en de tuin van Huis te Maarn zijn een prachtige eenheid. Al in 1906 werd de grond aangekocht door mr. Willem Benjamin Blijdenstein, een Amsterdamse bankier. Hij was gehuwd met mevrouw Alida Gerharda van Heek, een telg uit een familie van Twentse textielfabrikanten. De aanleg van de buitenplaats werd ter hand genomen door een bekende Twentse tuin- en parkarchitect P. H. Wattez. Op de plaats waar het grote huis zou verrijzen, stond in de beginjaren een theehuisje, dat de toepasselijke naam de Verrassing droeg. Het kadaster vermeldt op dat moment: "terrein van vermaak, theehuisje en bergplaats/garage". De aanleg van park en tuinen ging dus vooraf aan de bouw van het huis. De eigenaren hebben in deze jaren bij mooi weer genoten van de prachtige tuin, het mooie uitzicht over de Utrechtse Heuvelrug en de rust en de ruimte van dit unieke plekje.

Het huidige Huis te Maarn werd in 1916 gebouwd en betrokken. Het landhuis is in neoclassicistische stijl ontworpen. Het ontwerp verwijst naar de Amerikaanse koloniale architectuur en vertoont in het klein enige gelijkenis met het Witte Huis in Washington. Tot de buitenplaats behoren de woning, de voormalige chauffeurswoning annex stalling, een garage, de tot woning verbouwde oranjerie, een tennisbaan en een tennishuisje, en het park en de tuinen met o.a. een waterput, een tuinbank en enkele tuinornamenten. Het zou te ver gaan om de objecten bouwkundig exact te beschrijven.

Het Huis te Maarn is gelegen aan de Amersfoortseweg, de weg van Doorn naar Amersfoort. Het heeft tevens een toegang vanaf de Maarnse Grindweg te Maarn. De hoofdingang ligt aan de zuidkant, ofwel aan de kant van de Amersfoortseweg.

Hoewel het huis is gebouwd als zomerhuis werd het vanaf 1923 permanent bewoond. In de Tweede Wereldoorlog zijn er o.a. Rotterdamse kinderen opgevangen en van 1943 tot 1954 was het als rusthuis in gebruik. Tussen 1958 en 1967 deed het huis dienst als retraiteoord c.q. hotel. Tussen 1995 en 1997 is het huis geschikt gemaakt voor dubbele bewoning; het wordt nu bewoond door de families W. J. P. en B. Th. W. van Notten. De gehele buitenplaats is in 1991 ondergebracht in een Natuurschoonwet-Landgoed b.v. om versnippering te voorkomen. Sinds 1998 heeft het landgoed de status rijksmonument.

HuisTeMaarn001  HuisTeMaarn003

De totale buitenplaats beslaat een oppervlakte van 116,5 hectare. Op het landgoed ligt een 5,5 hectare groot terrein, waarop zich de familiebegraafplaats bevindt (Stichting Rustplaats Huis te Maarn). De hoofdas van de tuinaanleg splitst zich, komende vanaf de Maarnse Grindweg, onderaan het parklandschap in twee licht gebogen paden. Het lage gedeelte van de tuin wordt ingenomen door een weide met boomgroepen en onder andere solitaire Libanon-ceders. De bij het huis gelegen tuin is geometrisch opgebouwd. De scheiding tussen beneden- en boventuin bestaat uit een gebogen pad met symmetrische beplanting van in kegelvorm geknipte taxussen. Het huis is gelegen op de hoofdas, hoogteverschillen worden met natuurlijke trappen overwonnen. Achter het huis zetten de zichtassen zich voort in een lindelaan, die visueel wordt afgesloten door een put, een zogenaamde Bentheimerput. Jammer genoeg kan er geen water uit naar boven worden gehaald. Achter de put staat een tuinbank in neo-Lodewijk-XIV-stijl; bij de put staan twee hardstenen schildhoudende leeuwen op sokkels. Voor het huis aan de tuinzijde staat een marmeren ornament (de engelenbak) dat fungeert als vogeldrinkbak.

In het bos, ten noorden van Huis te Maarn, midden tussen Maarns Grindweg en de Buurtsteeg ligt de bij de buitenplaats behorende particuliere begraafplaats met een monumentaal ijzeren toegangshek.

Het Huis te Maarn heeft niet minder dan negen inschrijvingen in het register van rijksmonumenten, zie Wikipedia hieronder.

Dienstgebouw bij Huis te Maarn - Rijksmonument, Amersfoortseweg 4-4a

Het voormalige diensgebouw is ten zuiden van de oprijlaan vanaf de Amersfoortseweg gelegen, op enige afstand van het hoofdgebouw. Het gaat om een chauffeurswoning annex stalling, garage en oranjerie. Het pand is in 1915 gelijktijdig gebouwd met het hoofdgebouw en is ook een ontwerp van architect Jan Stuyt in classicistische stijl.

Tennisbaan en -huisje bij Huis te Maarn - Rijksmonument, Amersfoortseweg bij 2

Ten noorden van de oprijlaan die vanaf de Amersfoortseweg naar het landhuis voert, ligt schuin tegenover het dienstgebouw een tennisbaan met een tennishuisje.

HuisTeMaarn002

Referenties

 

Villa Stameren - Gemeentelijk Monument, Amersfoortseweg 1

In de jaren 1904-1905 laat de Amsterdamse commissionair in effecten, Willem Gerrit Wendelaar de buitenplaats Stameren bouwen naar het ontwerp van de architect C. B. Posthumus Meyes. Het stuk grond dat daarvoor werd aangekocht, bestond uit glooiend terrein met akkers, hakhout, heide en dennenbos tegen de oostflank van de Heuvelrug. De jonge aanplant was zo laag, dat het huis rondom uitzicht had. Door de openheid van het terrein stond het huis ook wel bekend als Waai- en Braailust. Tegelijk met het landhuis werd in dezelfde stijl het koetshuis gebouwd dat vanaf de Amersfoortseweg goed is te zien. De combinatie van de wit gepleisterde muren met donkergroene gevelbetimmeringen, een ruim dakoverstek, steekkappen en dakkapellen van verschillend formaat geeft het huis een chaletachtig aanzien.

Stameren001 Stameren002

Architect Posthumus Meyes bracht op Stameren in praktijk, wat hij gepubliceerd had over situering en indeling van vertrekken in villa's en landhuizen. De kamers waar men het meest verbleef waren naar het oosten en het zuiden gericht, zoals de salon met de serre. Terwijl aan de noordzijde de vertrekken met een werkfunctie lagen, zoals de eetkamer, de studeerkamer, de keuken met provisiekamer en de bijkeuken. De scheiding tussen bewoners en personeel was gewaarborgd door het aanbrengen van twee afzonderlijke trappenhuizen. De combinatie van een centrale hal met grote schouwen aangrenzend een monumentaal trappenhuis heeft de architect ook elders toegepast

Voormalig koetshuis Stameren - Gemeentelijk Monument
Amersfoortseweg 3

Links van de oprijlaan naar de villa Stameren ligt het voormalige koetshuis, dat tot woonhuis verbouwd is.

Stameren003

Referenties

Oranjerie van Buitenplaats Maarsbergen

Alfabetische lijst van objecten in Maarn en Maarsbergen.
De toevoeging RM staat voor: Rijksmonument, GM voor gemeentelijk monument, AM voor Aardkundig Monument.

Ga naar:  A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

Amersfoortseweg    
Amersfoortseweg 1 GM Buitenplaats Stameren
Amersfoortseweg 2-2a RM Buitenplaats Huis te Maarn
Amersfoortseweg bij 2 RM Tennisbaan en -huisje van Huis te Maarn
Amersfoortseweg 3 GM Voormalig koetshuis bij Buitenplaats Stameren
Amersfoortseweg 4-4a RM Voormalige dienstgebouw bij Buitenplaats Huis te Maarn
Amersfoortseweg 7 RM Buitenplaats 't Stort
Amersfoortseweg 9 RM Voormalig koetshuis bij Buitenplaats 't Stort
Amersfoortseweg 34 GM Woning 'Buitenlust'
Amersfoortseweg 38 GM Voormalig Koetshuis Groot Plattenberg
Amersfoortseweg 48 GM Rooms-katholieke kerk 'H. Theresia' en Pastorie
Amersfoortseweg 54-54a GM Villa 'TWED'
Amersfoortseweg 56, 58 GM Landhuis Zonnekanje met Chauffeurswoning
Anderstein   Buitenplaats Anderstein
Zwembad RM Zwembad bij Buitenplaats Anderstein
Andersteinweg 1-3 GM Geschakelde Arbeiderswoningen bij Buitenplaats Anderstein
Begraafplaats   Begraafplaats bij Voormalig Opvoedingsgesticht Valkenheide
Begraafplaats RM Begraafplaats op de Pol bij Buitenplaats Maarsbergen
Het Berghuisje RM Buitenplaats De Laagt
Bergveld GM Voormalige Boerderij aan de Buurtsteeg
Bergweg 39   Voormalige Dienstwoning NS aan de Bergweg
Berkenzand GM Boerderij aan de Vinkenbuurtweg
Van Beuningenlaan 34a GM Voormalig Boerderij
Blauwe Huis RM Voormalige boerderij aan de Woudenbergseweg
Boerderij Berkenzand GM aan de Vinkenbuurtweg
Boerderij De Griftheuvel GM Boerderij aan de Griftdijk
Boerderij Groot Rumelaar GM Boerderij aan de Rumelaarseweg
Boerderij Hof ter Heide GM Boerderij aan de Hof ter Heideweg
Boerderij Klein Haksfoort GM Boerderij aan de Rottegatsteeg
Boerderij Lammersdam GM Boerderij aan de Rottegatsteeg
Boerderij Nieuw Altena RM Boerderij aan de Griftdijk
Bovenplaats   Verdwenen boerderij aan de Maarnse Grindweg
Brink RM Voormalige boerderij aan de Maarnse Grindweg
Buitenlust GM Woning aan de Amersfoortseweg
Buitenplaats Anderstein   Buitenplaats aan de Woudenbergseweg
Buitenplaats Maarsbergen RM Buitenplaats aan de Maarnse Grindweg
Buitenplaats De Hoogt RM Buitenplaats De Hoogt
Buitenplaats De Laagt   Buitenplaats De Laagt
Burg E Langeplein en Omgeving GM Tuindorp Maarn
Buursteeg 5 GM Voormalige Boerderij
Buitenplaats Huis te Maarn RM Buitenplaats aan de Amersfoortseweg | Maarnse Grindweg
Buitenplaats Stameren GM Buitenplaats aan de Amersfoortseweg
Buitenplaats 't Stort RM Buitenplaats aan de Amersfoortseweg
De Cruijvoort RM Voormalige boerderij aan de Maarnse Grindweg
Dorpskerk Maarsbergen RM Dorpskerk aan de Woudenbergseweg
Duiventoren RM Buitenplaats Maarsbergen
Dwarsweg 1-3 GM Voormalige Boerderij De Haar
Dwarsweg 2 RM Huize Landeck en Dienstwoning
Dwarsweg 5-7 GM Voormalige Boerderij Eijkelenburg
Eikenlaan 2a GM Voormalige Boerderij aan de Eikenlaan
Eikelenburg GM Voormalige Boerderij aan de Dwarsweg
Everwijn Langeplein en omgeving GM Tuindorp Maarn
Griftdijk 2 GM Boerderij De Griftheuvel
Griftdijk 3 RM Boerderij Nieuw Altena
Groot Rumelaar GM Boerderij aan de Rumelaarseweg
Groot Plattenberg GM Voormalig Koetshuis aan de Amersfoortseweg
Grote Bloemheuvel RM Voormalige Boerderij en Café De Grote Bloemheuvel
De Haar GM Voormalige boerderij aan de Dwarsweg
De Halm   Voormalige boerderij aan de Maarnse Grindweg
Hoekenkamp 5   Verdwenen Boerderij De Hoekenkamp
Hof ter Heide GM Boerderij aan de Hof ter Heideweg
De Hoogt RM Buitenplaats De Hoogt
De Hoogt 2-4 RM Voormalige chauffeurswoning bij De Hoogt
Huis te Maarn RM Buitenhuis aan de Amersfoortseweg | Maarnse Grindweg
Huis Maarsbergen RM Buitenhuis aan de Maarnse Grindweg
Huize Landeck RM Buitenhuis aan de Dwarsweg
Huize Stameren GM Buitenhuis aan de Amersfoortseweg
Inrijhekken RM van Landgoed Maarsbergen
Kapelweg 45 GM Nederlands Hervormde Kapel
Kleine Bloemheuvel GM Voormalige boerderij aan de Woudenbergseweg
Kleine Valkeneng RM Voormalige boerderij aan de Woudenbergseweg
Klein Haksfoort GM Boerderij aan de Rottegatsteeg
Koepel van Stoop RM Buitenplaats De Laagt
Koetshuis en Stallen RM Buitenplaats Maarsbergen
De Kom RM Het Blauwe Huis en De Kom
Laan van Laagkanje 4 GM Voormalige dienstwoning bij Landeck
De Laagt 2 RM Woning met schuur bij buitenplaats De Laagt
De Laagt 8 RM Jachthuis Het Berghuisje bij buitenplaats De Laagt
Lammersdam GM Boerderij aan de Rottegatsteeg
Landeck RM Huize Landeck aan de Dwarsweg
Landgoed Huis te Maarn RM aan de Amersfoortseweg | Maarnse Grindweg
Landgoed Maarsbergen RM aan de Maarnse Grindweg
Landgoed 't Stort RM aan de Amersfoortseweg
Leerhuis De Valkenburcht   Voormalig Opvoedingsgesticht Valkenheide
Maarnse Eng   Ontginning
Maarnse Grindweg NN   verdwenen boerderij De Bovenste Plaats
Maarnse Grindweg 30 RM Buitenplaats Maarsbergen
Maarnse Grindweg 32-34 RM Koetshuis en stallen van Huis Maarsbergen
Maarnse Grindweg 47 RM Voormalige boerderij de Brink
Maarnse Grindweg 43-45   Voormalige boerderij de Halm
Maarnse Grindweg 49 RM Voormalige boerderij de Cruijvoort
Maarnse Grindweg 51 RM Voormalig Tolhuis
Maarnse Grindweg bij 30 RM Begraafplaats op de De Pol van Buitenplaats Maarsbergen
Maarnse Grindweg bij 30 RM Duiventoren van Buitenplaats Maarsbergen
Maarnse Grindweg bij 30 RM Inrijhekken van Buitenplaats Maarsbergen
Maarnse Grindweg bij 30 RM Oranjerie van Buitenplaats Maarsbergen
Maarnse Grindweg bij 30 RM Voormalige schuren van Huis Maarsbergen
Meensteeg 1 en 3    Voormalige Vakantiewoningen Welma
Meente en schaapskooi GM Boerderij aan de Woudenbergseweg
Museum Valkenheide GM Voormalige dienstwoning van Stichting Valkenheide 
Nederlands Hervormde Kapel GM aan de Kapelweg
Nieuw Altena RM Boerderij aan de Griftdijk 
Oranjerie RM van Buitenplaats Maarsbergen
Raadhuis RM Voormalig gemeentehuis aan het Raadhuisplein
Raadhuisplein 1 RM Voormalige Gemeentehuis
RK Kerk 'H. Theresia' GM aan de Amersfoortseweg
Rottegatsteeg 3 GM Boerderij Klein Haksfoort
Rottegatsteeg 7 GM Boerderij Lammersdam
Rumelaarseweg 18 GM Boerderij Groot Rumelaar (Het Hoekje)
Schaapskooi RM Bij boerderij De Meente 
Scherpenzeelseweg 42 GM Voormalige boerderij van Stichting Valkenheide
Stameren GM aan de Amersfoortseweg
Stationsweg 1-3 GM Voormalig station en dienstwoning
Steneneiland AM in de Zanderij
't Stort RM Buitenhuis aan de Amersfoortseweg
St. Theresiakerk GM RK Kerk aan de Amersfoortseweg
Tennisbaan en -huisje RM bij Huis te Maarn aan Amersfoortseweg | Maarnse Grindweg
Tolhuis RM aan de Maarnse Grindweg
Tuindorp Maarn GM Burgemeester Everwijn Langeplein en omgeving
Valkenburcht   Leerhuis van Stichting Valkenheide
Valkenheide   Voormalig opvoedingsgesticht aan de Woudenbergseweg
Valkenheide 29 GM Voormalig dienstwoning van Stichting Valkenheide
Valkenheide 31-32 GM Voormalig dienstwoningen van Stichting Valkenheide
Valkenheide 33-34 GM Voormalig dienstwoningen van Stichting Valkenheide
Valkenheide 38 GM Voormalig dienstwoning van Valkenheide
Valkenheide NN GM Watertoren van Stichting Valkenheide
Valkenheide NN   Leerhuis De Valkenburcht van Stichting Valkenheide
Valkenheide NN   Begraafplaats van Stichting Valkenheide
De Venen 11   Voormalige Boerderij
Verdwenen Boerderij   De Bovenplaats aan de Maarnse Grindweg
Verdwenen Boerderij   De Hoekenkamp
Verdwenen Dienswoning NS   aan de Bergweg
Villa Anderstein RM aan de Woudenbergseweg
Villa TWED GM aan de Amersfoortseweg
Vinkenbuurtweg 6 GM Boerderij Berkenzand
Voormalig dienstgebouw RM van Huis te Maarn
Voormalige boerderij GM aan de Van Beuningenlaan
Voormalige boerderij GM aan de Eikenlaan
Voormalige boerderij GM van Stichting Valkenheide
Voormalige boerderij   aan De Venen
Voormalige boerderij Anderstein GM aan de Woudenbergseweg
Voormalige boerderij Het Blauwe Huis RM aan de Woudenbergseweg
Voormalige boerderij De Brink RM aan de Maarnse Grindweg
Voormalige boerderij De Cruijvoort RM aan de Maarnse Grindweg
Voormalige boerderij Eijkelenburg GM aan de Dwarsweg
Voormalige boerderij De Grote Bloemheuvel RM aan de Woudenbergseweg
Voormalige boerderij De Haar GM aan de Dwarsweg
Voormalige boerderij De Halm   aan de Maarnse Grindweg
Voormalige boerderij De Kleine Bloemheuvel GM aan de Woudenbergseweg
Voormalige boerderij De Kleine Valkeneng RM aan de Woudenbergseweg
Voormalige chauffeurswoning RM van Villa De Hoogt
Voormalige chauffeurswoning GM van Villa Zonnekanje
Voormalige dienstwoning GM van Buitenhuis Landeck
Voormalige dienstwoningen GM van Stichting Valkenheide
Voormalige eendenkooi De Kom RM aan de Woudenbergseweg
Voormalige Merseberch School GM aan de Woudenbergseweg
Voormalige tuinmanswoning GM van Buitenplaats Anderstein
Voormalig koetshuis GM van Buitenhuis Groot Plattenberg
Voormalig koetshuis GM van Huize Stameren
Voormalig koetshuis RM van Villa 't Stort
Voormalig Meestershuis GM aan de Woudenbergseweg
Voormalig motel De Kleine Bloemheuvel GM aan de Woudenbergseweg
Voormalig opvoedingsgesticht   Valkenheide aan de Woudenbergseweg
Voormalig Raadhuis RM Voormalige Gemeentehuis
Voormalig stalgebouw GM van Buitenplaats Anderstein
Voormalig station en dienstwoning GM aan de Stationsweg
Voormalig stationskoffiehuis De Grote Bloemheuvel RM aan de Woudenbergseweg
Voormalig tolhuis RM aan de Maarnse Grindweg
Voormalig vakantiehuis Welma   aan de Meentsteeg
Watertoren   van Stichting Valkenheide
Welma   Voormalige Vakantiewoningen aan de Meentsteeg
Woonhuis met schuur   van Buitenplaats De Laagt
Woudenbergseweg 2 GM Voormalige dienstwoning van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 3 RM Voormalige boerderij en stationskoffiehuis
Woudenbergseweg 6-8 GM Voormalige dienstwoningen van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 9 RM Villa Anderstein
Woudenbergseweg 13 GM Voormalige boerderij Anderstein
Woudenbergseweg 13a GM Voormalige stalgebouw van Buitenplaats Anderstein
Woudenbergseweg 15 GM Voormalige tuinmanswoning van Anderstein
Woudenbergseweg 20-22 GM Voormalige dienstwoningen van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 30 GM Voormalige dienstwoning van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 32 GM Voormalige dienstwoning van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 34 GM Voormalige dienstwoning van Stichting Valkenheide
Woudenbergseweg 40 RM Voormalige boerderij De Kleine Valkeneng
Woudenbergseweg 42 RM Voormalige boerderij Het Blauwe Huis
Woudenbergseweg 44 GM Voormalige boerderij De Kleine Bloemheuvel
Woudenbergseweg 52 RM Dorpskerk Maarsbergen
Woudenbergseweg 56 GM Voormalige Merseberch School
Woudenbergseweg 58 GM Voormalig Meestershuis
Woudenbergseweg 92a GM Boerderij De Meente
Woudenbergseweg bij 42 RM Voormalige eendenkooi De Kom
Woudenbergseweg bij 92a RM Schaapskooi bij De Meente
Zanderij en Steneneiland AM Zanderij en Steneneiland
Zeisterweg bij 97 Woudenberg RM Koepel van Stoop
Zonnekanje   Villa aan de Amersfoortseweg

 

Oude kaarten

Van Maarn en Maarsbergen zijn een aantal oude kaarten bekend die veel details laten zien van de ontwikkeling van het landschap, bebouwing en infrastructuur van de twee marken tot een gemeente in de moderne tijd. Deze gemeente is na de herindeling sinds enkele jaren onderdeel van gemeente Utrechtse Heuvelrug. De kaarten zijn chronologisch geordend, waarbij de reeks wordt voorafgegaan door de Cultuurhistorische Waardenkaart. Deze kaart werd door de CHC werd opgesteld om het historisch erfgoed van Maarn en Maarsbergen nauwkeurig en gedetailleerd vast te leggen. Het gaat daarbij niet alleen om de beschrijving van monumenten maar ook om de vele historische elementen die het landschap van Maarn en Maarsbergen telt. In dit landschap zijn ook een zandafgraving met steneneiland (aardkundig monument), grafheuvels en vele sporen van oude ontginningen terug te vinden. Het bekijken van deze kaart maakt de interpretatie van de andere kaarten eenvoudiger.

NB1: Op alle kaarten, behalve de kadastrale atlas 1832 en de topografische kaarten van 1977 en later, kunt u iconen en/of bebouwing aanklikken voor méér informatie over het object.

NB2: Om de kaarten goed te kunnen bestuderen zijn wat grotere beeldbestanden noodzakelijk, het kan dus een tijdje duren vóór de kaart verschijnt. Trek je hierbij niets aan van de mededeling van Google Maps: 'Helaas hebben we hier geen beelden van'!

De Kaarten

  • Cultuurhistorische Waardenkaart Maarn-Maarsbergen
    Gemaakt door de CHC, toont alle geïnventariseerde cultuurhistorische waarden van het gebied Maarn-Maarsbergen, van monumenten tot historische landschapselementen.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Ontginningskaart Maarn 1646
    Gemaakt als hulpmiddel bij de verdeling van de tot dan toe gemeenschappelijk gronden in de Meent, de Birkt en het Veen om ze daarna te kunnen gaan ontginnen.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Kaarten van Eijckelenburgh, Birckesteijn en Alendall 1659/1670
    Twee prachtig ingekleurde kaarten van D. Groenou die het grondgebied van de hoeven Eijkelenburgh en Alendall laten zien en twee latere kopiën van Bernard de Roy waarop ook Birckesteijn wordt getoond.
    Ga naar: KaartProjectie van Eijkelenburgh 1659
    Ga naar: KaartProjectie van Alendall 1659.
    Ga naar: Kaart van Eijkelenburgh 1670.
    Ga naar: Kaart van Alendall en Birckesteijn 1670.
    Ga naar: Toelichting op de kaarten.
  • Kaart van Maarsbergen 1716
    Caarte van de Ambachtsheerlijkheid en Landerije van Maarsbergen 1716 getekend door Justus van Broeckhuijsen met percelen, bebouwing, weg- en waterwegen.
    NB: Deze kaart is ongeveer 26MB groot, er is dus enig geduld vereist!
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Tiendkaart van Maarn 1751
    Deze tiendkaart van M. de Leeuw beschrijft alle percelen in Maarn die tiendplichtig waren aan het Domkapittel te Utrecht. De kaart bestaat uit een overzichtskaart en drie detailkaarten. Bij iedere detailkaart hoort een beschrijving van alle percelen met de eigenaar, het soort gebruik en de grootte.
    Ga naar: OverzichtskaartProjectie van de Overzichtskaart.
    Ga naar: KaartPercelenProjectie van de Eng.
    Ga naar: KaartPercelenProjectie van de Haar en de Meent
    Ga naar: KaartPercelenProjectie van de Birkt en het Veen.
    Ga naar: Toelichting op de kaarten.
  • Maatboek van Maarn 1810 - Figuratieve Kaart
    Het Maatboek beschrijft alle percelen van Maarn en geeft de onderlinge ligging weer in een schetskaart door P. J. Romme. Projectie van deze schetskaart is niet goed mogelijk, de afwijkingen zijn daarvoor te groot.
    Ga naar: KaartToelichting
    Ga naar: Pagina 25Pagina 26Latarisme van het Maatboek.
  • Kadastrale Atlas Maarn 1832
    Deze zeer gedetailleerde kaart werd gemaakt als officiële registratie van alle grondbezit in Nederland. De kaart is nog steeds in gebruik.
    Ga naar HISGIS Kadastrale Atlas Provincie Utrecht en ga vervolgens naar de kadastrale gemeente Maarn.
  • Topographisch Militaire Kaart 1847
    De eerste integrale topografische kaart 1:50000 van het hele land. Afgebeeld is een samenstelling van fragmenten van blad 32-III Woudenberg en 39-I Doorn.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Gemeentekaart van Maarn 1867
    Kaart uit de gemeente atlas van J. Kuyper, uitgegeven door Hugo Suringar te Leeuwarden.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Chromotopographisch Kaart 1879/2, 1903 en 1932
    De eerste integrale topografische kaart 1:25000 van het hele land. Afgebeeld zijn samenstellingen van fragmenten van blad 447 Woudenberg en blad 466 Doorn uitgaven 1870/2, 1903 en 1932
    Ga naar: KaartProjectie 1870/72
    Ga naar: KaartProjectie 1903
    Ga naar: KaartProjectie 1932
    Ga naar: Toelichting op de kaarten.
  • Topografische Kaart 1977
    Een oudere uitgave van de nu gangbare topografische kaart 1:50000 van het hele land. Afgebeeld is een fragment van blad 32West Amersfoort.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.
  • Moderne Topografische Kaart
    Dit is de nu gangbare topografische kaart 1:25000 van het hele land. Afgebeeld is een samenstelling van fragmenten van blad 32D Woudenberg en blad 39B Wijk bij Duurstede. Deze kaart is nog steeds in gebruik.
    Ga naar: KaartProjectieToelichting.